Tekst van de publicatie
1
Inleiding
Er is een onafhankelijke commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingesteld in de Verordening commissie bezwaarschriften Opmeer 2022 (hierna te noemen: de verordening). De organisatie en werkwijze van deze commissie bezwaarschriften (verder: de commissie) is hierin vastgelegd. Sinds 2022 is het mogelijk geworden ook zonder commissie bezwaren af te handelen.
Doel van dit verslag is om aan het bestuur van de gemeente inzicht te geven in de activiteiten van de commissie en de gevolgde werkwijze van de ambtelijke behandeling van de bezwaarschriften.
2
Taak en werkwijze van de commissie
Bij vaststelling van de verordening hebben de gemeenteraad, de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders en de leerplichtambtenaar, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, besloten dat advies gevraagd kan worden over bezwaarschriften aan de commissie. De secretaris bepaalt in mandaat over welke bezwaarschriften advies gevraagd wordt. De aard van het bezwaar is hierin bepalend. In artikel 2, van de verordening is bepaald dat de commissie niet bevoegd is te adviseren over bezwaarschriften tegen besluiten op grond van:
een besluit inzake belastingen, Wet waardering onroerende zaken;
de Regionale urgentieverordening Huisvestingswet Westfriesland gemeente Opmeer 2019.
De commissie bestaat uit een voorzitter en zes leden. Er wordt geadviseerd door de voorzitter en ten minste twee leden.
De gemeente Koggenland heeft dezelfde leden in haar commissie, alleen een andere voorzitter. De samenwerking tussen Opmeer en Koggenland gaat goed. Opmeer vraagt meer advies aan de commissie dan Koggenland.
Eén van de doelen van deze samenwerking was dat er meer bezwaarschriften op één zitting behandeld zouden kunnen worden, zodat de behandeling van een bezwaar relatief goedkoper wordt.
3
Samenstelling van de commissie
In 2025 had de commissie de volgende samenstelling:
Voorzitter
de heer mr. ing. F.A.J. Groenendijk (tot medio 2025)
mevrouw H.F. Pitstra-Venema (m.i.v. medio 2025)
Medio 2025 was de voorzitter de heer mr. ing. F.A.J. Groenendijk gestopt. Vervolgens is mevrouw H.F. Pitstra-Venema benoemd als voorzitter.
Leden
mevrouw mr. K. van de Wateringen
mevrouw M. Brieffies
mevrouw mr. D.A.E. Potveer
mevrouw mr. D.H. Vieveen
mevrouw mr. D. van der Gragt
mevrouw mr. A.J. van Reeuwijk
Eind 2025 was er een lid gestopt. Mevrouw mr. D.H. Vieveen, mevrouw mr. D. van der Gragt en mevrouw mr. A.J. van Reeuwijk zijn vervolgens in september 2025 benoemd. Na deze wijziging van de samenstelling bestaat de commissie uit bovengenoemde zes leden.
Secretaris
mevrouw E. Zonneveld
mevrouw mr. C. Grim (plaatsvervangend)
de heer S.C. van den Berg (plaatsvervangend)
Medio 2025 werd mevrouw E. Zonneveld benoemd tot secretaris van de commissie bezwaarschriften. Daarmee werd de benoeming van mevrouw mr. E.S. Bruijn als secretaris beëindigd.
4
Afhandeling bezwaarschriften
In 2025 zijn tegen 36 besluiten bezwaren ontvangen. Dit is het aantal bestreden besluiten, niet het aantal bezwaarschriften. Er zijn namelijk 40 bezwaarschriften ontvangen. Er zijn evenveel bezwaarschriften ingediend als in 2024.
Dit komt doordat tegen een besluit soms door meerdere inwoners een bezwaarschrift wordt ingediend. Dit was in 2025 het geval bij:
een last onder dwangsom vanwege illegale bewoning (de eigenaar en de huurder dienden bezwaar in (2 bezwaren));
het reserveren van twee parkeerplaatsen voor het realiseren van een laadpaal voor elektrische auto’s (3 bezwaren);
het reserveren van twee parkeerplaatsen voor het realiseren van een laadpaal voor elektrische auto’s (2 bezwaren);
het realiseren van een gehandicaptenparkeerplaats voor een specifiek kenteken (2 bezwaren);
Daarnaast zijn nog 3 bezwaarschriften, ontvangen in 2024, afgehandeld in 2025.
