Tekst van de publicatie
Gemeenteblad
Officiële uitgave van de gemeente Tynaarlo
Ontwerp wijziging Omgevingsplan Tynaarlo - 'Zuidlaarderweg 9, Tynaarlo'
Artikel
I
Burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo maken bekend dat de ontwerp wijziging van het Omgevingsplan Tynaarlo ‘Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo’ ter inzage wordt gelegd.
Artikel
II
De Ontwerp wijziging Omgevingsplan Tynaarlo - 'Zuidlaarderweg 9, Tynaarlo' is opgenomen in '
bijlage A
'.
Bijlage
A
A
Na afdeling 21.1 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
AFDELING
21.2
Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo
§
21.2.1
Algemene bepalingen
Artikel
21.14
Toepassingsbereik
1
In afwijking van het bepaalde in artikel 6 van het bestemmingsplan "Tynaarlo kern", dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, geldt dat op de locatie Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo is toegestaan:
a.
de gebruiksactiviteiten, zoals opgenomen in § 21.2.2.1;
b.
de bouwactiviteiten, zoals opgenomen in § 21.2.2.2.
2
Op de locatie Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo komen de regels die zijn opgenomen in artikel 6, van het bestemmingsplan "Tynaarlo kern", zoals opgenomen in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet, te vervallen;
Artikel
21.15
Voorrangsbepaling
1
Wanneer artikel 21.14 in strijd is met hoofdstuk 2 van het bestemmingsplan "Tynaarlo kern", dan gaat paragraaf § 21.2.2 voor op hetgeen bepaald is in het bestemmingsplan dat deel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
2
Voor het overige blijft het tijdelijk deel van het omgevingsplan onverkort gelden op de locatie Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo.
Artikel
21.16
Verbodsbepaling
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de in paragraaf § 21.2.2 aan de locatie toegedeelde functies.
Artikel
21.17
Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van deze afdeling.
§
21.2.2
Woongebied
§
21.2.2.1
Gebruiksactiviteiten
Artikel
21.18
Toepassingsbereik
Deze subparagraaf gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken binnen de functie woongebied.
Artikel
21.19
Oogmerken
De regels in deze subparagraaf zijn opgesteld met het oog op het toelaten van de functie wonen.
Artikel
21.2
Gebruiksactiviteiten toegestaan
1
Gronden en bouwwerken binnen de functie woongebied mogen worden gebruikt voor de volgende activiteiten:
a.
wonen;
b.
aan huis verbonden beroepen;
Aan huis verbonden beroepen zijn toegestaan, voorzover wordt voldaan aan de volgende criteria:
1. de woonfunctie moet in ruimtelijke en visuele zin primair blijven;
2. de aan huis verbonden activiteiten ten behoeve van het beroep mogen zowel in het hoofdgebouw als in een al dan niet vrijstaand bijgebouw worden verricht;
3. het beroep dient te worden uitgeoefend door de bewoner van de woning;
4. het deel van de voor uitoefening van een aan huis verbonden beroep mag tot 30% van de met omgevingsvergunning gerealiseerde oppervlakte van het hoofd- en bijgebouw met een maximum van 45 m2 bedragen, met dien verstande dat de aan huis verbonden activiteiten plaatsvinden in een afgebakend en/of helder begrensd deel van het hoofdgebouw- en/of bijgebouw;
5. vanuit de woning mag geen detailhandel, horeca en groothandel plaatsvinden, ook mag geen prostitutie- of seksinrichting worden opgericht;
6. er dient te worden geparkeerd op eigen terrein;
7. het aanbrengen van reclame-uitingen van beperkte omvang in de tuin of aan het pand zijn slechts toegestaan indien deze niet hoger zijn dan 1 m en geen grotere oppervlakte hebben dan 0,5 m2. Lichtreclame is niet toegestaan;
8. buitenopslag is niet toegestaan.
2
De in het eerste lid toegestane gebruiksactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan indien wordt voorzien in de landschappelijke inpassing van het als woongebied aangewezen gebied conform het landschappelijk inpassingsplan d.d. 25-9-2024.
Artikel
21.21
Ondergeschikte voorzieningen
Ondergeschikt aan de toegestane gebruiksactiviteiten mogen de gronden en bouwwerken binnen deze functie worden gebruikt voor:
a.
terreinen, parkeervoorzieningen, water en watergangen, bruggen, straten en paden;
b.
nutsvoorzieningen;
c.
waterhuishoudkundige voorzieningen;
d.
groenvoorzieningen.
§
21.2.2.2
Bouwactiviteiten
Artikel
21.22
Toepassingsbereik
Voor het verrichten van bouwactiviteiten gelden de in deze subparagraaf opgenomen beoordelingsregels.
