Tekst van de publicatie
Burgemeester en wethouders van Drimmelen
BESLUITEN
1. het op de bij dit besluit behorende situatietekening aangegeven pad nabij Park 1 te Made aan te wijzen als voetpad, door het plaatsen van verkeersbord G7 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
2. het op de bij dit besluit behorende situatietekening aangegeven tweede pad nabij Park 1 te Made aan te wijzen als verplicht fietspad, door het plaatsen van verkeersbord G11 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
3. de verkeersborden aan beide zijden van de betreffende wegvakken te plaatsen, voor zover dit noodzakelijk is om het geldende verkeersregime voor weggebruikers duidelijk kenbaar te maken;
4. de maatregelen uit te voeren overeenkomstig de bij dit verkeersbesluit behorende situatietekening;
5. dit besluit in werking te laten treden op de dag nadat de betreffende verkeerstekens zijn geplaatst.
Wettelijk kader
de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994);
het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990);
het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW);
het geldende mandaatbesluit van de gemeente Drimmelen.
Overwegende dat:
De betreffende paden zijn gelegen nabij Park 1 te Made, binnen de bebouwde kom van Made;
Deze paden in beheer zijn bij de gemeente Drimmelen;
De paden onderdeel uitmaken van het verblijfsgebied rondom de aanwezige maatschappelijke voorziening en het naastgelegen speel- en groengebied;
De paden in de huidige situatie worden gebruikt door verschillende categorieën verkeersdeelnemers;
De inrichting en functie van de paden aanleiding geven om duidelijkheid te verschaffen over de toegestane categorieën weggebruikers;
Het wenselijk is om voor beide paden een duidelijk en passend verkeersregime vast te stellen, afgestemd op de functie en het gebruik van ieder pad;
Deze verkeersregimes bijdragen aan de verkeersveiligheid en de verblijfskwaliteit van het gebied;
In het gebied kinderen spelen en voetgangers gebruikmaken van de aanwezige voorzieningen en verbindingen;
Het daarom wenselijk is om het pad zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende situatietekening aan te wijzen als voetpad;
Fietsverkeer op dit gedeelte niet wenselijk is, gelet op de functie en het gebruik van het pad door voetgangers en bezoekers van het aangrenzende speel- en verblijfsgebied;
Dit kan worden geregeld door plaatsing van verkeersbord G7 (voetpad) van bijlage 1 van het RVV 1990;
Het andere, op de situatietekening aangegeven pad een belangrijke fietsverbinding vormt door het gebied;
Het wenselijk is deze verbinding aan te wijzen als verplicht fietspad;
Het gelet op de inrichting en het verblijfskarakter van het gebied niet wenselijk is dat bromfietsen, speedpedelecs en motorvoertuigen van deze verbinding gebruikmaken;
Fietsverkeer op deze verbinding gebruik kan blijven maken van het pad;
Dit kan worden geregeld door plaatsing van verkeersbord G11 (verplicht fietspad) van bijlage 1 van het RVV 1990;
Hiermee voor weggebruikers duidelijk en herkenbaar wordt aangegeven welk verkeersregime op beide paden van toepassing is;
De hiervoor genoemde maatregelen bijdragen aan:
het verzekeren van de veiligheid op de weg;
het beschermen van weggebruikers en passagiers;
het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
Deze belangen, zoals genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994, zwaarder wegen dan het belang van het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;
Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van de betreffende verkeerstekens een verkeersbesluit noodzakelijk is;
Overeenkomstig artikel 24 van het BABW is overleg gevoerd met de daartoe gemandateerde verkeersadviseur van de politie.
De in dit besluit genoemde maatregel wordt genomen op basis van artikel 2 van de WVW 1994 voor het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan.
De onder ‘besluiten’ genoemde (delen van) weg ligt binnen de bebouwde kom van de kern Made en is in eigendom, beheer en onderhoud bij de gemeente Drimmelen.
Made, 17 augustus 2026
Namens het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen,
Mitchel Heijmans
Afdeling verkeer
Openbare Werken
Bezwaarprocedure
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop het is bekendgemaakt een bezwaarschrift worden ingediend.
Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het bestuursorgaan dat dit besluit heeft genomen, dus aan het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester of de gemeenteraad en moet worden verzonden naar Postbus 19, 4920 AA Made.
Het bezwaar dient te zijn ondertekend en bevat tenminste:
- Naam en adres van de indiener;
- De dagtekening;
- Omschrijving van het besluit met vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;
- Een opgave van de reden(-en) waarom men zich niet met het besluit kan verenigen.
Indien een bezwaarschrift is ingediend is het mogelijk om een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland – West-Brabant, sector bestuursrecht, Postbus 90006, 4800 PA Breda.
Het verzoek dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:
- Naam en adres van de verzoeker;
- De dagtekening;
- Vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum of kenmerk van het besluit;
- De gronden van het verzoek (motivering).
U kunt ook digitaal het verzoekschrift indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Naar aanleiding van het verzoek kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Voor de behandeling van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de Rechtbank Zeeland – West-Brabant wijst u na indiening van het verzoekschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht u binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.
Meer informatie over de bezwaarschriftprocedure vindt u op www.drimmelen.nl, of in de folder in het informatierek van het gemeentehuis. Ook kunt u contact opnemen met de secretaris van de bezwaarschriftencommissie via het telefoonnummer 140162.