Tekst van de publicatie
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop regeling is gebaseerd:
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en Algemene wet bestuursrecht
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe besluit het volgende vast te stellen;
Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Neder-Betuwe 2026; en in te trekken
Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Neder-Betuwe 2022
Artikel
1
Algemene bepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Aanvraag: verzoek om, of het accepteren van, een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet;
Begeleiding: de begeleiding, bedoeld in artikel 11, die beschrijft hoe de ondersteuning aan de inwoner wordt ingericht;
BKR: Bureau Kredietregistratie;
Bgs: Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening;
CKI: Centraal Krediet Informatiesysteem;
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe;
Crisissituatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen opzegging of ontbinding van de zorgverzekering of andere bedreigende situaties als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet;
Financiële zorgen; signalen dat een inwoner moeite heeft om financiële verplichtingen na te komen of het risico loopt op schulden, zoals betalingsachterstanden, stress rondom financiën of het ontbreken van financieel overzicht;
Informatie en advies: één tot maximaal drie gesprekken waarin het college een inwoner voorziet van informatie, advies of lichte ondersteuning op het gebied van financiën of schulden, zonder dat dit leidt tot een formele aanvraag voor schuldhulpverlening;
Intake: het voeren van één of meer gesprekken na een aanvraag om een integraal beeld te krijgen van de situatie van de inwoner en om de hulpvraag van de inwoner vast te stellen;
Inwoner: ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1 van de wet;
Leefgebieden: thema’s die bij het bieden van schuldhulpverlening centraal staan: werk, inkomen, opleiding, spaargeld, schulden, wonen, gezin, gezondheid en sociaal netwerk;
Niet vrij toegankelijke voorziening: een voorziening van de gemeentelijke schuldhulpverlening waarvoor een intake, beoordeling of besluit van het college nodig is; zoals stabilisatie, begeleiding, betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of een schuldregeling zonder afloscapaciteit;
Plan van aanpak: het plan, bedoeld in artikel 8 en als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, van de wet dat zich specifiek op de inwoner richt, waarin de hulpvraag staat zoals die aan de hand van de intake is vastgesteld en dat het aanbod voor de schuldhulpverlening bevat;
Problematische schulden: een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een natuurlijk persoon zijn schulden niet zal kunnen blijven betalen of is gestopt met betalen. Daaronder wordt verstaan een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden, en dus een schuldregeling wordt gestart;
Schuldhulpverlening: schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de wet;
Vroegsignaal: signalen van inwoners met betalingsachterstanden die de gemeente ontvangt van verhuurders, energie- en waterbedrijven en zorgverzekeraars;
Wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Artikel
2
Doelgroep
1
Inwoners met financiële zorgen of schulden kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening.
2
Bijzondere omstandigheden, als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de wet, waarin het college na overleg met de woongemeente ook schuldhulpverlening geeft aan een persoon die geen inwoner is, zijn:
verhuizing;
detentie; of
andere bijzondere omstandigheden
3
De persoon, bedoeld in het tweede lid, wordt gelijkgesteld met een inwoner.
Artikel
3
Verzoek
Inwoners kunnen zich bij de gemeente melden met een hulpvraag op het gebied van financiën of schulden. Een verzoek loopt via Kernpunt Neder-Betuwe en is vormvrij: bijvoorbeeld telefonisch, per mail of via het online aanvraagformulier op www.kernpuntnederbetuwe.nl.
Artikel
4
Intake
1
Na het verzoek, of na hulpacceptatie vanuit de vroegsignalering, volgt een intake waarin het college samen met de inwoner de hulpvraag vaststelt en de inwoner informeert over het proces. Tijdens de intake houdt het college rekening met de financiële situatie en met andere leefgebieden die van invloed kunnen zijn op de hulpverlening.
2
De intake start met een eerste gesprek. Dit gesprek vindt, overeenkomstig artikel 4, eerste en tweede lid, van de wet, plaats binnen vier weken na de aanvraag of binnen drie werkdagen als sprake is van een crisissituatie.
3
Tijdens de intake informeert het college de inwoner in elk geval over:
de wijze waarop het college de inwoner ontzorgt en ondersteunt bij financiële problemen en indien mogelijk schuldenvrij en/of financieel zelfredzaam maakt;
de persoonsgegevens die het college verwerkt om:
de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening af te geven;
het plan van aanpak op te stellen; en
de beschikking in het geval van problematische schulden, indien van toepassing conform artikel 17 Bgs, te registreren in het CKI van het BKR.
de te verwachten doorlooptijd tussen:
het eerste gesprek en de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening;
de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening en het bereiken van het resultaat.
het proces over:
het verder aanvullen van het Plan van aanpak;
de periode van nazorg.
