Officiële publicatie

Beleidsregels Leefgeld Oekraïense ontheemden gemeente Opmeer

Uitgever
Opmeer
Gepubliceerd
Kenmerk
gmb-2026-370805

Gemeenteblad, 2026, nr. 370805

Dit is een leesweergave van BouwRadar. Voor de authentieke publicatie, formele tekst en eventuele termijnen blijft de officiële bron leidend.

Tekst van de publicatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer,

Gelet op:

  • Artikel 4:81 en artikel 1:3 vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht;

  • De Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne;

  • De Regeling opvang ontheemden Oekraine, hierna te noemen RooO.

Overwegende dat:

  • Op grond van artikel 7 tweede lid en artikel 13 tweede lid van de RooO het gewenst is een beleidsregels vast te stellen hoe het college van burgemeester en wethouders omgaat met het geheel of ten delen beëindigen van de verstrekkingen van het gezin wanneer er sprake is van inkomsten uit arbeid of uit een loondervingsuitkering van een meerderjarig gezinslid.

  • Op grond van artikel 7 zesde lid en artikel 13 derde lid van de RooO het gewenst is in een beleidsregels vast te stellen hoe het college van burgemeester en wethouders omgaat met het terugvorderen van onterechte of te hoog verstrekte verstrekkingen.

  • Op grond van artikel 8 van de RooO het gewenst is een beleidsregels vast te stellen hoe het college van burgemeester en wethouders omgaat met het geheel of gedeeltelijk opleggen van een financiële bijdrage aan het gezin wanneer er sprake is van inkomsten uit arbeid of uit een loondervingsuitkering of een toeslag van de Toeslagenwet van een meerderjarig gezinslid die verblijft in de gemeentelijke opvang.

  • Op grond van artikel 11 van de RooO het gewenst is een beleidsregels vast te stellen hoe het college van burgemeester en wethouders omgaat met het verstrekken van de vergoeding voor buitengewone kosten.

besluit vast te stellen de Beleidsregels Leefgeld Oekraïense ontheemden gemeente Opmeer.

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Definities

1

Deze beleidsregels verstaan onder:

  • Het college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer.

  • Belanghebbende: de vluchteling uit Oekraïne die valt onder het toepassingsbereik van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraine als bedoeld in artikel 1 sub c van de RooO en staan ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP) van de gemeente Opmeer.

  • Gemeentelijke opvanglocatie: een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1, sub g RooO.

  • Particuliere opvanglocatie: een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1, sub h RooO.

  • Leefgeld: een maandelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven als bedoeld in artikel 6, 1e lid en artikel 12, 1e lid van de RooO.

  • Leefgeldnorm: de normbedragen zoals beschreven in artikel 10 en artikel 12 van de RooO.

  • Eigen bijdrage: een financiële toelage die bij de belanghebbende in de gemeentelijke opvang in rekening wordt gebracht bij de meerderjarige ontheemde alsmede van diens meerderjarig gezinslid, als bedoeld in artikel 8 van de RooO.

  • Inkomen: Het gezamenlijk netto gezinsinkomen uit arbeid in Nederland of ander land inclusief bonussen en dertiende maand, loondervingsuitkering en toeslagen op grond van de toeslagenwet. Pensioen uit het buitenland, vakantietoeslag en reiskostenvergoeding danwel andere onkostenvergoedingen worden niet aangemerkt als inkomen.

  • Buitengewone kosten: Buitengewone kosten: een vergoeding voor noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 11 van de RooO.

  • Inlichtingenformulier: de maandelijkse verklaring die iedere maand door de belanghebbende dient te worden ingevuld.

  • Gezin:

    • echtgenoten of aan gehuwden gelijkgestelde partners of samenwonende niet-gehuwde partners die met elkaar een duurzame relatie onderhouden;

    • hun minderjarige kinderen

    • een ouder of voogd die volgens het recht of de praktijk in Nederland verantwoordelijk is voor de minderjarige en ongehuwde kinderen.

  • Een meerderjarig kind wordt in de RooO aangemerkt als een zelfstandig subject van rechten en plichten en vormt hiermee een eigen gezin.