Artikel
21.23
Bouwen van hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen, inclusief aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen, aangebouwde overkappingen en ondergrondse bouwwerken met een ruimtelijke uitstraling, gelden de onderstaande regels als bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, onder a:
a.
Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van een bouwvlak;
b.
Het aantal woningen bedraagt niet meer dan één;
c.
de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bedraagt niet minder dan 1 m;
d.
de goothoogte bedraagt niet meer dan 5 m;
e.
de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 9,5 m;
f.
de dakhelling bedraagt niet minder dan 30°;
g.
van een bouwperceel mag niet meer dan 50% worden bebouwd;
h.
in afwijking van het bepaalde onder a mogen dakoverstekken en veranda's buiten het bouwvlak worden gebouwd.
Artikel
21.24
Geluidbelasting wegverkeer
1
Voor het bouwen van een gebouw ter plaatse van het bouwvlak geldt dat bij ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding 'niet-geluidgevoelige gevel de gevel van een gebouw'' moet worden uitgevoerd als niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen.
2
Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouw van een gebouw ter plaatse van het bouwvlak geldt dat de aanvraag moet worden voorzien van een gevelweringsonderzoek waaruit blijkt dat een binnenniveau voor geluidbelasting van 33 dB gegarandeerd is.
3
Ter plaatse van het werkingsgebied "plangebied" geldt een omgevingswaarde van maximaal 57 dB voor geluidbelasting van een geluidgevoelige gevel door wegverkeer.
Artikel
21.25
Bouwen van bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, gelden de onderstaande regels als bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, onder a:
a.
er dient minimaal 1 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd;
b.
er wordt op de perceelgrens gebouwd of op minimaal 1 m uit de perceelgrens;
c.
de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan respectievelijk 3 m en 6 m, met dien verstande dat in geval van platte afdekking de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt;
d.
de gezamenlijke oppervlakte bedraagt niet meer dan 100 m², met inachtneming van de regel dat niet meer dan 50% van een bouwperceel mag worden bebouwd;
e.
in afwijking van het bepaalde onder a mag uitsluitend een bij het hoofdgebouw aangebouwd bijbehorend bouwwerk maximaal 2 meter vóór het verlengde van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw worden gebouwd.
Artikel
21.26
Bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat:
a.
de bouwhoogte op tuinen en erven niet meer bedraagt dan 3 m, met uitzondering van vlaggenmasten, waarvoor geldt dat de bouwhoogte van vlaggenmasten niet meer dan 6 m bedraagt en maximaal één mast per erf mag worden opgericht;
b.
niet meer dan 50% van een bouwperceel mag worden bebouwd met bouwwerken;
c.
de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevel ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbare weg (niet zijnde een brandgang tussen twee gebouwen) of openbaar groengebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt;
d.
hetgeen bepaald in lid c is niet van toepassing op groene erf- en terreinafscheidingen welke onderdeel zijn van het landschappelijk inpassingsplan.
§
21.1.3
Overgangsrecht
Artikel
21.27
Overgangsrecht bouwwerken
Overgangsrecht bouwwerken
a.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit voor de locatie Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen en afwijkt van deze afdeling, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
1
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%.
c.
Het bepaalde sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit voor de locatie Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Artikel
21.28
Overgangsrecht gebruiken
Overgangsrecht gebruiken
a.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het het wijzigingsbesluit voor de locatie Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo, en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
b.
Het is verboden het met het wijzigingsbesluit voor de locatie Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo, strijdige gebruik, bedoeld sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
c.
Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit voor de locatie Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo, voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
d.
Het bepaalde sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
B
Afdeling 21.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AFDELING
21.2
C
Het opschrift van artikel 21.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.14
21.29
Toepassingsbereik
1
Afdeling 21.3 gaat over activiteiten die plaatsvinden in de gemeente Tynaarlo tijdens de transitiefase van het omgevingsplan, ter plaatse van het perceel Heiveen 2, Midlaren.
D
Het opschrift van artikel 21.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.15
21.3
Voorrangsbepalingen
1
De volgende regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan hebben voorrang op de regels in deze afdeling:
a.
de regels van het Facetbestemmingsplan kleinschalige windturbines Buitengebied, van de gemeente Tynaarlo, vastgesteld op 12-05-2020, met identificatienummer NL.IMRO.1730.BPfacetwindBuTy-0401;
b.
de regels betreffende de algemene regels uit hoofdstuk 3 en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Es', 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en 'Waarde - Archeologie 2' in het bestemmingsplan Buitengebied Tynaarlo, van de gemeente Tynaarlo, vastgesteld op 28-05-2013, met identificatienummer NL.IMRO.1730.BPbuitengebied-0403;
c.
de regels betreffende artikel 18 sub 18.1 'Parkeergelegenheid en los- en laadmogelijkheden' uit hoofdstuk 3 algemene regels in het Veegplan bestemmingsplannen Tynaarlo, vastgesteld op 12-11-2024, met identificatienummer NL.IMRO.1730.BPVeegplanTyn-0401.
