Tekst van de publicatie
De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd;
overwegende dat
zij op basis van een samenwerkingsovereenkomst reeds samenwerken op het gebied van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning;
zij samenwerken om te bevorderen dat er een toereikend aanbod is van vormen van jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en van de voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht tot de het treffen van een gemeenschappelijke regeling;
zij voor de uitvoering van de taken op het gebied van de jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning een gemeenschappelijk openbaar lichaam wensen op te richten;
zij met de oprichting van een lichaam samenwerken met en verbinding leggen tussen gemeenten en zorgaanbieders, wat bijdraagt aan een dekkend (boven)regionaal zorg- en ondersteuningsaanbod voor Wmo en Jeugd;
een gemeenschappelijk openbaar lichaam een stabiele organisatie oplevert die over relevante kennis en expertise beschikt en de continuïteit van dienstverlening waarborgt zodat de inhoudelijke en financiële uitdagingen in het sociaal domein van een gedegen aanpak kunnen worden voorzien;
gelet op
de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
de Jeugdwet;
hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
de toestemming van de gemeenteraden aan de colleges van de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden, op grond van artikel 1, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
besluiten
de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen:
Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West
Hoofdstuk
1:
Algemene bepalingen
Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
| Sociaal Domein Utrecht West: | het openbaar lichaam Sociaal Domein Utrecht West; | |
|---|---|---|
| algemeen bestuur: | het algemeen bestuur van Sociaal Domein Utrecht West; | |
| colleges: | de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten; | |
| dagelijks bestuur: | het dagelijks bestuur van Sociaal Domein Utrecht West; | |
| gedeputeerde staten: | de gedeputeerde staten van de provincie Utrecht; | |
| gemeenten: | de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden; | |
| raden: | de raden van de gemeenten; | |
| regeling: | de Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West; | |
| regio | de jeugdhulpregio Utrecht West; | |
| secretaris-directeur: | de secretaris-directeur, bedoeld in artikel 30; | |
| voorzitter: | de voorzitter van het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 20; | |
| de Wet: | de Wet gemeenschappelijke regelingen. |
Artikel
2
Belang
Deze regeling heeft als doel ervoor te zorgen dat in de regio een goed georganiseerd aanbod is van zorg en ondersteuning voor inwoners van de gemeenten. Hiermee wordt de kwaliteit, continuïteit, betaalbaarheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van deze zorg en ondersteuning binnen het sociaal domein gewaarborgd. Dit geldt in ieder geval voor de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Zo willen gemeenten regionaal binnen dezelfde kaders zorgen voor passende zorg en ondersteuning aan hun inwoners.
Artikel
3
Sociaal Domein Utrecht West
1
Er is een openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd Sociaal Domein Utrecht West.
2
Sociaal Domein Utrecht West is gevestigd te Woerden.
Artikel
4
Taken en bevoegdheden
1
Het algemeen bestuur van Sociaal Domein Utrecht West heeft ten aanzien van beleid en regelgeving en voor de uitvoering ervan in ieder geval de volgende taken op het gebied van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015:
het afstemmen van regels over:
te verlenen individuele maatwerkvoorzieningen en overige voorzieningen;
de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, en
toegang tot en de toekenning van individuele maatwerkvoorzieningen;
het vaststellen van:
een regiovisie;
een plan betreffende specialistische jeugdhulp, de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering;
een plan betreffende het bieden van maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, zoals bedoeld in artikel 2.1.2, lid 2, aanhef en onder f en g van voornoemde wet;
een plan betreffende het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld;
regels over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget op grond van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 wordt vastgesteld;
regels over bestrijding van misbruik van ten onrechte ontvangen voorzieningen of persoonsgebonden budget, of misbruik en oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
het contracteren of subsidiëren, inclusief contractbeheer en contractmanagement van