  • Duurzame relatie: hiervan is sprake als de betrokken belanghebbenden

    • als koppel/stel geregistreerd staan in het bewonersregistratiesysteem

    • zij zich naar feitelijke omstandigheden gedragen als gezin

2

Alle andere begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die hierboven niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de RooO, de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet en andere relevante wet- en regelgeving.

Artikel

2

Inlichtingenplicht

1

De belanghebbende is volgens de RooO artikel 2a verplicht om onverwijld uit eigen beweging dan wel uiterlijk binnen twee weken nadat het college heeft verzocht om inlichtingen te verstrekken over het inkomen en de gezinssamenstelling mededeling te doen.

2

De mededeling als bedoeld in het eerste lid van deze beleidsregels kan door belanghebbende schriftelijk worden gedaan via een door de gemeente Opmeer aan de belanghebbende ter beschikking gesteld inlichtingenformulier.

Artikel

3

Raadplegen Suwinet

1

Het college maakt gebruik van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan het college verstrekte gegevens die op grond van artikel 33, tweede lid, onderdelen a tot en met c, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen verwerkt worden in de polisadministratie, in ten minste de volgende gevallen:

  • het beoordelen van verzoeken om en wijzigingen van leefgeld;

  • de handhaving op de rechtmatige verstrekking van leefgeld;

  • het vaststellen van een op te leggen eigen bijdrage;

  • het vaststellen van de hoogte van een vordering leefgeld;

  • het terugvorderen van ten onrechte verstrekt leefgeld en opgelegde eigen bijdrage.

Hoofdstuk

2

Leefgeld

Artikel

4

Aanvraag leefgeld

1

Het college verstrekt op aanvraag van de belanghebbende leefgeld aan de belanghebbende en diens gezin.

2

Een aanvraag kan worden ingediend door middel van het daartoe bestemde formulier.

3

Het recht op leefgeld wordt bij beschikking besloten en medegedeeld aan de meerderjarige belanghebbende en, indien van toepassing, diens meerderjarige gezinslid.

Artikel

5

Recht op leefgeld

1

Een recht op leefgeld bestaat als de belanghebbende (en diens gezin):

  • In de gemeente Opmeer is ingeschreven in de BRP; en

  • Verblijft in een gemeentelijke opvangvoorziening of particuliere opvang in de gemeente Opmeer of in een zorginstelling, zoals bedoeld in artikel lid 10, lid 7 van de RooO; en

  • Minder inkomen heeft dan 115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm.

2

Geen recht op leefgeld bestaat als de belanghebbende (en diens gezin):

  • De tijdelijke bescherming wordt geweigerd

  • Verblijft in een door hemzelf gehuurde of gekochte woning

  • Tevens de Nederlandse nationaliteit bezit

  • Rechtens de vrijheid is ontnomen

  • Meer of gelijk inkomen heeft dan 115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm

3

Het leefgeld wordt ingetrokken als de belanghebbende (en diens gezin)

  • Volgens artikel 5, lid 1 geen recht meer heeft op leefgeld

  • Het inlichtingenformulier niet op de afgesproken termijn invult

  • Inkomsten heeft verzwegen en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt

  • De opvang definitief heeft verlaten

  • Een ernstige vorm van geweld heeft gebruikt tegen medebewoners van de opvangvoorziening, personen die werkzaam zijn in de voorziening of andere personen.

4

Het recht op leefgeld wordt ingetrokken vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de bovengenoemde omstandigheden is gebleken. Ook bij inkomen wordt de eerste maand waarop de inkomsten betrekking hebben niet in aanmerking genomen. Het inkomen wordt vanaf de eerste dag van de daaropvolgende maand in aanmerking genomen.

Artikel

6

Ingangsdatum leefgeld

1

Leefgeld wordt toegekend per de eerste dag van de maand volgend op de datum van aanvraag.