2
De regels in AFDELING 21.3 gaan voor op de regels betreffende de enkelbestemming 'agrarisch - 1' en de inleidende regels van het bestemmingsplan Buitengebied Tynaarlo, van de gemeente Tynaarlo, vastgesteld op 28-05-2013, met identificatienummer NL.IMRO.1730.BPbuitengebied-0403 in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan en voor op de regels betreffende de enkelbestemming 'wonen' van het bestemmingsplan Buitengebied Tynaarlo, partiële herziening, van de gemeente Tynaarlo, vastgesteld op 21-11-2017, met identificatienummer NL.IMRO.1730.BPBuitengebiedPH-0401 in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan.
E
Artikel 21.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.16
21.31
Meetbepalingen
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in artikel 21.421.55 tot en met artikel 21.4321.58:
a.
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. Voor zover in de regels een dakhelling is voorgeschreven is deze niet van toepassing op dakkapellen en op dakvlakken die niet evenwijdig aan de noklijn zijn gelegen en andere ondergeschikte dakvlakken;
b.
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Voor zover in de regels een goothoogte is voorgeschreven is deze niet van toepassing op dakkapellen en op dakvlakken die niet evenwijdig aan de noklijn zijn gelegen en andere ondergeschikte dakvlakken;
c.
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
d.
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
e.
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
f.
de oppervlakte van een overkapping:
tussen de buitenwerkse constructiedelen, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
g.
de afstand tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel:
de kortste afstand vanaf enig punt van een bouwwerk tot de grens van een bouwperceel.
F
Het opschrift van artikel 21.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.17
21.32
Aanvraagvereisten
G
Het opschrift van artikel 21.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.18
21.33
Toepassingsbereik
Subparagraaf 21.3.2.1 gaat over regels die van toepassing zijn op de gebruiksactiviteiten in functie Agrarisch Heiveen 2 Midlaren.
H
Het opschrift van artikel 21.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.19
21.34
Gebruiksactiviteiten toegestaan
Ter plaatse van de functie Agrarisch Heiveen 2 Midlaren binnen het gebied Heiveen 2 Midlaren is het toegestaan gronden te gebruiken voor de volgende gebruiksactiviteiten:
a.
de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven;
b.
de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in combinatie met een bestaande niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, uitsluitend overeenkomstig bestaand;
c.
cultuurgrond;
d.
recreatief medegebruik, in die zin dat het zich beperkt tot de inrichting en het gebruik van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van;
1
voet-, fiets- en ruiterpaden;
2
picknickplaatsen;
3
parkeervoorzieningen;
4
visoevers; en
5
naar aard gelijk te stellen voorzieningen;
e.
behoud van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden;
f.
behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke waarden;
g.
het behoud en de bescherming van mogelijke archeologisch en cultuurhistorisch waardevolle pingoruïnes;
h.
met de daarbij behorende:
1
wegen en waterlopen, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen en overige infrastructurele voorzieningen;
2
nutsvoorzieningen;
3
waterhuishoudkundige voorzieningen;
4
groenvoorzieningen.
I
Het opschrift van artikel 21.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.2
21.35
Verboden gebruiksactiviteiten
Ter plaatse van de functie Agrarisch Heiveen 2 Midlaren binnen het gebied Heiveen 2 Midlaren is het verboden gronden en bouwwerken te gebruiken voor:
a.
het opwekken van elektriciteit door middel van (co-)vergisting;
b.
reclamedoeleinden anders dan voor het op de gronden gevestigde bedrijf;
c.
gestapelde stallen;
d.
detailhandel;
e.
het opslaan van mest en andere (agrarische) producten, anders dan tijdelijke opslag (maximaal 6 maanden).
J
Het opschrift van artikel 21.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.21
21.36
Aanwijzing vergunningplicht gebruik van paardenbakken
K
Artikel 21.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.22
21.37
Beoordelingsregels vergunningplicht gebruik van paardenbak
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 21.2121.36 wordt verleend als:
a.
de oppervlakte van het perceel bedraagt minimaal 1.500 m2;
b.
de paardenbak dient te worden geplaatst op of aan het bouwperceel van de aanvrager, binnen een afstand van 30 m van de woning;
c.
de afstand tot de woning van derden bedraagt minimaal 20 m;
d.
de afstand tot het perceel van derden bedraagt minimaal 3 m;
e.
de paardenbak mag geen significante negatieve effecten op de omgeving en de kwaliteit van de woonomgeving van derden hebben;
f.
per woning is maximaal één paardenbak toegestaan;
g.
er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing van de paardenbak, waarbij nadere eisen kunnen worden gesteld aan de oppervlakte van de paardenbak en de verschijningsvorm en (de plaats van) lichtmasten.
