Officiële publicatie

Verkeersmaatregel Hertogsingel

Maastricht - opheffen individuele gehandicaptenparkeerplaats - Hertogsingel

Uitgever
Maastricht
Gepubliceerd
Kenmerk
gmb-2026-399354

Gemeenteblad, 2026, nr. 399354

Dit is een leesweergave van BouwRadar. Voor de authentieke publicatie, formele tekst en eventuele termijnen blijft de officiële bron leidend.

Tekst van de publicatie

Ruimte / Mobiliteit / 2026-2622143

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het opheffen van een individuele gehandicaptenparkeerplaats.

Overwegingen

De Hertogsingel is een gebiedsontsluitingsweg in de gemeente Maastricht. De betreffende straat is in beheer en onderhoud bij de gemeente Maastricht.

Ter hoogte van Hertogsingel 6a is een individuele gehandicaptenparkeerplaats aangewezen. Aangegeven is dat de toegewezen gehandicaptenparkeerplaats niet meer gebruikt wordt.

De individuele gehandicaptenparkeerplaats kan dan ook opgeheven worden zodat de parkeerplaats weer beschikbaar komt voor andere weggebruikers met een motorvoertuig.

Deze maatregel wordt genomen om de bruikbaarheid van de weg en de vrijheid van het verkeer te waarborgen c.q. in deze te vergroten voor verzoeker.

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht.

BESLUITEN:

  1. in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Hertogsingel in hun besluit van 19 november 2024, Ruimte / Mobiliteit / 2024-929598;

  2. door het verwijderen van het bord E6 van bijlage I van het RVV 1990 en onderbord OB309 (kenteken) de individuele gehandicaptenparkeerplaats ter hoogte van Hertogsingel 6a op te heffen;

Bestaande maatregelen die in stand worden gehouden

  1. de borden B1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden om de Hertogsingel aan te wijzen als voorrangsweg;

  2. de borden C15 van Bijlage I van het RVV 1990 om de hoofdrijbaan van de Hertogsingel gesloten te verklaren voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen;

  3. de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 om alle bestuurders te gebieden het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

  4. de borden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 om de vrijliggende paden aan beide zijden van de Hertogsingel, ter hoogte van het Brandenburgerplein, aan te wijzen als fiets/bromfietspad;

  5. de borden L3 van Bijlage I van het RVV 1990 de halte ten noorden van Het Tongerseplein, op de Hertogsingel aan te wijzen als bushalte;

  6. het woord “LIJNBUS” op het wegdek aan te wijzen als busstrook, als bedoeld in artikel 81 van het RVV 1990, op grond waarvan deze alleen door bestuurders van een lijnbus mag worden gebruikt, de strook ter hoogte van de bushalte ten noorden van het Tongerseplein;

  7. de zebramarkering aan te wijzen als voetgangersoversteekplaats, als bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990, de oversteekplaatsen:

    • ten noorden van het Tongerseplein;

    • ten noorden en ten zuiden van de kruising Hertogsingel/Calvariestraat/Brandenburgerplein;

    • ten zuiden van het Koningin Emmaplein.

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps.

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Noteborn,

voor deze,

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

Maastricht, 25 augustus 2026

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.