4
Tijdens het eerste gesprek kan direct sprake zijn van een aanvraag voor schuldhulpverlening, tenzij de inwoner aangeeft geen verdere hulp te willen. Een eerste gesprek leidt dus niet altijd tot een formele aanvraag. Soms is een enkel gesprek, of een beperkt aantal gesprekken, voldoende om de inwoner verder te helpen. Dit noemen we informatie en advies.
5
Indien de inwoner aangeeft andere ondersteuning nodig te hebben, wordt hij begeleid naar de passende voorziening of organisatie.
Artikel
5
Beschikking
Het college geeft, overeenkomstig artikel 1 van de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Neder-Betuwe 2021 binnen acht weken na de dag van het eerste gesprek een beschikking af over de toegang tot schuldhulpverlening.
Artikel
6
Toegang
Het college geeft toegang tot schuldhulpverlening als:
de inwoner is opgehouden met het betalen van schulden;
de inwoner niet door kan gaan met het betalen van schulden; of
de inwoner financiële zorgen heeft en een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is.
Artikel
7
Begeleiding bij wettelijke schuldsanering
Het college begeleidt een inwoner met schulden die niet in aanmerking komt voor minnelijke schuldsanering natuurlijke personen bij de aanvraag tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen.
Artikel
8
Inhoud plan van aanpak
1
Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, maakt het na overleg met de inwoner een plan van aanpak als onderdeel van de toegangsbeschikking.
2
Het plan van aanpak bevat in ieder geval:
het doel van de schuldhulpverlening;
het aanbod voor de schuldhulpverlening dat bestaat uit het oplossen van de schulden en de begeleiding;
de verplichtingen waar de inwoner zich aan moet houden;
een overzicht van de momenten die voor de schuldhulpverlening belangrijk zijn;
nazorg als onderdeel van het traject;
de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 4a, vijfde lid, van de wet; en
de afloscapaciteit, op basis van het vrij te laten bedrag.
3
Als de situatie verandert wordt het plan van aanpak, waar nodig, aangepast.
Artikel
9
Aanbod schuldhulpverlening
1
Het aanbod schuldhulpverlening kan bestaan uit informatie en advies, stabilisatie, begeleiding, betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of een schuldregeling zonder afloscapaciteit. Als een minnelijke oplossing niet tot stand komt, kunnen vervolgstappen zoals een dwangakkoord of een aanvraag Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp) worden onderzocht.
2
Bij het bepalen van het aanbod voor de schuldhulpverlening houdt het college in ieder geval rekening met:
of er sprake is van een crisissituatie;
de aard en de omvang van de schulden van de inwoner;
de actuele situatie van de inwoner op de leefgebieden;
de vaardigheden, kennis en competenties van de inwoner;
of de inwoner tot een specifieke doelgroep behoort; en
eerder gebruik maakte van schuldhulpverlening, minnelijke schuldsanering natuurlijke personen of wettelijke schuldsanering natuurlijke personen.
Artikel
10
Verplichtingen
1
De inlichtingenplicht uit artikel 6 van de wet en de medewerkingsplicht uit artikel 7 van de wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening.
2
Het college houdt bij de beoordeling van de naleving van de inlichtingenplicht in ieder geval rekening met de tijdige aanlevering van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en de melding van wijzigingen in de financiële situatie.
3
Het college verstaat onder de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de schuldhulpverlening in elk geval:
het nakomen van gemaakte afspraken en verplichtingen;
het afzien van het aangaan van nieuwe schulden die het aflossen van bestaande schulden moeilijker maken;
het actief meewerken aan de begeleiding;
het zorgen voor zoveel mogelijk afloscapaciteit en die ook gebruiken om schulden af te lossen; en
het volledig benutten van de arbeidscapaciteit om inkomsten te verwerven, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is gelet op de persoonlijke omstandigheden van de inwoner.
4
Het college geeft de inwoner in het gesprek en in de beschikking uitleg over de verplichtingen die voor de inwoner gelden.
Artikel
11
Begeleiding
1
Het college zorgt voor passende begeleiding van inwoners die deelnemen aan een schuldhulpverleningstraject.
2
De begeleiding is gericht op het versterken van de financiële zelfredzaamheid van de inwoner.