L
Het opschrift van artikel 21.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.23
21.38
Toepassingsbereik
subparagraaf 21.3.2.2 gaat over regels die van toepassing zijn op de bouwactiviteiten in functie Agrarisch Heiveen 2 Midlaren.
M
Het opschrift van artikel 21.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.24
21.39
Gebouwen en overkappingen
N
Het opschrift van artikel 21.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.25
21.4
Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:
a.
de bouwhoogte is maximaal 3 m;
b.
mestsilo's, sleufsilo's en tunnelkassen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
c.
omheiningen ten behoeve van paardenbakken zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan, waarbij de afstand tot de perceelgrens ten minste 3 m bedraagt. De hoogte van omheiningen van paardenbakken bedraagt ten hoogste 2 m en het omheind oppervlak bedraagt maximaal 1.200 m².
O
Het opschrift van artikel 21.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.26
21.41
Aanvullende beoordelingsregels vergunningplichtige bouwactiviteiten
1
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische en cultuurhistorische waarden, het bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersituatie en de woonsituatie, ten behoeve van de bouw van lichtmasten ten behoeve van paardenbakken, met dien verstande dat:
a.
de hoogte maximaal 4 m bedraagt;
b.
het aantal niet meer dan zes bedraagt;
c.
de lichtmasten uitsluitend zijn gericht op de paardenbak.
2
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische en cultuurhistorische waarden, het bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersituatie en de woonsituatie, ten behoeve van de bouw van omheiningen ten behoeve van paardenbakken, met dien verstande dat:
a.
de afstand tot de perceelgrens ten minste 3 m bedraagt;
b.
de hoogte niet meer bedraagt dan 2 m;
c.
het omheind oppervlak niet meer bedraagt dan 800 m2;
d.
de paardenbak dient te worden geplaatst op of aan het bouwperceel van de aanvrager, binnen een afstand van 30 m van de woning;
e.
de afstand tot de woning van derden bedraagt minimaal 20 m;
f.
de afstand tot het perceel van derden bedraagt minimaal 3 m;
g.
de paardenbak dient wat betreft kleur- en materiaalgebruik passend te zijn in het buitengebied, met dien verstande dat de paardenbak niet is voorzien van bestrating of andere verharding.
P
Artikel 21.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.27
21.42
Maatwerkvoorschriften
1
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over:
a.
de plaats van bebouwing, waaronder lichtmasten;
b.
de (transparante) vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met name afrasteringen en omheiningen.
2
Het maatwerkvoorschrift, bedoeld in artikel 21.2721.42, eerste lid, kan worden gesteld onder de voorwaarde dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, het landschaps- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, het uitzicht van woningen en de verkeersveiligheid.
Q
Het opschrift van artikel 21.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.28
21.43
Toepassingsbereik
Subparagraaf 21.3.2.3 gaat over regels die van toepassing zijn op de aanlegactiviteiten in functie Agrarisch Heiveen 2 Midlaren.
R
Artikel 21.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.29
21.44
Aanwijzing vergunningplicht uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
1
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten uit te voeren:
a.
het aanplanten van bomen en/of houtgewas, niet zijnde bomen en/of houtgewas onderdeel uitmakend van een grondgebonden agrarische teelt;
b.
het aanleggen en/of verharden van wegen, voet-, fiets- en ruiterpaden en dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
c.
het verwijderen van kleinschalige natuurelementen zoals bos, houtwal, bossingel, bomenlaan en bomenrij, niet zijnde bomen en/of houtgewas onderdeel uitmakend van een grondgebonden agrarische teelt.
2
Het verbod als bedoeld in artikel 21.2921.44, eerste lid sub a geldt niet voor werken en werkzaamheden, die:
a.
het normale onderhoud en/of het normale agrarische gebruik betreffen;
b.
reeds in uitvoering zijn of aanwezig zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
c.
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.
S
Artikel 21.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.3
21.45
Beoordelingsregels vergunningplicht uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 21.2921.44, eerste lid, wordt verleend als:
a.
voor sub a, b en c geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden.
T
Het opschrift van artikel 21.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.31
21.46
Toepassingsbereik
Deze subparagraaf gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken binnen de functie Wonen Heiveen 2 Midlaren in het gebied Heiveen 2 Midlaren.