door de wetgever aangewezen vormen van jeugdhulp die verplicht regionaal ingekocht moeten worden;
Individuele maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, dit betreffen producten en diensten waaronder in ieder geval begeleiding, huishoudelijke hulp en trapliften;
overige regionale inkoop- en subsidietrajecten die zien op de Jeugdwet of Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
namens de regio deelnemen in de inkoop of subsidie, door middel van besluitvorming in de daarvoor bedoelde overlegorganen, het vaststellen van het inkoopbeleid, het daadwerkelijk inkopen of subsidiëren inclusief het contractmanagement en contractbeheer, ten aanzien van:
gecertificeerde instellingen in verband met jeugdbescherming, jeugdreclassering en veilig thuis;
hoog specialistische jeugdhulp;
doelgroepenvervoer, waaronder leerlingenvervoer op grond van de Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra en vervoer dat onder de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 valt;
maatschappelijke opvang en beschermd wonen;
hulpmiddelen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
overige bovenregionale inkoop- en subsidietrajecten dien zien op de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2025;
administratieve verwerking van berichtenverkeer, declaratie en facturatie ten aanzien van de taken genoemd onder c en d;
toezicht op de rechtmatigheid van de aan Sociaal Domein Utrecht West overgedragen taken;
de organisatie van de regionale expertteams;
het uitvoeren van administratieve processen die behoren bij de uitvoering van de taken hiervoor onder b tot en met g genoemd, waaronder in ieder geval wordt verstaan monitoring, relatiemanagement en het maken van gegevensafspraken.
2
Alle bevoegdheden bij of krachtens de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, inclusief het vaststellen van verordeningen op grond van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, worden voor zover benodigd voor de uitvoering van de taken vermeld in het eerste lid door de raden en de colleges, voor zover de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 het toelaten, aan Sociaal Domein Utrecht West overgedragen.
3
De raden en colleges kunnen ten aanzien van de overgedragen bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, beleidsregels geven overeenkomstig artikel 4:81, eerste lid en artikel 10:16, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.
4
De raden en colleges kunnen, afzonderlijk of tezamen, ook andere taken op- of overdragen aan het algemeen bestuur voor zover deze binnen het in artikel 2 omschreven belang vallen. Hiervoor is noodzakelijk dat het algemeen bestuur daarmee instemt.
5
De deelnemende raden en colleges kunnen, indien nodig voor de uitvoering van de taken genoemd in het eerste of vierde lid, andere bevoegdheden dan genoemd in het tweede lid overdragen, zonder dat hiertoe de regeling hoeft te worden gewijzigd.
6
Gemeenten kunnen ieder afzonderlijk met Sociaal Domein Utrecht West overeenkomsten sluiten ten aanzien van de taken, bedoeld in het eerste en vierde lid.
7
Het dagelijks bestuur stelt een gelijkluidende overeenkomst vast ten behoeve van de overeenkomsten, bedoeld in het zesde lid.
8
Sociaal Domein Utrecht West kan ook diensten verlenen aan andere publiekrechtelijke rechtspersonen dan de gemeenten dan wel aan andere privaatrechtelijke overheidsorganisaties, met dien verstande dat Sociaal Domein Utrecht West ten minste 80% van de werkzaamheden voor de gemeenten verricht. Het algemeen bestuur beslist met betrekking tot het al dan niet verlenen van diensten aan een derde als hiervoor bedoeld.
Hoofdstuk
2:
Inrichting bestuur
Artikel
2.1
Samenstelling bestuur
Artikel
5
Algemeen
1
Het bestuur van Sociaal Domein Utrecht West bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
2
Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van Sociaal Domein Utrecht West.
Afdeling
2.2
Algemeen bestuur
Artikel
6
Samenstelling en aanwijzing leden
1
Het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per gemeente.
2
Iedere raad wijst twee leden van het college van de eigen gemeente aan om plaats te nemen in het algemeen bestuur, waarbij één collegelid in ieder geval de portefeuille jeugd dient te hebben.
3
In afwijking van lid 2 kan een raad ervoor kiezen om in plaats van het collegelid dat niet de portefeuille jeugd heeft, uit haar eigen midden een lid aan te wijzen om in het algemeen bestuur plaats te nemen.
4
De raden wijzen voor ieder door hen aangewezen lid één plaatsvervangend lid aan, dat het lid bij afwezigheid vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.