2

In afwijking van het eerste lid wordt als een belanghebbende zich vestigt in de gemeentelijke opvang in Opmeer vanuit een andere gemeente het leefgeld toegekend per de datum van plaatsing in de gemeentelijke opvang (volgens artikel 6, lid 1 van de RooO).

3

In afwijking van het eerste lid wordt als een belanghebbende zich vestigt in particuliere opvang opvang in Opmeer vanuit een andere gemeente het leefgeld toegekend per de datum van inschrijving in de BRP (volgens artikel 12, lid 1 van de RooO).

4

In afwijking van het eerste lid wordt als een belanghebbende zich vestigt in Opmeer vanuit het buitenland het leefgeld toegekend per de datum van inschrijving in de BRP.

Artikel

7

Hoogte van het leefgeld

1

De hoogte van het leefgeld is afhankelijk van de soort opvang waarin de belanghebbende verblijft en de grootte van het gezin.

2

De hoogte van het leefgeld wordt bepaald conform artikel 10 lid 2 van de RooO (gemeentelijke opvang), artikel 12 lid 3 (particuliere opvang) en artikel 12 lid 10 (zorginstelling).

3

Eventuele inkomsten worden gedeeltelijk in mindering gebracht als het inkomen minder bedraagt dan 115% van de toepasselijke leefgeldnorm, zodat per saldo de belanghebbende over een inkomen beschikt van 115% van de toepasselijke leefgeldnorm.

4

Indien één persoon of enkele personen van het gezin vertrekken of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is zonder het college daarover te informeren, kan de hoogte van het leefgeld worden aangepast aan de situatie van het gezin dat nog wel in de opvangvoorziening verblijft.

5

Het leefgeld wordt verstrekt per volledige maand behoudens:

  • Het een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 6, lid 2 t/m lid 4 van deze beleidsregels betreft. Dan wordt in de eerste maand van toekenning van leefgeld, het leefgeld naar rato van het aantal dagen in de maand waarop de belanghebbende aan de voorwaarden voor leefgeld voldoet verstrekt.

  • In de maand waarin een minderjarig kind in een gezin de leeftijd van 18 jaar bereikt, waarbij leefgeld van het gezin naar rato van het aantal dagen waarop het gezin aan de voorwaarden van leefgeld voldoet, wordt verstrekt.

Artikel

8

Betaling van het leefgeld

1

Uitbetaling van het leefgeld vindt plaats op een Nederlandse bankrekening, of in het geval dat het openen van een dergelijke bankrekening (nog) niet mogelijk is, op een door de gemeente Opmeer te verstrekken prepaid bankkaart (maatschappelijke pas van de BNG).

Artikel

9

Terugvordering van het leefgeld

1

Het college vordert teveel of ten onrechte verstrekt leefgeld van de belanghebbende terug.

2

Indien leefgeld is verstrekt aan een gezin, dan vordert het college het aan het gezin teveel of ten onrechte verstrekt leefgeld terug van de meerderjarige belanghebbende.

3

Het college vordert niet meer terug dan dat er verstrekt is.

4

Waar mogelijk verrekent de gemeente Opmeer het met het leefgeld.

5

Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het college besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.

Hoofdstuk

3

Eigen bijdrage gemeentelijke opvang

Artikel

10

Opleggen eigen bijdrage

1

De eigen bijdrage wordt bij beschikking opgelegd aan de meerderjarige belanghebbende en, indien van toepassing, diens meerderjarige gezinslid.

2

Het college brengt een eigen bijdrage in rekening bij de meerderjarige belanghebbende alsmede bij diens meerderjarige gezinslid, indien de meerderjarige belanghebbende of een meerderjarig gezinslid verblijft in een gemeentelijke opvang van de gemeente Opmeer en:

  • Inkomsten heeft, of

  • Het inlichtingenformulier niet op de afgesproken termijn invult, of

  • Inkomsten heeft verzwegen en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt.

3

In afwijking van het tweede lid onderdeel a, wordt geen eigen bijdrage opgelegd als het netto inkomen van de meerderjarige belanghebbende en diens meerderjarige gezinslid tezamen, onder aftrek van de eigen bijdrage, minder bedraagt dan 115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm.