U
Het opschrift van artikel 21.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.32
21.47
Algemeen gebruiksverbod
V
Het opschrift van artikel 21.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.33
21.48
Gebruiksactiviteiten toegestaan
Ter plaatse van de functie Wonen Heiveen 2 Midlaren is het uitsluitend toegestaan gronden te gebruiken voor de volgende gebruiksactiviteiten:
a.
wonen, al dan niet in combinatie met:
1
een aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten in de milieucategorieën 1 en 2, die zijn genoemd in de bij deze regels behorende Bijlage IV Staat van bedrijven, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid;
2
een bed and breakfast;
b.
tuinen, erven, terreinen, parkeervoorzieningen, water en watergangen, straten en paden;
c.
nutsvoorzieningen;
d.
waterhuishoudkundige voorzieningen;
e.
groenvoorzieningen.
W
Het opschrift van artikel 21.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.34
21.49
Algemene regels over wonen
1
het volgende gebruik is toegestaan bij de functie Wonen Heiveen 2 Midlaren: het gebruik van de gebouwen voor een bed and breakfastvoorziening, uitsluitend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a.
de vestiging van een bed and breakfast wordt gerealiseerd binnen de woning, waarbij geen afzonderlijke entree en/of oprit wordt aangelegd;
b.
er mag aan maximaal vier personen nachtverblijf worden verschaft;
c.
het aantal slaapkamers bedraagt niet meer dan twee;
d.
de oppervlakte van de bed and breakfast bedraagt niet meer dan 30% van het bestaande vloeroppervlak van de woning, waarbij de totale oppervlakte ten hoogste 45 m2 bedraagt;
e.
een bed and breakfast mag geen tekenen van een wooneenheid vertonen, zoals een keuken. Eigen sanitaire voorzieningen zijn wel toegestaan;
f.
een bed and breakfast dient te worden geëxploiteerd door de bewoner van de woning;
g.
het aanbrengen van reclame-uitingen van beperkte omvang in de tuin of aan het pand is slechts toegestaan indien deze niet hoger zijn dan 1 m en geen grotere oppervlakte hebben dan 0,5 m2. Lichtreclame is niet toegestaan;
h.
parkeren vindt plaats op eigen terrein.
2
het volgende gebruik is toegestaan bij de functie Wonen Heiveen 2 Midlaren: het gebruik van gedeelten van een woning, inclusief een bijbehorend bouwwerk bij de woning, voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijf uit categorie 1 of 2, die zijn genoemd in de bij deze regels behorende Bijlage IV Staat van bedrijven, met inachtneming van de volgende regels:
a.
de woonfunctie moet in ruimtelijke en visuele zin primair blijven;
b.
de aan huis verbonden activiteiten ten behoeve van het beroep/bedrijf mogen zowel in het hoofdgebouw als in een al dan niet vrijstaand bijgebouw worden verricht;
c.
het beroep/bedrijf dient te worden uitgeoefend door de bewoner van de woning;
d.
het deel voor uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf mag tot 30% van de vloeroppervlakte van het hoofd- en bijgebouw bedragen, met een maximum oppervlakte van 45 m2;
e.
vanuit de woning mogen geen detailhandel, horeca en groothandel plaatsvinden;
f.
parkeren vindt plaats op eigen terrein;
g.
uitsluitend bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan indien deze voorkomen in, of gelijk te stellen zijn aan, de in Bijlage III Lijst met aanvaardbare vormen van aan huis verbonden bedrijvigheid opgenomen niet-limitatieve lijst van aanvaardbare vormen van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten;
h.
buitenopslag is niet toegestaan;
i.
het aanbrengen van reclame-uitingen van beperkte omvang in de tuin of aan het pand is slechts toegestaan indien deze niet hoger zijn dan 1 m en geen grotere oppervlakte hebben dan 0,5 m2. Lichtreclame is niet toegestaan.
3
Het is verboden om de gronden en bouwwerken binnen de functie Wonen Heiveen 2 Midlaren te gebruiken voor
a.
reclamedoeleinden anders dan voor het op de gronden gevestigde beroep of bedrijf.
X
Het opschrift van artikel 21.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.35
21.5
Aanwijzing vergunningplicht gebruik van paardenbak
Y
Artikel 21.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.36
21.51
Beoordelingsregels vergunningplicht gebruik van paardenbak
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 21.3521.5, wordt verleend als:
a.
de oppervlakte van het perceel minimaal 1.500 m2 is;
b.
de oppervlakte van de paardenbak mag maximaal 800 m2 zijn;
c.
de paardenbak geplaatst is op of aan het bouwperceel van de aanvrager, binnen een afstand van 30 m van de woning;
d.
de afstand tot het woning van derden minimaal 20 m is; deze afstand geldt ook voor recreatiewoningen;
e.
de afstand tot het perceel van derden minimaal 3 m is;
f.
de paardenbak geen significant negatieve effecten op de omgeving en de kwaliteit van de woonomgeving van derden heeft;
g.