Artikel
7
Besluitvorming
1
Het algemeen bestuur stemt met inachtneming van de volgende stemverhouding: leden van het algemeen bestuur aangewezen vanuit gemeenten tot en met 30.000 inwoners hebben ieder 1 stem, leden van het algemeen bestuur aangewezen vanuit gemeenten met een inwoneraantal van 30.001 tot en met 60.000 inwoners hebben ieder 2 stemmen, leden van het algemeen bestuur aangewezen vanuit gemeenten met meer dan 60.000 inwoners hebben ieder 3 stemmen. Op basis van de informatie van het CBS betekent dit dat, gemeten op 1 januari 2025, het aantal stemmen als volgt verdeeld is: voor ieder van de leden
| a. | afkomstig uit de gemeente De Ronde Venen: | 2 stemmen; |
|---|---|---|
| b. | afkomstig uit de gemeente Montfoort: | 1 stem; |
| c. | afkomstig uit de gemeente Oudewater: | 1 stem; |
| d. | afkomstig uit de gemeente Stichtse Vecht: | 3 stemmen; |
| e. | afkomstig uit de gemeente Woerden: | 2 stemmen. |
Per 1 januari van ieder jaar na 2025 wordt gebruik gemaakt van de per die datum gewijzigde informatie van het CBS voor het bepalen van de geldende stemverhouding, De dan geldende stemverhouding wordt als bijlage aan deze gemeenschappelijke regeling gehecht.
2
Het algemeen bestuur besluit, tenzij deze regeling anders bepaalt, bij meerderheid van twee derde van de stemmen.
3
Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger van zijn gemeente in een andere hoedanigheid eveneens betrokken is en waarbij belangenspanning speelt of de integriteitsvraag aan de orde zou kunnen zijn.
4
Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.
5
Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft, en samen ten minste de helft van de stemmen vertegenwoordigt en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.
6
Het vijfde lid is niet van toepassing:
ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was;
voor zover het betreft onderwerpen die in een daaraan voorafgaande niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld.
7
Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.
Artikel
8
Zienswijze op besluiten van het algemeen bestuur
Buiten de in deze regeling of bij of krachtens wet bepaalde gevallen wordt voorafgaand aan de volgende besluiten van het algemeen bestuur een zienswijze gevraagd aan de raden:
Het vaststellen of wijzigen van verordeningen op grond van de taken, benoemd in artikel 4, eerste lid.
Het vaststellen of wijzigen van de bijdrageverordening, bedoeld in artikel 32;
Het vaststellen of wijzigen van de participatieverordening, bedoeld in artikel 9.
Artikel
9
Participatie
Het algemeen bestuur stelt in een participatieverordening vast ten aanzien van welke besluiten ingezetenen van de gemeenten en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door Sociaal Domein Utrecht West betrokken worden bij de totstandkoming, uitvoering en evaluatie van het beleid op grond van deze regeling en de wijze waarop de participatie plaatsvindt. Het algemeen bestuur kan in de verordening bepalen dat een andere procedure dan bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gevolgd.
Artikel
10
Einde van het lidmaatschap
1
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van de raad of het college uit wiens midden men is aangewezen.
2
Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. Het ontslag gaat in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger is aangewezen.
3
Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslagen worden door de raad die hem heeft aangewezen.
Artikel
11
Vergaderorde
1
Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast.
2
Het algemeen bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo vaak als het daartoe heeft besloten. Voorts vergadert het algemeen bestuur indien de voorzitter of het dagelijks bestuur het nodig oordeelt of indien ten minste vijf leden van het algemeen bestuur met opgave van redenen, daarom verzoeken.
3
De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. De oproeping geschiedt ten minste zes weken voor de vergadering, behoudens spoedeisende gevallen.
4
Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in artikel 23 van de wet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.
5
De vergadering van het algemeen bestuur wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst in ieder geval meer dan de helft van de leden tegenwoordig is.