4

De eigen bijdrage wordt niet geheven als dit zou leiden tot een onevenredige benadeling voor de meerderjarige belanghebbende en diens gezin (artikel 2b, 1e lid RooO).

Artikel

11

Hoogte eigen bijdrage

1.

De hoogte van de eigen bijdrage als bedoeld wordt vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de RooO.

Artikel

12

Betaling eigen bijdrage

1

De eigen bijdrage is maandelijks achteraf verschuldigd.

2

De eigen bijdrage is over een volledige kalendermaand verschuldigd.

3

Het college heeft de inning van de eigen bijdrage uitbesteedt aan WerkSaam.

4

Belanghebbenden kunnen betalingen direct doen aan WerkSaam of middels een automatische incasso.

5

De eigen bijdrage dient uiterlijk op de laatste dag van de maand te zijn betaald door overmaking op de daartoe aangewezen bankrekening van WerkSaam.

Artikel

13

Niet of niet meer voldoen van de eigen bijdrage

1

Belanghebbenden die niet voldoen aan de verplichting tot het betalen van de eigen bijdrage krijgen van WerkSaam een herinneringsbrief.

2

Indien de belanghebbende na deze herinnering niet voldoet aan de verplichting tot het betalen van de eigen bijdrage, volgt er een gesprek met een medewerker van de gemeente Opmeer.

3

Indien de belanghebbende daarna alsnog niet voldoet aan de verplichting tot het betalen van de eigen bijdrage, volgt een aanmaning en kan de vordering worden overgedragen aan een deurwaarder. De kosten die hieraan verbonden zijn kunnen voor rekening komen van de belanghebbende.

Hoofdstuk

3

Buitengewone kosten

Artikel

14

Aanvraag buitengewone kosten

1

Een aanvraag voor buitengewone kosten kan worden ingediend door middel van het daartoe bestemde formulier.

2

Het college verstrekt op aanvraag van de belanghebbende een vergoeding buitengewone kosten aan de belanghebbende en diens gezin.

3

Een vergoeding van buitengewone kosten wordt alleen betaald als het college van burgemeesters en wethouders toestemming heeft verleend voor het maken van deze kosten, met uitzondering van kosten die voortvloeien uit noodsituaties waarin geen mogelijkheid bestond tot het verzoeken om toestemming.

4

Het besluit van het college wordt schriftelijk medegedeeld.

Artikel

15

Recht op vergoeding en de hoogte van buitengewone kosten

1

Een recht op vergoeding van buitengewone kosten bestaat als de belanghebbende (en diens gezin):

  • In de gemeente Opmeer is ingeschreven in de BRP; en

  • Verblijft in een gemeentelijke opvangvoorziening of particuliere opvang in de gemeente Opmeer of in een zorginstelling, zoals bedoeld in artikel lid 10 van de RooO.

  • Noodzakelijke kosten heeft die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet door de belanghebbende zelf kan worden betaald.

2

De hoogte van de vergoeding van buitengewone kosten wordt vastgesteld op de feitelijke kosten, dan wel op een door het college in redelijkheid vast te stellen tegemoetkoming.

3

De verstrekking van de vergoeding van buitengewone kosten wordt ingetrokken als de noodzaak voor de kosten is komen te vervallen.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

16

Bezwaar en beroep

Op basis van artikel 6 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden in bezwaar en beroep tegen een besluit va het college van burgemeester en wethouders over de besluiten voor leefgeld, de opgelegde eigen bijdrage en de buitengewone kosten.

Artikel

17

Hardheidsclausule

Door of namens het college van burgemeester en wethouders kan met toepassing van artikel 4:84 van de Awb in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende worden afgeweken van deze beleidsregels, indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel

18

Inwerkingtreding en citeertitel

1

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de publicatie.

2

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Leefgeld Oekraïense ontheemden gemeente Opmeer.

Aldus vastgesteld op 23 juni 2026,

Het college van burgemeester en wethouders van Opmeer,

B.J. Göransson – van Kerkwijk

gemeentesecretaris

H.M. Wiersema

burgemeester