per woning wordt minimaal één paardenbak toegestaan;
h.
de paardenbak wat betreft kleur- en materiaalgebruik passend is in het buitengebied;
i.
de paardenbak voorzien is van bestrating of andere verharding;
j.
de verlichting bij de paardenbak niet meer dan 60 LUX/m2 produceert, gemeten 1 m boven de bodem van de paardenbak;
k.
de verlichting niet tussen 23:00 uur en 07:00 uur wordt gebruikt;
l.
er sprake is van een goede landschappelijke inpassing, waarbij bij de oppervlakte van de paardenbak en de verschijningsvorm (en de plaats) van lichtmasten rekening wordt gehouden met de goede landschappelijke inpassing.
Z
Het opschrift van artikel 21.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.37
21.52
Aanwijzing vergunningplicht gebruik van bed and breakfast
Het is verboden zonder omgevingsvergunning:
a.
bouwwerken te gebruiken voor een grotere bed and breakfast;
b.
een bed en breakfast in bijgebouwen te realiseren.
AA
Artikel 21.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.38
21.53
Beoordelingsregels vergunningplicht uitbreiding bed and breakfastregeling
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 21.3721.52, wordt verleend als:
a.
de vestiging van de bed and breakfast gerealiseerd wordt binnen de woning of in bijgebouwen waarbij geen afzonderlijke entree of oprit worden aangelegd;
b.
per bouwperceel mag aan maximaal acht personen nachtverblijf worden geboden;
c.
per bouwperceel mag het aantal slaapkamers maximaal vier zijn;
d.
de oppervlakte van de bed and breakfast mag maximaal 30% van het bestaandevloeroppervlak van de woning en bijgebouwen zijn, waarbij de totale vloeroppervlakte ten behoeve van een bed and breakfast per bouwperceel maximaal 100 m2 zijn;
e.
de bed and breakfast geen tekenen vertoont van een wooneenheid, zoals een keuken. Eigen sanitaire voorzieningen zijn wel toegestaan;
f.
de bed and breakfast geëxploiteerd wordt door de bewoner van de woning;
g.
het aanbrengen van reclame-uitingen van beperkte omvang in de tuin of aan het pand is toegestaan met een maximum hoogte van 1 m en een maximum oppervlakte van 0,5 m2; lichtreclame is niet toegestaan;
h.
parkeren vindt plaats op eigen terrein;
i.
het gebruik geen nadelige invloed heeft op de verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter plaatse;
j.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, waaronder onder andere belemmeringen voor de ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven worden verstaan.
BB
Het opschrift van artikel 21.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.39
21.54
Toepassingsbereik
§ 21.3.3.3 gaat over regels die van toepassing zijn op de bouwactiviteiten in functie Wonen Heiveen 2 Midlaren binnen het gebied Heiveen 2 Midlaren.
CC
Artikel 21.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.4
21.55
Beoordelingsregels omgevingsvergunning hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a de volgende bouwregels:
a.
het aantal wooneenheden bedraagt ten hoogste het bestaande aantal per bouwperceel;
b.
de oppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 225 m2, dan wel de bestaande oppervlakte als deze meer is;
c.
de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens is minimaal 3 m, dan wel de bestaande afstand indien deze minder bedraagt;
d.
de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 9 m, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt;
e.
de goothoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m, dan wel de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt;
f.
het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap, waarvan de helling minimaal 30° en maximaal 60° dient te bedragen;
g.
aan- en uitbouwen dienen aan het hiervoor gestelde te voldoen danwel aan het bepaalde voor bijgebouwen en overkappingen als bedoeld in artikel 21.4121.56.
DD
Het opschrift van artikel 21.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.41
21.56
Beoordelingsregels omgevingsvergunning bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a de volgende bouwregels:
a.
bijgebouwen en overkappingen worden in het achterfgebied gebouwd;
b.
de afstand van de dichtsbijzijnde gevel van een bijgebouwen of overkapping tot het hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 25 m;
c.
in afwijking van het gestelde onder a mag worden gebouwd buiten het achtererfgebied als het gaat om vervanging van een bestaandebijgebouwen of overkapping dat buiten het achtererfgebied is gebouwd, met dien verstande dat de oppervlakte niet toeneemt;
d.
de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6 m, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt. In het geval dat een bijgebouw plat wordt afgedekt, bedraagt de bouwhoogte ten hoogste 3,5 m;
e.
de goothoogte bedraagt niet meer dan 3,5 m, dan wel de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt;
f.
de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen die niet voldoen aan de eisen van het hoofdgebouw, bedraagt niet meer dan:
1
in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk is aan 900 m2: 175 m2;
2
in geval van een bebouwingsgebied groter dan 900 m2: 175 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 900 m2, tot een maximum van in totaal 225 m2.