6
Indien ingevolge het vijfde lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
7
Op de vergadering, bedoeld in het zesde lid, is het vijfde lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het vijfde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Artikel
12
Open en besloten vergaderingen
1
De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.
2
De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
3
Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd, een en ander conform artikel 22 en 23 van de wet.
Artikel
13
Handhaving vergaderorde
1
De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen verwijderen.
2
De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
3
De voorzitter kan het algemeen bestuur voorstellen aan een lid, dat door diens gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van diens gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Artikel
14
Immuniteit
De leden van het algemeen bestuur van Sociaal Domein Utrecht West en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor, dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over wat zij in de vergadering van het algemeen bestuur hebben gezegd of aan het algemeen bestuur schriftelijk hebben overgelegd.
Afdeling
2.3
Dagelijks bestuur
Artikel
15
Samenstelling en aanwijzing leden
1
Het dagelijks bestuur bestaat ten minste uit de voorzitter en twee andere door het algemeen bestuur aan te wijzen leden, met inachtneming van artikel 14, derde lid, van de wet.
2
Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.
Artikel
16
Besluitvorming
1
Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem. Besluitvorming vindt plaats bij gewone meerderheid van stemmen, voor zover niet anders is bepaald in de regeling.
2
In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien alle zitting hebbende leden tegenwoordig zijn.
3
Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering.
4
Op de vergadering, bedoeld in het derde lid, is het tweede lid niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien ten minste de helft van de leden dat ten minste aanwezig moet zijn van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Artikel
17
Zienswijze op besluiten van het dagelijks bestuur
Buiten de in deze regeling of bij of krachtens wet bepaalde gevallen zijn er geen besluiten van het dagelijks bestuur, waarvoor aan de raden vooraf zienswijze, als bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid van de wet, wordt gevraagd.
Artikel
18
Einde van het lidmaatschap
1
Het algemeen bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen.
2
Over een voorstel tot het verlenen van ontslag als bedoeld in het eerste lid wordt niet beraadslaagd of besloten, dan nadat het algemeen bestuur ten minste twee weken en ten hoogste 2 maanden tevoren heeft verklaard, dat de betrokken leden van het dagelijks bestuur het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten.
3
De oproeping tot de vergadering waarin over dat voorstel wordt beraadslaagd of besloten wordt ten minste achtenveertig uur voor de aanvang of zoveel eerder als het algemeen bestuur heeft bepaald, bij de leden van het algemeen bestuur bezorgd. Zij vermeldt het voorstel tot het verlenen van ontslag als bedoeld in het eerste lid.
4
De artikelen 28 tot en met 31 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing bij besluiten van het algemeen bestuur ingevolge dit artikel.
Artikel
19
Vergaderorde
1
Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan het algemeen bestuur wordt gezonden.
2
De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft bepaald.
3
Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven omtrent de openbaarheid van de vergaderingen van het dagelijks bestuur.
Afdeling
2.4
Voorzitter
Artikel
20
Aanwijzing
1
De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen. Voor ontslag van de voorzitter geldt de bepaling van artikel 29, vijfde lid.
2
Uit de overige leden van het dagelijks bestuur worden een of meerdere plaatsvervangend voorzitters aangewezen.
Artikel
21
Zienswijze op besluiten van de voorzitter
Buiten de in deze regeling of bij of krachtens wet bepaalde gevallen zijn er geen besluiten van de voorzitter, waarvoor aan de raden vooraf zienswijze, als bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid van de wet, wordt gevraagd
Afdeling
2.5
Commissies
Artikel
22
Adviescommissies
Het algemeen en dagelijks bestuur kunnen adviescommissies instellen met inachtneming van het bepaalde in artikel 24 van de wet.
Artikel
23
Bestuurscommissies
1
Het algemeen bestuur kan een bestuurscommissie instellen, waaraan bevoegdheden van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur worden overgedragen. Artikel 25 van de wet is van toepassing op de instelling ervan.
2
Een bestuurscommissie geeft de raden alle inlichtingen die door een of meer leden van de raad gevraagd worden.