3
Het college legt afspraken over begeleiding vast op een wijze die aansluit bij de situatie van de inwoner en de beschikbare werkwijze.
4
Deze afspraken worden periodiek geëvalueerd en zo nodig aangepast.
Artikel
12
Nazorg
Het college onderzoekt met de inwoner welke vorm van nazorg gewenst is. Het college legt de vorm van nazorg na overleg met de inwoner vast in het plan van aanpak.
Artikel
13
Beëindiging schuldhulpverlening
1
Nadat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, beëindigt het college na overleg met de inwoner de schuldhulpverlening en geeft het college een beëindigingsbeschikking af.
2
Als er in een periode van zes maanden na de beëindigingsbeschikking een vroegsignaal binnenkomt, dan neemt het college contact met de inwoner op en wordt op basis van dat contact onderzocht welke hulp geboden wordt. Voor een niet vrij toegankelijke voorziening zal het college een beschikking afgeven.
Artikel
14
Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening
1
Het college kan besluiten de schuldhulpverlening eerder te beëindigen als:
de inwoner een verplichting niet of onvoldoende nakomt en:
dit aan de inwoner te verwijten is;
er een termijn is gegeven om de verplichting alsnog na te komen; en
daarvan geen gebruik is gemaakt of de verplichting alsnog niet of onvoldoende is nagekomen.
de inwoner zelf om beëindiging van de schuldhulpverlening verzoekt; of
de inwoner zich zo ernstig misdraagt waardoor voortzetting redelijkerwijs niet mogelijk is.
2
De schuldhulpverlening eindigt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner.
Artikel
15
BKR-registratie problematische schulden
1
Het college kan een melding bij het BKR maken wanneer een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van een schuldregeling, conform artikel 17 Bgs en het BKR-reglement. Het college beoordeelt per situatie of registratie proportioneel is en beperkt blijft tot de gegevens die strikt noodzakelijk zijn.
2
Na afronding van het schuldhulpverleningstraject doet het college onverwijld een einde‑trajectmelding aan het BKR.
3
De bewaartermijn wordt bepaald door het reglement van het BKR en bedraagt maximaal vijf jaar na beëindiging van het schuldhulpverleningstraject.
4
Het college kan in bijzondere omstandigheden besluiten om van lid 1 en lid 2 af te wijken, indien dit naar oordeel van het college noodzakelijk is op grond van:
het belang van de inwoner,
het belang van schuldeisers,
of andere zwaarwegende redenen.
5
Afwijking wordt gemotiveerd vastgelegd in het dossier.
Artikel
16
Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden
1
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van deze beleidsregels als toepassing ervan, door de omstandigheden van het geval, tot onredelijke gevolgen zou leiden.
2
In gevallen waarin deze regeling niet voorzien, beslist het college.
Artikel
17
Intrekking eerdere beleidsregels en inwerkingtreding
1
De Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Neder-Betuwe, vastgesteld bij collegebesluit van 15 maart 2022, worden ingetrokken.
2
De Beleidsregels Schuldhulpverlening 2026 treden in werking op de dag na die van de bekendmaking.
Artikel
18
Citeertitel
Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Neder-Betuwe 2026”.
Aldus besloten in de vergadering van 07 juli 2026,
Burgemeester en wethouders van gemeente Neder-Betuwe,
de secretaris,
de burgemeester,
Toelichting
per artikel
Artikel 1. Definities
In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in deze beleidsregels. In de definities is aangesloten bij de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de VNG-handreiking ‘Het begeleiden van inwoners vanuit de elementen basisdienstverlening’.
Artikel 2. Doelgroep
Op grond van de Wgs moet schuldhulpverlening breed toegankelijk zijn en mogen er geen groepen op voorhand worden uitgesloten. Dit artikel verduidelijkt daarom dat schuldhulpverlening is bedoeld voor iedere inwoner met financiële zorgen of schulden. In het tweede lid staat dat schuldhulpverlening in bijzondere omstandigheden ook kan worden gegeven aan een persoon die geen inwoner van de gemeente is. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als een inwoner tijdens de schuldhulpverlening naar een andere gemeente verhuist. Als deze situatie zich voordoet, overlegt het college zo nodig met het college in de nieuwe woonplaats over de mogelijkheden van schuldhulpverlening.