Intrekkingen
Van de 40 bezwaarschriften ontvangen in 2025, zijn er 15 ingetrokken, waardoor de gehele bezwaarprocedure tegen het bestreden besluit eindigde. De bezwaarschriften die werden ingetrokken werden meestal ambtelijk behandeld.
Het aantal ingetrokken bezwaarschriften is toegenomen ten opzichte van de eerdere vier jaren.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Intrekkingen | 37% | 44% | 43% | 41% | 35% | 23% | 38% | 37% | 18% | 25% | 19% | 18% | 38% |
Horen van belanghebbenden
Ten aanzien van 15 besluiten, waartegen bezwaren ontvangen zijn in 2025, heeft het horen in 2025 plaatsgevonden.
Ambtelijk
Ten aanzien van tien besluiten, waartegen bezwaren ontvangen zijn in 2025, heeft het horen in 2025 ambtelijk plaatsgevonden.
In voorgaande jaren werd er vooral ambtelijk gehoord in bezwaren tegen besluiten uit het Sociaal Domein. In 2025 zien we een toename van ambtelijk horen bij bezwaren buiten dit domein, zoals bezwaren tegen Woo-besluiten.
De horende ambtenaren hebben de indruk dat het ambtelijk horen in sociale zaken goed valt bij bezwaarden door de informelere sfeer. Ook is er sneller een besluit op het bezwaar door de kortere procedure.
Ambtelijk wordt er altijd gehoord door in ieder geval één of meerdere ambtenaren die niet betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het bestreden besluit. Dit zijn ambtenaren van team Juridische Zaken. Soms is er ook een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan dat besluit heeft genomen aanwezig. Deze vertegenwoordiger kan het besluit dan toelichten. Dan zijn er twee ambtenaren van Juridische Zaken die niet betrokken geweest zijn bij het besluit aanwezig bij het gesprek. Eén van hen leidt dan ook het ambtelijk horen. Daardoor is bij het ambtelijk horen altijd de meerderheid van de horende ambtenaren niet betrokken geweest bij de totstandkoming van het bestreden besluit.
Commissie
Ten aanzien van vijf besluiten, waartegen bezwaren ontvangen zijn in 2025, is het horen in 2025 gedaan door de commissie bezwaarschriften. Daarnaast heeft de commissie in 2025 in twee gevallen een bezwaarde gehoord over een bezwaar dat ontvangen was in 2024.
In 2025 is dus vaker ambtelijk gehoord dan dat door de commissie is gehoord. In 2024 is voor het eerst meer ambtelijk gehoord dan dat de bezwaarde door de commissie is gehoord. In 2023 is voor meer dan twee derde van de bestreden besluiten een advies van de commissie gevraagd. In 2022 was dat in ongeveer de helft van de gevallen.
Afzien van horen
Er is één keer (ambtelijk) geadviseerd zonder het horen van bezwaarden. Reden hiervoor is dat het bezwaar niet verschoonbaar te laat was ontvangen.
Adviezen
In 2025 zijn er in totaal 14 adviezen uitgebracht over bezwaarschriften.
Ambtelijk
Ambtelijk zijn er in 2025 negen adviezen uitgebracht. Het advies luidde viermaal gegrond en vijfmaal ongegrond.
Commissie
In 2025 heeft de commissie vijf adviezen uitgebracht. Hiervan ging één advies over een bezwaar dat ontvangen is in 2024. Het advies luidde één keer niet-ontvankelijk, eenmaal gegrond en tweemaal ongegrond. Eenmaal heeft de commissie het bevoegd gezag geadviseerd om nader onderzoek te doen en afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek het besluit in stand te laten onder verbetering van de motivering of het besluit te herroepen en een nieuw besluit te nemen.
Betaling proceskosten
Er is niet geadviseerd over te gaan tot betaling van de proceskosten die gemaakt zijn in de bezwaarprocedure.
5
Soort besluiten
De verdeling van de in 2025 ontvangen bestreden besluiten naar de verschillende wetten, is als volgt:
10 besluiten op grond van de Omgevingswet;
8 op grond van de Wegenverkeerswet 1994;
5 besluiten op grond van de Wet open overheid (Woo);
4 op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Opmeer;
3 besluiten op grond van de Nadere regels Subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Opmeer;
één op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
één besluit op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG);
één op grond van de Wet verplaatsing bevolking.
Opvallend is het aantal bezwaren inzake de Omgevingswet, de Wegenverkeerswet 1994 en de Woo.