Hoofdstuk
3:
Taken en bevoegdheden
Artikel
24
Algemeen bestuur
1
Alle bevoegdheden die niet bij of krachtens de wet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn toegekend, berusten bij het algemeen bestuur.
2
Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet.
3
Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur niet overdragen de bevoegdheid tot:
het vaststellen of wijzigen van de begroting;
het vaststellen van de jaarrekening;
het beslissen tot het verlenen van diensten aan andere partijen dan de gemeenten, en
het benoemen, ontslaan of schorsen van leden van het dagelijks bestuur.
4
Het algemeen bestuur besluit slechts tot oprichting van, en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
Artikel
25
Dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur heeft in ieder geval de volgende taken en bevoegdheden ten behoeve van het voeren van het dagelijks bestuur van Sociaal Domein Utrecht West:
beslissingen van het algemeen bestuur voorbereiden en uitvoeren;
regels vaststellen over de ambtelijke organisatie van Sociaal Domein Utrecht West;
ambtenaren in dienst nemen, schorsen en ontslaan;
te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van Sociaal Domein Utrecht West, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 24, vierde lid, en
te besluiten namens Sociaal Domein Utrecht West, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.
Artikel
26
Voorzitter
1
De voorzitter:
bevordert een goede behartiging van de taken van Sociaal Domein Utrecht West;
is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur;
ondertekent alle stukken welke van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan, en
vertegenwoordigt Sociaal Domein Utrecht West in en buiten rechte.
2
Indien de voorzitter aan een ander volmacht of machtiging verleent tot vertegenwoordiging, bedoeld in het eerste lid onder d, behoeft deze machtiging de instemming van het dagelijks bestuur.
Hoofdstuk
4:
Verantwoordingsrelaties
Artikel
27
Verantwoordelijkheid algemeen bestuur
1
Het algemeen bestuur geeft de raden ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn.
2
Het algemeen bestuur geeft mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van de raden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met een wettelijke verplichting of het openbaar belang.
3
Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad die dit lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.
4
Een raad kan besluiten een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van die raad niet meer bezit.
Artikel
28
Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur
1
Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.
2
Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
3
Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met een wettelijke verplichting of het openbaar belang.
4
Het dagelijks bestuur geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met een wettelijke verplichting of het openbaar belang.
5
Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.
Artikel
29
Verantwoordelijkheid voorzitter
1
De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door hem gevoerde bestuur.
2
De voorzitter geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
3
De voorzitter geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met een wettelijke verplichting of het openbaar belang.
4
De voorzitter geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met een wettelijke verplichting of het openbaar belang.
5
Het algemeen bestuur kan besluiten de voorzitter ontslag te verlenen, indien de voorzitter het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.
Hoofdstuk
5:
Organisatie
Artikel
30
Secretaris-directeur
1
Sociaal Domein Utrecht West heeft een secretaris. De secretaris is tevens de directeur van Sociaal Domein Utrecht West.
2
Het dagelijks bestuur beslist omtrent het in dienst nemen, de schorsing en ontslag van de secretaris-directeur. De secretaris-directeur mag niet lid zijn van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur gaat niet over tot benoeming dan nadat het algemeen bestuur in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur.
3
De secretaris-directeur is bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig en is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter behulpzaam bij de vervulling van hun taak.
4
De secretaris-directeur medeondertekent de stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.
5
Het dagelijks bestuur wijst een vervanger van de secretaris-directeur aan, die deze bij afwezigheid van de secretaris-directeur kan vervangen.
6
De ambtelijke organisatie van de Sociaal Domein Utrecht West staat onder leiding van de secretaris-directeur.
Hoofdstuk
6:
Financiën
Artikel
31
Financiële verantwoordelijkheid
1
De gemeenten dragen er zorg voor dat Sociaal Domein Utrecht West te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al diens verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
2
Indien een gemeente weigert deze uitgaven op de gemeentelijke begroting te zetten, dan doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
3
Sociaal Domein Utrecht West draagt de kosten die zijn verbonden aan de behartiging van de taken die aan Sociaal Domein Utrecht West bij de regeling zijn op- en overgedragen.