EE
Het opschrift van artikel 21.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.42
21.57
Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a de volgende regels:
a.
omheiningen ten behoeve van paardenbakken zijn niet toegestaan, anders dan conform de bestaande situatie;
b.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m;
c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 3 m.
FF
Artikel 21.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.43
21.58
Aanvullende beoordelingsregels voor vergunningplichtige bouwactiviteiten
1
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische en cultuurhistorische waarden, het bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersituatie en de woonsituatie, in de volgende gevallen en in afwijking van:
Het bepaalde in artikel 21.421.55, onder a, voor het realiseren/de bouw van meerdere woningen in een bestaandhoofdgebouw (woningsplitsing), met dien verstande dat:
a.
per woning ten minste één parkeerplaats op eigen erf wordt gerealiseerd;
b.
het aantal woningen in het gebouw is maximaal drie;
c.
de oppervlakte is minimaal 200 m2,;
d.
de bouwmassa en karakteristieke hoofdvorm van de woning na splitsing blijft gehandhaafd;
e.
de ontsluiting plaatsvindt via de bestaande in-/uitrit;
f.
een verzoek gepaard gaat met een erfinrichtingsplan;
g.
eventueel op het perceel voorkomende landschapsontsierende voormalig agrarische bebouwing geheel wordt gesloopt;
h.
ter plekke een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en omliggende bedrijven niet onevenredig worden aangetast in de bedrijfsvoering;
2
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische en cultuurhistorische waarden, het bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersituatie en de woonsituatie, in de volgende gevallen en in afwijking van:
a.
artikel 21.421.55 sub b, d en e voor het afwijken tot maximaal 5% van de maatvoering;
b.
artikel 21.421.55 sub b voor een grotere oppervlakte van een hoofdgebouw met een maximum van 300 m2.
3
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische en cultuurhistorische waarden, het bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersituatie en de woonsituatie, in de volgende gevallen en in afwijking van artikel 21.421.55 sub f voor een geringere dakhelling en/of platte afdekking of andere afwijkende dakvorm.
4
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische en cultuurhistorische waarden, het bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersituatie en de woonsituatie, in de volgende gevallen en in afwijking van:
a.
artikel 21.4121.56 sub a voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen buiten het achtererfgebied;
b.
artikel 21.4121.56 sub f voor het toestaan van een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen, te realiseren via vervangende nieuwbouw (saneringsregeling), met dien verstande dat:
1
indien in de bestaande situatie meer dan 175 m2, maar niet meer dan 500 m2 aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen aanwezig is, na sloop van deze bijbehorende bouwwerken eenmalig maximaal 175 m2 vermeerderd met 50% van de bestaande oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen boven de 175 m2 mag worden teruggebouwd;
2
in aanvulling op het bepaalde sub 1 geldt dat indien in de bestaande situatie meer dan 500 m2 aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen aanwezig is, na sloop van deze bijbehorende bouwwerken en overkappingen eenmalig maximaal 175 m2 vermeerderd met 20% van de bestaande oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen boven de 500 m2 mag worden teruggebouwd;
3
op het perceel niet tevens gebruik is gemaakt van een Ruimte voor Ruimte-regeling.
5
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische en cultuurhistorische waarden, het bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersituatie en de woonsituatie, in de volgende gevallen en in afwijking van het bepaalde in artikel 21.4221.57, onder a, ten behoeve van de bouw van omheiningen ten behoeve van toegestane paardenbakken, met dien verstande dat:
a.
de afstand tot de perceelgrens ten minste 3 m bedraagt;
b.
de hoogte niet meer bedraagt dan 2 m;
c.
het omheind oppervlakte niet meer bedraagt dan 800 m2;
d.
in geval van een nieuwe paardenbak tevens de in artikel 21.3621.51 genoemde omgevingsvergunning dient te zijn verleend.
6
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische en cultuurhistorische waarden, het bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersituatie en de woonsituatie, in de volgende gevallen en in afwijking van het bepaalde in artikel 21.4221.57, onder c, voor het bouwen van lichtmasten bij toegestane paardenbakken, als:
a.
de hoogte maximaal 3,5 m is;
b.
het aantal niet meer dan zes is;
c.
de lichtmasten uitsluitend gericht zijn op de paardenbak.
7
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische en cultuurhistorische waarden, het bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersituatie en de woonsituatie, in de volgende gevallen en in afwijking van het bepaalde in artikel 21.4221.57, onder c, voor een maximale bouwhoogte van 8 meter voor bouwwerken, geen gebouw zijnde.
GG
Artikel 21.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.44
21.59
Maatwerkvoorschriften
1
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over:
a.
de plaats van bebouwing, waaronder lichtmasten;
b.
de (transparante) vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met name afrasteringen en omheiningen.