De bestreden besluiten, genomen op grond van de Omgevingswet, gaan vaak over het weigeren of juist verlenen van omgevingsvergunningen. Daarnaast betreft het besluiten inzake handhaving, zoals het opleggen van een last onder dwangsom of het vervolgens invorderen van die dwangsom. Of besluiten die, verzoeken van inwoners om handhavend op te treden, opvolgen of weigeren.
De bestreden besluiten, genomen op grond van de Wegenverkeerswet 1994, gaan vooral over de reservering van parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen of het reserveren van een parkeerplaats als een gehandicaptenparkeerplaats.
Besluiten voor reservering van parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische auto’s worden vaak naar aanleiding van bezwaren ingetrokken en vervolgens wordt er een nieuw besluit genomen met een andere locatie. Om het aantal bezwaren te verminderen, zal in 2026 gewerkt worden met ontwerpbesluiten voor dit soort besluiten. Bij een ontwerpbesluit kunnen zienswijzen ingediend worden, waardoor er tegen het definitieve besluit naar verwachting minder rechtsmiddelen zullen worden aangewend.
Bestreden besluiten inzake de Woo, gaan over het buiten behandeling stellen van het Woo-verzoek, omdat het Woo-verzoek niet tijdig voldoende gepreciseerd is door de verzoeker, ondanks inspanningen van het college om hierbij behulpzaam te zijn. Daarnaast gaan bestreden besluiten inzake de Woo over dat er meer informatie zou moeten zijn bij het bestuursorgaan, dan dat met het besluit is openbaar gemaakt. En/of dat van de openbaar gemaakte informatie te veel informatie zou zijn zwartgelakt en/of op de verkeerde wettelijke gronden zou zijn zwartgelakt.
6
Afhandelingstermijn
Standaard beslistermijn
De beslistermijn voor het afhandelen van bezwaren met een advies van de commissie is twaalf weken met ingang vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken (artikel 7:10, lid 1 Awb). Zonder commissie is de beslistermijn zes weken met ingang vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Verdaging
Een verdaging verlengt de beslistermijn met zes weken. Soms is het nodig hier gebruik van te maken.
Opschorting
Soms heeft een opschorting van de termijn plaatsgevonden, omdat de indiener van het bezwaarschrift het bezwaar nog niet gemotiveerd had of omdat er anderszins een gebrek aan kleefde. Ook wordt soms de afhandeling met instemming van belanghebbenden uitgesteld, bijvoorbeeld vanwege afwezigheid van bezwaarde.
Meestal wordt twee weken de tijd gegeven om een eenvoudig gebrek te herstellen. Als de materie complex is, wordt een langere termijn geboden om bezwaargronden aan te vullen.
Beslistermijn niet gehaald
In verschillende zaken is de wettelijke beslistermijn niet gehaald. Dit heeft veel oorzaken. Er zit ook geregeld een lange termijn tussen het uitbrengen van een advies van de commissie en het besluit op bezwaar dat voorbereid wordt door de vakafdeling.
In 2025 zijn zes besluiten op bezwaar niet tijdig verzonden. De afhandeling binnen de wettelijke beslistermijn blijft zowel bij het secretariaat als bij de vakafdelingen aandacht behoeven.
7
Afwijken van het advies
Over twee bezwaren ontvangen in 2025 zijn de adviezen (in 2026) niet (volledig) overgenomen.
Over één bezwaar had de commissie het college geadviseerd een deskundigenadvies op te vragen. Dit is niet opgevolgd. In de tweede zaak had de commissie geadviseerd een toets aan de APV uit te voeren. De burgemeester was van oordeel dat deze toets al plaats had gevonden.
8
(Wettelijke) ontwikkelingen
Wet open overheid
De commissie bezwaarschriften heeft met enige regelmaat geadviseerd over bezwaren tegen besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Deze wet is in mei 2022 vervangen worden door de Wet open overheid (Woo). In 2022 zijn 6 bezwaarschriften op grond van de Wob/Woo ontvangen. Dit is een grote stijging ten opzichte van voorgaande jaren. Deze stijging heeft zich voortgezet met 9 in 2023 en 22 in 2024. In 2025 is dit gedaald naar 5. Er is een lokale Woo-verzoeker die voorheen meerdere keren bezwaar had gemaakt en in 2025 maar eenmaal.