Artikel
32
Bijdrageverordening en Dienstverleningsovereenkomst
Het algemeen bestuur stelt een bijdrageverordening vast waarin in elk geval de kostenverdeling wordt geregeld, dat wil zeggen op welke wijze en in welke mate de gemeenten financieel bijdragen aan de middelen voor instandhouding en de uitvoering van taken van Sociaal Domein Utrecht West, en sluit voor de uitvoering van de taken met elke gemeente een dienstverleningsovereenkomst..
Artikel
33
Gemeentewet
De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens de wet niet is afgeweken.
Artikel
34
Kadernota
Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden.
Artikel
35
Zienswijzeprocedure, vaststelling en wijziging begroting
1
Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, in elk geval ten minste twaalf weken voor de in het vijfde lid bedoelde vaststelling, de raden een ontwerp aan voor de begroting met toelichting.
2
De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. De terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt bij openbare kennisgeving.
3
De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
4
Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
5
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. De begroting is vastgesteld wanneer de leden van het algemeen bestuur voor het voorstel hebben gestemd.
6
Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
7
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.
8
Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. Het eerste tot en met het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de begrotingswijzigingen die geen verandering brengen in de hoogte van de bijdrage per gemeente ten opzichte van de begroting die wordt gewijzigd. Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging binnen vier weken na de vaststelling aan gedeputeerde staten.
Artikel
36
Jaarrekening
1
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vóór 1 juli vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
2
Het dagelijks bestuur zendt vóór voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden.
3
Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten en aan de raden.
Artikel
37
Financiële verordening
1
Het algemeen bestuur stelt overeenkomstig artikel 35, zevende lid, van de wet een financiële verordening vast waarmee uitvoering wordt gegeven aan artikel 212 Gemeentewet.
2
De verordening, bedoeld in het eerste lid, bevat de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. De verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.
3
De verordening, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:
regels voor waardering en afschrijving van activa, en
regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie.
4
Bij het dekken van kosten of tegenvallende bedrijfsresultaten uit reserves kan het algemeen bestuur besluiten dat een dergelijke dekking slechts ten gunste van sommige gemeenten wordt aangewend en dat andere gemeenten, gelet op de periode van deelname, hun aandeel in die kosten of tegenvallende bedrijfsresultaten door middel van een extra bijdrage dienen te betalen. Hiermee kan een proportionaliteit worden geborgd tussen bijdrage aan de opbouw van reserves en het kunnen profiteren daarvan.
Artikel
38
Controleverordening
1
Het algemeen bestuur stelt overeenkomstig artikel 35, zevende lid van de wet een verordening vast waarmee uitvoering wordt gegeven aan artikel 213 Gemeentewet.
2
De verordening, bedoeld in het eerste lid, bevat regels voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. De verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.
3
Het algemeen bestuur wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel 36 bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen.
Artikel
39
Voorzieningen en reserves
1
Het algemeen bestuur stelt financiële richtlijnen vast met betrekking tot de reserves en voorzieningen van Sociaal Domein Utrecht West en benoemt daarbij een aan te houden noodzakelijk niveau van de algemene reserve, passend bij het risicoprofiel van Sociaal Domein Utrecht West.
2
Het resultaat over enig jaar wordt toegevoegd of onttrokken aan de algemene reserve.
Hoofdstuk
7:
Regeling
Artikel
40
Duur
De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.
Artikel
41
Evaluatie
1
Het algemeen bestuur draagt zorg voor een vierjaarlijkse evaluatie van de regeling. De eerste evaluatie vindt plaats uiterlijk vier jaar na inwerkingtreding van de regeling, of zoveel eerder als gewenst.
2
Onderdeel van de evaluatie, bedoeld in het vorige lid, is in ieder geval:
de wijze waarop Sociaal Domein Utrecht West bijdraagt aan het belang waarvoor het is ingesteld en de kwaliteit van de taakuitvoering;
de kostenverdeling, bedoeld in artikel 32, en
de governance van Sociaal Domein Utrecht West; waaronder de rollenscheiding, sturing en verantwoording.