Artikel 3. Verzoek
Om te voorkomen dat inwoners met financiële zorgen of schulden – ongeacht de omvang daarvan - een drempel ervaren om schuldhulpverlening aan te vragen, is in dit artikel geregeld dat een verzoek vormvrij kan worden gedaan. Het kenbaar maken dat er behoefte is aan schuldhulpverlening is voldoende. Als een inwoner een aanbod voor schuldhulpverlening, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de wet, accepteert naar aanleiding van vroegsignalering van schulden, wordt dit aangemerkt als een aanvraag.
Artikel 4. Intake
Na het aanmeldproces volgt een intake, waar het eerste gesprek een onderdeel van is. Die intake kan ook bestaan uit meerdere gesprekken. In het artikel is geregeld dat het eerste gesprek binnen vier weken plaatsvindt. In crisissituaties is geregeld dat dit binnen drie dagen is.
In de bepaling is ook vastgelegd dat het college de inwoner tijdens het eerste gesprek informeert over het verloop van het proces. Dit betreft de inspanningen die het college doet om relevante informatie te verzamelen en te ordenen zodat het de inwoner kan ontzorgen en ondersteunen bij het krijgen van inzicht in de financiële situatie. Daarnaast informeert het college de inwoner over de persoonsgegevens die in verband met de schuldhulpverlening verwerkt worden en hoe de schuldhulpverlening er ongeveer uit zal zien. Het gaat dan onder andere om de doelen, de mogelijkheden en de duur van de schuldhulpverlening inclusief nazorg.
Artikel 5. Beschikking
Nadat tijdens de intake in één of meerdere gesprekken heeft plaatsgevonden wordt een beschikking afgegeven. De beschikking is het besluit of de inwoner toegang krijgt tot schuldhulpverlening. De inwoner krijgt een toegangsbeschikking of een afwijzingsbeschikking. De inwoner krijgt in elk geval een toegangsbeschikking als er een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is. Een plan van aanpak is onderdeel van de toegangsbeschikking. Inwoners die het niet eens zijn met de beslissing kunnen bezwaar maken en in beroep gaan.
Artikel 6. Toegang
Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening laagdrempelig is en toegankelijk is voor iedere inwoner met schulden of financiële zorgen. Dit artikel verankert dat uitgangspunt. Het betekent dat inwoners, ongeacht de aard en omvang van hun schulden of financiële zorgen, ondersteuning kunnen krijgen en dat inwoners die om schuldhulpverlening vragen deze zoveel mogelijk krijgen.
Artikel 7. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering
Inwoners die schulden hebben, maar geen toegang tot schuldhulpverlening krijgen, kunnen mogelijk wel een beroep doen op het wettelijke schuldsaneringstraject. Om de kansen op een geslaagd beroep hierop te vergroten, is ook geregeld dat het college begeleiding biedt bij de aanvraag om zo uitval te voorkomen.
Artikel 8. Inhoud plan van aanpak
Als een inwoner toegang tot schuldhulpverlening krijgt, wordt een plan van aanpak opgesteld. In het eerste lid is geregeld dat het plan van aanpak na overleg met de inwoner wordt opgesteld.
Het plan van aanpak is een onderdeel van een toegangsbeschikking en bevat alle producten en processen die worden ingezet om de inwoner schuldenvrij en financieel zelfredzaam te maken. Dit betekent dat het plan zoveel mogelijk moet zijn toegespitst op de inwoner en een zo volledig mogelijk overzicht moet bieden van de schuldhulpverlening die het college gaat geven. Daarom is in het tweede lid opgesomd wat er in elk geval in het plan van aanpak moet staan. Verder moet de beslagvrije voet in acht genomen worden.
Aanvullingen op- of aanpassingen in het plan van aanpak die gevolgen hebben voor het aanbod voor de schuldhulpverlening aan de inwoner, worden in een wijzigingsbeschikking opgenomen en zijn besluiten waartegen de inwoner in bezwaar en beroep kan gaan.
Artikel 9. Aanbod schuldhulpverlening
Het aanbod voor de schuldhulpverlening is erop gericht om de inwoner schuldenvrij en financieel zelfredzaam te maken. Onderdeel daarvan is dat een oplossing wordt geboden voor de schulden. In het eerste lid worden een aantal varianten daarvoor genoemd.
Daarnaast kan het college ook doorgeleiden naar flankerende hulp. Uit de intake kan naar voren komen dat er aandacht moet zijn voor andere leefgebieden en dat de inwoner ondersteuning nodig heeft met andere vormen van hulp- en dienstverlening. Denk aan maatschappelijk werk, verslavingszorg of ambulante begeleiding.
