Tekst van de publicatie
Het college van burgemeester en wethouders van de Súdwest-Fryslân;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 15.3 tweede lid van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2026;
overwegende dat het starttarief als uitgangspunt wordt gehanteerd, behoudens situaties waarin toepassing leidt tot onredelijke gevolgen voor de inwoner en maatwerk geboden is;
besluit de volgende beleidsregels vast te stellen:
Beleidsregels starttarief Wmo-taxivervoer Súdwest-Fryslân
Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân;
draagkrachtnorm: norm voor financiële draagkracht, gebaseerd op Nibud-richtlijnen;
inwoner: inwoner als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo 2015 die ingezetene is van de gemeente Súdwest-Fryslân;
nihilstelling: het geheel of gedeeltelijk op nihilstellen van het starttarief;
ritbijdrage: bijdrage per kilometer;
starttarief: het vaste bedrag per rit voor gebruik van Wmo-taxivervoer;
verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2026;
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2025.
Artikel
2
Doel van de beleidsregels
Deze beleidsregels hebben als doel vast te leggen onder welke voorwaarden het starttarief voor Wmo-taxivervoer wordt verlaagd of op nihil wordt gesteld, teneinde te waarborgen dat inwoners als gevolg van dit starttarief niet worden belemmerd in hun zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.
Artikel
3
Reikwijdte
Deze beleidsregels zijn van toepassing op inwoners die gebruikmaken van Wmo-taxivervoer.
Deze beleidsregels zien uitsluitend op het starttarief als bedoeld in artikel 3.2 van het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân behorende bij de verordening en niet op de ritbijdrage per kilometer.
Artikel
4
Voorwaarden voor het verlagen of op nihil stellen van het starttarief
Het college kan het starttarief geheel of gedeeltelijk op nihil stellen indien sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden:
Maatwerkclausule indien sprake is van:
dreigende zorgmijding;
risico op verwaarlozing of vereenzaming; of
psychische of sociale kwetsbaarheid.
Afwijking op grond van artikel 15.3 van de verordening indien sprake is van:
een inkomen net boven de draagkrachtnorm, terwijl feitelijk geen bestedingsruimte aanwezig is; of
ernstige psychosociale problematiek.
Financiële problematiek indien sprake is van:
structurele schulden;
beslaglegging;
saneringstraject;
bewindvoering
waarbij het in stand houden van het starttarief leidt tot zorgmijding.
Bevordering van participatie indien:
vervoer noodzakelijk is voor het onderhouden van sociaal contact; en
het starttarief een drempel vormt voor maatschappelijke participatie.
Professionele signalering door onder andere:
zorgprofessionals (GGZ, huisarts, wijkverpleging);
maatschappelijk werk;
schuldhulpverlening.
Draagkrachtbeoordeling
de financiële draagkracht wordt beoordeeld aan de hand van inkomen en vermogen, in relatie tot de draagkrachtnorm;
indien een draagkrachtberekening aanwezig is mag deze niet ouder zijn dan drie maanden;
bij de beoordeling worden de richtlijnen van het Nibud toegepast;
naast de formele berekening wordt ook gekeken naar de feitelijke financiële situatie, waaronder vaste lasten en schulden.
Artikel
5
Voorliggende voorzieningen
Indien er sprake is van voorliggende of algemeen gebruikelijke voorzieningen die passend en toereikend zijn, wordt hiermee rekening gehouden bij de beoordeling.
Artikel
6
Herbeoordeling
Een besluit tot verlaging of kwijtschelding wordt jaarlijks herbeoordeeld.
In afwijking van het eerste lid kan een herbeoordeling eerder plaatsvinden indien zich wijzigingen voordoen in de omstandigheden die van invloed zijn op de beoordeling.
Artikel
7
Inwerkingtreding en citeertitel
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad en werken terug tot en met 1 januari 2026.
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels starttarief Wmo-taxivervoer Súdwest-Fryslân.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 11 augustus 2026,
mr. drs. J.A. de Vries, burgemeester
drs. C. Smits, gemeentesecretaris