3
Ten dienste van de evaluaties bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, draagt het dagelijks bestuur zorg voor een nulmeting, waarbij 1 januari 2028 als peildatum wordt aangehouden. Voorafgaand aan de nulmeting stelt het algemeen bestuur de indicatoren op die bij de nulmeting en alle daaropvolgende evaluaties worden toegepast.
Artikel
42
Toetreding
1
Algemene en dagelijkse besturen van andere gemeenten of andere rechtspersonen, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kunnen schriftelijk een verzoek tot toetreding indienen bij het algemeen bestuur.
2
Het algemeen bestuur kan de gevolgen van toetreding regelen en voorwaarden vaststellen die gelden voor toetreding.
3
Toetreding is slechts mogelijk:
met ingang van 1 januari van een kalenderjaar;
indien het verzoek tenminste zes maanden voorafgaand aan deze datum is kenbaar gemaakt, en
indien toetreder voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in het tweede lid.
4
Het dagelijks bestuur zendt het verzoek tot toetreding onverwijld door aan de raden en de colleges.
5
De toetreding is tot stand gekomen indien de beoogd toetreder en de raden en colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede, derde, vierde en vijfde lid, van de wet, unaniem daartoe besluiten.
Artikel
43
Uittreding
1
Een raad en een college kunnen, na verkregen toestemming van de gemeenteraad, uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende besluiten van haar organen.
2
Tenzij het algemeen bestuur een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum van de in het eerste lid bedoelde ontvangstdatum.
3
Het algemeen bestuur stelt tenminste drie maanden vóór het tijdstip van uittreding de financiële en andere gevolgen van de uittreding voor de betrokken gemeente vast, waaronder in ieder geval de gevolgen voor het personeel, contracten, huisvesting en investeringen evenals de uittreedsom.
Artikel
44
Uittredingsplan
1
Het algemeen bestuur stelt een uittredingsplan vast. Het uittredingsplan regelt de gevolgen van de uittreding.
2
Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële -, juridische -, personele - en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding.
3
Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding.
4
De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt.
5
Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn.
6
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
7
Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
8
Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer.
9
De in het derde lid bedoelde systematiek wordt gebaseerd op:
Relevante regelgeving;
Relevante jurisprudentie;
Feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding.
10
Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.
11
Het openbaar lichaam en ook de uittredende deelnemer is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen tegenover derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
12
Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het vierde lid wordt een risico-opslag van tien procent toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen.
13
Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom.
Artikel
45
Externe deskundige
1
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De onafhankelijke deskundige kan, in overleg met het algemeen bestuur, voor specifieke onderdelen van het uittredingsplan andere deskundigen inschakelen.
2
De kosten voor het inschakelen van de onafhankelijke externe deskundige en overige ingeschakelde deskundigen vallen onder de frictiekosten.
3
Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Als geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van meerderheid van stemmen in het algemeen bestuur.
Artikel
46
Uittreedsom
1
Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek en op de jaarrekening van het openbaar lichaam over het meest recent verstreken begrotingsjaar.
2
Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.
3
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het algemeen bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur in overeenstemming met de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Als de uittredende deelnemer kiest voor betaling in termijnen kan het algemeen bestuur een rentevergoeding in rekening brengen.
Artikel
47
Verplichtingen uittreder
1
De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
2
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.
Artikel
48
Opheffing
1
De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkend unaniem besluit van de raden en de colleges.
2
Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan vast, dat de gevolgen van de opheffing en de liquidatie van Sociaal Domein Utrecht West regelt.
Artikel
49
Wijziging
1
Het algemeen bestuur kan een voorstel voor wijziging van de regeling aan de raden en colleges zenden.
2
De regeling is gewijzigd indien de raden en de colleges unaniem met de wijziging instemmen, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet.
Hoofdstuk
8:
Slotbepalingen
Artikel
50
Zorg voor en beheer van archiefbescheiden
1
Het dagelijks bestuur draagt de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het Sociaal Domein Utrecht West.