2
Het maatwerkvoorschrift, bedoeld in artikel 21.4421.59, eerste lid, kan worden gesteld onder de voorwaarde dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, het landschaps- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, het uitzicht van woningen en de verkeersveiligheid.
HH
Het opschrift van artikel 21.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.45
21.6
Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het overgangsrecht voor gebruik en voor bouwen in het gebied Heiveen 2 Midlaren.
II
Het opschrift van artikel 21.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.46
21.61
Overgangsrecht gebruiksactiviteiten
1
Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.3 Heiveen 2 Midlaren en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
2
Het is verboden het met de wijziging van dit omgevingsplan strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met de wijziging van dit omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind
3
Als het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.3 Heiveen 2 Midlaren voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of laten hervatten.
4
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, onderdeel van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
JJ
Het opschrift van artikel 21.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.47
21.62
Overgangsrecht bouwactiviteiten
1
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.3 Heiveen 2 Midlaren aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd op grond van een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken en afwijkt van deze wijziging, mag, onder de voorwaarden dat de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
a.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
b.
na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, onder de voorwaarden dat de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.
2
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning eenmalig afwijken van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
3
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van dit omgevingsplan door toevoeging van afdeling 21.3 Heiveen 2 Midlaren, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, onderdeel van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan
KK
Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bijlage
II
Informatie-objecten
Agrarisch Heiveen 2 Midlaren
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_6d28731f8a47400e9e5cd7d6b679a822/nld@2026-04-14;1
Heiveen 2 Midlaren
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_2cd271af02984063b6303e261f0c0c60/nld@2026-04-14;1
Klein Boerenbos
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_2700d141eba74cd49fad7ae1526da002/nld@2026-02-11;1
Lijst met aanvaardbare vormen van aan huis verbonden bedrijvigheid
/join/id/regdata/gm1730/2026/Lijst_met_aanvaardbare_vormen_van_aan_huis_verbonden_bedrijvigheid/nld@2026-04-14;1
Natuur
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_1b9a664885b9421889eb52c86d89a690/nld@2026-02-11;1
Staat van bedrijven
/join/id/regdata/gm1730/2026/Staat_van_bedrijven/nld@2026-04-14;1
Waarde - Archeologie vrijgegeven
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_b0590e3126764cdd96c4b205a5c21791/nld@2026-02-11;1
Wonen Heiveen 2 Midlaren
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_3dc566ef20494712853fedcbd1a490fe/nld@2026-04-14;1
Agrarisch Heiveen 2 Midlaren
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_6d28731f8a47400e9e5cd7d6b679a822/nld@2026-04-14;1
Heiveen 2 Midlaren
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_2cd271af02984063b6303e261f0c0c60/nld@2026-04-14;1
Klein Boerenbos
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_2700d141eba74cd49fad7ae1526da002/nld@2026-02-11;1
Lijst met aanvaardbare vormen van aan huis verbonden bedrijvigheid
/join/id/regdata/gm1730/2026/Lijst_met_aanvaardbare_vormen_van_aan_huis_verbonden_bedrijvigheid/nld@2026-04-14;1
Natuur
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_1b9a664885b9421889eb52c86d89a690/nld@2026-02-11;1
specifieke bouwaanduiding 'niet-geluidgevoelige gevel' ◄ regels: 1; groepen: 1
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_100fbc5a8e2749cbb790484136d2ccb4/nld@2026-09-01;1
Staat van bedrijven
/join/id/regdata/gm1730/2026/Staat_van_bedrijven/nld@2026-04-14;1
Waarde - Archeologie vrijgegeven
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_b0590e3126764cdd96c4b205a5c21791/nld@2026-02-11;1
Wonen Heiveen 2 Midlaren
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_3dc566ef20494712853fedcbd1a490fe/nld@2026-04-14;1
Woongebied
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_b7f7db7920244f278ac9aa863242df7a/nld@2026-09-01;1
Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_a411f8d052964864bc4b685e248f7f65/nld@2026-09-01;1
Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo bouwvlak ◄ regels: 1; groepen: 1
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_d4d041c0f0ed4188ad6524bf3afdf788/nld@2026-09-01;1
Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo plangebied ◄ regels: 2; groepen: 1
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_5d32d4e5348c4a06affce7426d0119f0/nld@2026-09-01;1
Zuidlaarderweg 9 Tynaarlo woongebied ◄ regels: 6; groepen: 1
/join/id/regdata/gm1730/2026/locatiegroep_29be2d3418b5489881181bba7ea01ffa/nld@2026-09-01;1
LL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel
21.42
21.57
Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
Motivering
I
Motivering wijziging Omgevingsplan