Wet versterking waarborgfunctie Awb
Dit wetsvoorstel is in de vorige jaarverslagen ook al genoemd en zat in de fase van internetconsultatie van 1 februari 2024 tot en met 31 juli 2024.
De voorgestelde wijzigingen zijn in het kort:
Er wordt een nieuwe algemene bepaling ingevoegd die de overheid de instructie geeft zich dienstbaar op te stellen bij de uitoefening van haar taak en mensen hulp te bieden als zij dat nodig hebben.
De werking van het evenredigheidsbeginsel wordt verruimd. Er komt meer ruimte om een wet of regel buiten toepassing te laten als mensen onevenredig hard getroffen worden door strikte toepassing van die regel, als het doel van de regeling ook op een andere manier kan worden bereikt.
Het wetsvoorstel maakt het eenvoudiger om fouten te herstellen in een besluit die makkelijk zijn op te lossen, bijvoorbeeld als het gaat om een administratieve of schrijffout.
Besluiten van de overheid worden begrijpelijk gemotiveerd.
Bij financiële beslissingen met rechtstreekse gevolgen voor de directe bestedingsruimte zal contact worden opgenomen.
Bij geldschulden wordt meer rekening gehouden met wat mensen zelf wel of niet kunnen doen. Als iemand geldschulden heeft, helpt de overheid door coulanter te zijn met termijnen of actiever een betalingsregeling aan te bieden.
Er komt meer ruimte om toch een bezwaarschrift in te dienen als de termijn overschreden is, bijvoorbeeld in geval van bijzondere of persoonlijke omstandigheden.
Om onnodige procedures te voorkomen wordt onder andere voorgesteld dat de overheid
op een besluit aangeeft op hoe men in contact kan komen met een ambtenaar die je dossier kent,
bij een bezwaarschrift eerst praat met de bezwaarmaker en
bij een te laat ingediend bezwaarschrift in contact treedt om te horen of er redenen zijn om het toch nog in te mogen dienen, ook al is de termijn overschreden.
De positie van de burger in procedures voor de bestuursrechter wordt versterkt, doordat een burger de gelegenheid kan worden gegeven zijn beroepsgronden verder te onderbouwen (de zogeheten burgerlus). De bestuursrechter kan de burger om aanvullende bewijzen vragen.
Het is eind 2025 nog steeds wachten op het definitieve wetsvoorstel dat het nieuwe kabinet zal indienen, dat mogelijk nog op onderdelen zal worden aangepast.
Relevante jurisprudentie
Op 16 juli 2025 wees de Afdeling een nieuwe overzichtsuitspraak over woningsluitingen op grond van art. 13b Opiumwet. Centraal staat dat de burgemeester steeds in een concreet geval moet beoordelen of een sluiting evenredig is aan de hand van de Harderwijkse drietrapsraket (geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid).
9
Rechterlijke uitspraken
Als belanghebbenden het niet eens zijn met een besluit, dan kunnen zij bezwaar indienen. Dan volgt een besluit op bezwaar. Als zij het met dit besluit ook niet eens zijn kunnen zij in beroep gaan bij de rechtbank tegen dit besluit op bezwaar.
In beginsel heeft het indienen van bezwaar geen schorsende werking. Dit betekent dat het indienen van bezwaar de werking van het bestreden besluit niet stopt of pauzeert. Als een belanghebbende dit wel wenst, kan hij naast het bezwaar ook een voorlopige voorziening vragen bij de rechtbank. De rechter kan dan met een uitspraak de werking van het bestreden besluit schorsen tot dat het besluit op bezwaar is genomen.
In 2025 zijn 14 rechterlijke uitspraken gedaan gedurende de bezwaarprocedure of over besluiten op bezwaar.
| 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3 | 6 | 14 | 10 | 4 | 5 | 7 | 1 | 0 | 1 | 5 | 9 | 4 | 14 |
Hieronder zullen de uitspraken beschreven worden.
Bij uitspraak van 9 januari 2025 heeft de rechtbank een beroep tegen een besluit op bezwaar, over het opleggen van een dwangsom vanwege niet-recreatieve bewoning van een recreatiewoning, kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het griffierecht is namelijk niet betaald en het niet betalen is niet verontschuldigbaar.
Bij uitspraak van 14 februari 2025 heeft de rechtbank een beroep niet tijdig beslissen op een verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo), zonder te horen niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 7 juli 2025 heeft de rechtbank een beroep niet tijdig beslissen inzake een vergunningaanvraag, kennelijk gegrond verklaard.