2
Het algemeen bestuur stelt regels betreffende de wijze waarop in het eerste lid bedoelde zorg dient te worden verricht. Deze regels worden aan Gedeputeerde Staten medegedeeld.
3
Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de in het eerste lid bedoelde zorg.
Artikel
51
Beheer archief openbaar lichaam
1
De directeur is belast met het beheer van de in artikel 52 bedoelde archiefbescheiden voor zover deze niet ingevolge artikel 52 lid 1 van de regeling zijn overgebracht.
2
Bij opheffing van de regeling blijven alle onder beheer van de directeur staande archiefbescheiden berusten in de archiefbewaarplaats van het Regionaal historisch centrum Rijnstreek en Lopikerwaard, tenzij ook deze vervalt. In het laatste geval wordt een voorziening getroffen conform artikel 4, eerste lid, van de Archiefwet 1995.
Artikel
52
Overbrenging van archiefbescheiden
1
De op grond van artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet over te brengen archiefbescheiden van Sociaal Domein Utrecht West worden bewaard bij de archiefbewaarplaats van het Regionaal historisch centrum Rijnstreek en Lopikerwaard.
2
Nadat de in het eerste lid bedoelde archiefbescheiden zijn overgebracht worden zij beheerd door de directeur.
Artikel
53
Geschillen
1
Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet, de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, spant het algemeen bestuur zich sterk in om een en ander minnelijk met elkaar op te lossen.
2
Indien een minnelijke oplossing niet wordt bereikt, wordt het geschil voorgelegd aan een onafhankelijke arbiter die een bindend advies uitbrengt.
3
De arbiter bedoeld in het tweede lid, wordt door de partijen bij het geschil gezamenlijk benoemd en krijgt een door partijen in gezamenlijkheid geformuleerde opdracht.
4
Slechts in geval partijen bij een geschil het niet eens kunnen worden over de benoeming van de arbiter bedoeld in het vorige lid dan wel diens opdracht of in het geval partijen van mening zijn dat de arbitrage, bedoeld in het tweede lid, inhoudelijk of qua proces niet voldeed aan daarvoor geldende eisen wordt de beslissing van gedeputeerde staten, bedoeld in het eerste lid, ingeroepen.
5
Elke gemeente draagt de eigen kosten, voortvloeiend uit de procedures betreffende dit artikel. Eventuele gezamenlijke kosten zullen gelijkelijk worden verdeeld over de gemeenten.
Artikel
54
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt, maar niet eerder dan 1 januari 2027.
Artikel
55
Citeerwijze
De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West.
Artikel
56
Inzending regeling en bekendmaking
1
Het college van de gemeente Woerden draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling in de gemeenten.
2
Het openbaar lichaam Sociaal Domein Utrecht West voegt in het register, bedoeld in artikel 136 van de wet, de gegevens toe, bedoeld in artikel 136, tweede lid van de wet.
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen
op _______________
De secretaris,
M. Vonk
De burgemeester,
R.P.M. Kocken
Vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen op _______________
De griffier
J. Jonker
De voorzitter,
R.P.M. Kocken
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montfoort
op _______________
De secretaris,
M.H. van der Veer
De burgemeester,
A. Treep – van Hoeckel
Vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Montfoort op _______________
De griffier
S. Meijer
De voorzitter,
A. Treep – van Hoeckel
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater
op _______________
De secretaris,
drs. S.G.M. van Eck
De burgemeester,
drs. A.M. Jongerius
Vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Oudewater op _______________
De griffier
mr. M.W. Bosma
De voorzitter,
drs. A.M. Jongerius
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht
op _______________
De secretaris,
drs. R. Heijdra
De burgemeester,
drs. A.J.H.T.H. Reinders
Vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht op _______________
De griffier,
B. Espeldoorn - Bloemendal
De voorzitter,
drs. A.J.H.T.H. Reinders
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden
op _______________
De secretaris,
drs. C. Vermeer
De burgemeester,
dr. M.M. Bonsen-Lemmers
Vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Woerden op _______________
De griffier,
drs. F.E.H.M. Backerra
De voorzitter,
dr. M.M. Bonsen-Lemmers