In het tweede lid is geregeld welke factoren een rol spelen bij het bepalen van het precieze aanbod voor de schuldhulpverlening. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de specifieke situatie of kenmerken van de inwoner, waaronder de specifieke doelgroep waartoe de inwoner behoort. Denk aan doelgroepen zoals jongeren, ondernemers, huisbezitters of mensen met verschillende culturele achtergronden.
Artikel 10. Verplichtingen
Op grond van de wet is de inwoner aan wie het college schuldhulpverlening geeft verplicht om bepaalde inlichtingen te verstrekken en bepaalde medewerking te verlenen. In het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt dat deze verplichtingen gelden vanaf het moment dat de inwoner zich voor schuldhulpverlening tot het college heeft gewend of, bij vroegsignalering, een aanbod voor schuldhulpverlening heeft geaccepteerd. De inwoner moet zich aan de verplichtingen houden tot het moment dat de schuldhulpverlening eindigt.
Verder is in het tweede lid bepaald hoe het college beoordeelt of een inwoner voldoet aan de inlichtingenplicht, voor zover het college deze stukken niet zelf op grond van op grond van artikel 12 tot en met 16 Bgs kan opvragen. Het derde lid bevat de invulling die het college aan de medewerkingsplicht geeft. Voorop staat dat het gaat om de medewerking die nodig is om schuldhulpverlening te laten slagen. Voor het vergroten van de afloscapaciteit geldt dat de inwoner er onder andere voor moet zorgen dat de inwoner werkt voor zover dat kan of voor zover mogelijk probeert om werk te krijgen, dat de inwoner beschikbaar vermogen inzet om schulden af te lossen en uitgaven zoveel mogelijk probeert te beperken.
Artikel 11. Begeleiding
Dit artikel regelt dat het college, naast het plan van aanpak, ook invulling geeft aan de begeleiding van de inwoner tijdens het schuldhulpverleningstraject.
Artikel. 12 Nazorg
Dit artikel regelt dat het college met de inwoner onderzoekt welke vorm van nazorg gewenst is en dit na overleg met de inwoner vastlegt. Denkbaar is bijvoorbeeld dat er gedurende één jaar nog één of meerdere keren contact met de inwoner wordt opgenomen om na te vragen hoe de afgelopen periode is verlopen en of er nog ondersteuning nodig is.
Als er in de periode van nazorg een terugval is, wordt dan ook samen met de inwoner onderzocht hoe financieel gezond gedrag weer kan worden bereikt en hoe de hulpverlening zo kan worden vormgegeven dat een nieuwe terugval wordt voorkomen. Na afronding van de nazorg verstuurt de gemeente een beëindigingsbeschikking schulphulpverlening, tenzij andere niet vrij toegankelijke producten nog doorlopen. In dat geval stuurt de gemeente een wijzigingsbeschikking met een aangepast plan van aanpak met alleen de producten die nog doorlopen.
Artikel. 13. Beëindiging schuldhulpverlening
Op het moment dat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, wordt een beëindigingsbeschikking gestuurd. Tegen de beëindigingsbeschikking kan de inwoner in bezwaar en beroep gaan.
Als een vroegsignaal wordt ontvangen voor een inwoner waarvan het traject zes maanden of korter is afgesloten, wordt de inwoner uitgenodigd voor een gesprek. Bij voorkeur bij de professional die de inwoner als laatste heeft begeleid.
Artikel 14. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening
Het college kan in uitzonderlijke gevallen de schuldhulpverlening voortijdig beëindigen. In dit artikel is verduidelijkt wanneer daar sprake van is. Daarbij geldt dat de schuldhulpverlening niet kan worden beëindigd wegens een schending van de inlichtingenplicht of medewerkingsplicht, voordat de inwoner een hersteltermijn heeft gekregen. Het is afhankelijk van de concrete verplichting, welke termijn daarbij als redelijk wordt gezien.
Verder kan de schuldhulpverlening voortijdig worden beëindigd als de inwoner zich misdraagt door bijvoorbeeld een persoon die schuldhulpverlening geeft te beledigen of te intimideren. De voortijdige beëindiging vindt plaats met een beëindigingsbeschikking waartegen bezwaar en beroep open staat.
Artikel 15. BKR-registratie
In dit artikel is geregeld dat als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, het college een melding (SH) kan doen bij het BKR, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd. De registratie voorkomt dat inwoners nieuwe kredieten aangaan en de problematische schulden groter worden.