Bij uitspraak van 16 juli 2025 heeft de rechtbank vijf beroepen tegen beslissingen op bezwaar inzake de Woo behandeld. Deze zijn allemaal ongegrond. Tegen al deze uitspraken is hoger beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 16 juli 2025 heeft de rechtbank een beroep inzake een besluit op bezwaar over de Woo niet-ontvankelijk verklaard. Er was geen procesbelang meer bij de uitkomst van onderhavige procedure.
Bij uitspraak van 20 oktober 2025 heeft de rechtbank twee beroepen tegen besluiten op bezwaar, over lasten onder dwangsom vanwege niet-recreatieve bewoning van drie recreatiewoningen, deels gegrond verklaard. Dit omdat de hoogte van de dwangsom in de bestreden besluiten op onvoldoende inzichtelijke en toereikende wijze is gemotiveerd. Het college heeft de motivering in het verweerschrift en op de zitting voldoende aangevuld. Hierom is de rechtbank van oordeel dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven. Voor het overige zijn de beroepen ongegrond.
Bij uitspraak van 31 oktober 2025 heeft de rechtbank het beroep tegen een besluit op bezwaar, dat een bezwaar tegen een last onder dwangsom vanwege niet-recreatieve bewoning van een recreatiewoning niet-ontvankelijk verklaarde, gegrond verklaard. De overschrijding van de bezwaartermijn was namelijk verschoonbaar.
Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de voorzieningenrechter een verzoek om een voorlopige voorziening, afgewezen. Het verzoek was ingediend inzake bezwaar tegen een besluit waarmee, een tekening behorende bij een vergunning, wordt vervangen omdat die abusievelijk eerder niet volledig was. Het verzoek is kennelijk ongegrond, omdat er geen onverwijlde spoed is die een voorlopige voorziening nodig maakt.
Bij uitspraak van 2 december 2025 heeft de rechtbank een beroep tegen een besluit op bezwaar, over het weigeren van een handhavingsverzoek, ongegrond verklaard. Er was geen sprake van een overtreding van het omgevingsplan.
Opvallend is dat het aantal uitspraken sterk is toegenomen. Dit is al voorspeld in het jaarverslag van 2024. In 2024 waren er namelijk een aantal beroepsprocedures gestart inzake de Woo en handhaving. De beroepen in het domein van handhaving richten zich meestal tegen besluiten die handhaven ten aanzien van niet-recreatieve bewoning van recreatiewoningen.
Van de 14 hierboven besproken uitspraken waren er drie niet-ontvankelijk, zeven ongegrond en tweemaal gegrond. Twee keer waren de beroepen gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond en mochten de rechtsgevolgen van de besluiten in stand blijven.
10
Openbaarheid
In artikel 15 van de Verordening Commissie Bezwaarschriften gemeente Opmeer 2022 staat dat de hoorzitting van de commissie in beginsel openbaar is. Sinds eind 2008 staat de agenda met de te behandelen bezwaren door de commissie (zonder namen en adressen) op de site van de gemeente Opmeer.
Ambtelijke hoorzittingen zijn in beginsel ook openbaar. De agenda van deze hoorzittingen staan sinds medio 2025 op de website van gemeente Opmeer.
Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan de openbaarheid van de zittingen. De hoorzittingen worden in de praktijk niet bezocht door derden.
11
Samenvatting
Er zijn in 2025 tegen 36 besluiten bezwaren ontvangen. Er zijn 40 bezwaarschriften ontvangen, omdat tegen sommige besluiten door meerdere inwoners bezwaar wordt gemaakt. Er zijn evenveel bezwaarschriften ingediend als in 2024.
Niet alle bezwaren zijn binnen de wettelijke afhandelingstermijn afgehandeld. Hieraan zal door het secretariaat meer aandacht geschonken moeten worden. De medewerking van de vakafdelingen is hierbij noodzakelijk.
15 van de 40 ontvangen bezwaren zijn ingetrokken, waardoor de bezwaarprocedure eindigde. Dit gebeurde dan voornamelijk bij ambtelijke behandeling.
Er zijn 14 rechterlijke uitspraken gedaan gedurende de bezwaarprocedure of over besluiten op bezwaar.
Opmeer, mei 2025
De commissie voor de behandeling van bezwaarschriften,
De voorzitter,
H.F. Pitstra-Venema
De secretaris,
E. Zonneveld
De afdeling juridische zaken,
mr. C. Grim