Officiële publicatie

Gemeente Leidschendam-Voorburg Verkeersbesluit nieuwbouwwijk Vliethaven

Gemeente Leidschendam-Voorburg - Nieuwbouwwijk Vliethaven - Leidschendam

Uitgever
Leidschendam-Voorburg
Gepubliceerd
Kenmerk
gmb-2026-486614

Gemeenteblad, 2026, nr. 486614

Dit is een leesweergave van Bouwvergunning.app. Voor de authentieke publicatie, formele tekst en eventuele termijnen blijft de officiële bron leidend.

Tekst van de publicatie

Burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg

Kenmerk: 2471008

Besluiten:

  1. de nieuwbouwwijk Vliethaven in te stellen als een woonerf door het plaatsen van de borden G5 en G6 van Bijlage I van het RVV 1990;

  2. de Nautawerf in te stellen als éénrichtingsweg voor gemotoriseerd verkeer m.u.v. de fietsers door het plaatsen van de borden C3 en C4 met onderborden OB52 van Bijlage I van het RVV 1990 zoals aangetoond in de bijlage;

  3. het vrijliggende pad tussen de Liburne en de Natauwerf aan te wijzen als verplicht voetpad door het plaatsen van de borden G7 van Bijlage I van het RVV 1990.

Overwegingen ten aanzien van het besluit

Wettelijke grondslag

Op grond van artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) kunnen regels worden opgesteld voor onderstaande doelen:

  • het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

  • het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer.

Volgens artikel 15 WVW 1994 en artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW), worden de hierin genoemde verkeerstekens geplaatst of verwijderd krachtens een verkeersbesluit. De hieronder genoemde wegen worden beheerd door de gemeente Leidschendam-Voorburg, zodat - volgens art. 18 van de WVW 1994 - verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders.

Motivering

Overwegende dat:

  • de nieuwbouwwijk Vliethaven is gelegen binnen de bebouwde kom en in beheer is bij de gemeente Leidschendam-Voorburg;

  • Vliethaven een nieuw woongebied is en met de ontwikkeling van dit gebied een nieuwe openbaar toegankelijke verkeersstructuur ontstaat;

  • het vanwege de ingebruikname van de woningen en openbare ruimte noodzakelijk is de verkeerssituatie binnen Vliethaven juridisch vast te leggen;

  • de wegen binnen Vliethaven hoofdzakelijk zijn bedoeld voor het bereikbaar maken van de aangrenzende percelen/woningen en daarmee voornamelijk een verblijfsfunctie hebben;

  • bij het ontwerp van Vliethaven bewust is gekozen voor een groen en autoluw gebied waarin verblijven centraal staat en de auto te gast is;

  • daarbij is gestreefd naar een rustig en herkenbaar straatbeeld waarin onnodige obstakels en nadrukkelijke verkeerstechnische inrichtingsmaatregelen zoveel mogelijk worden vermeden;

  • de openbare ruimte zodanig is ontworpen dat de hoeveelheid verharding wordt beperkt en de verschillende functies van de openbare ruimte zoveel mogelijk met elkaar worden gecombineerd;

  • de verkeersstructuur en inrichting daarmee zijn afgestemd op het woon- en verblijfskarakter van Vliethaven;

  • het voor de leefbaarheid wenselijk is dat gemotoriseerd verkeer met een lage snelheid rijdt, het aantal verkeersbewegingen wordt beperkt en doorgaand gemotoriseerd verkeer zoveel mogelijk wordt voorkomen;

  • deze uitgangspunten bijdragen aan de verkeersveiligheid en aan een veilige interactie tussen gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers;

  • dit in het bijzonder van belang is in een woonomgeving waarin voetgangers en spelende kinderen de openbare weg delen met het overige verkeer;

  • het daarom noodzakelijk is met verkeerstekens duidelijkheid te geven over de verkeersregels en verkeersregimes die binnen Vliethaven gelden.

Het inrichtingsplan beschrijft Vliethaven uitdrukkelijk als een groen en autoluw gebied waarin het gemotoriseerde verkeer te gast is. De verkeersluwe woonstraten zijn ingericht als 15 km/u-gebied, zonder afzonderlijke fietspaden en, behoudens enkele locaties, zonder voetgangersgebied. De verschillende verkeersdeelnemers maken zo gezamenlijk gebruik van de buitenruimte.

Instellen erf

Overwegende dat:

  • de openbare ruimte binnen Vliethaven in belangrijke mate een verblijfsfunctie heeft;

  • de wegen binnen de wijk hoofdzakelijk dienen voor de bereikbaarheid van de aangrenzende woningen en niet zijn bedoeld voor de afwikkeling van doorgaand gemotoriseerd verkeer;

  • de verkeersluwe woonstraten zijn ingericht voor gemeenschappelijk gebruik door voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer;

  • in deze woonstraten bewust zoveel mogelijk is afgezien van afzonderlijke trottoirs en fietspaden;

  • deze inrichting samenhangt met het beperkte aantal verkeersbewegingen, de lage rijsnelheid en het streven de hoeveelheid verharding in de openbare ruimte te beperken;

  • hiermee wordt afgeweken van het uitgangspunt uit het Handboek beheer openbare ruimte dat fiets- en voetgangersverkeer fysiek wordt beschermd door toepassing van hoogteverschillen in de profielen;

  • deze afwijking aanvaardbaar is geacht vanwege het beperkte aantal verkeersbewegingen door het gebied, de lage snelheid binnen het woonerf en het beoogde gemeenschappelijke gebruik van de openbare ruimte;

  • op locaties waar een hogere frequentie van verkeersbewegingen wordt verwacht, zoals nabij parkeervoorzieningen, ruimte is geboden om uit te wijken naar een uitwijkstrook naast de rijbaan, waarbij de rijbaan door een molgoot wordt gemarkeerd;

  • de gekozen inrichting daarmee uitgaat van een samenhang tussen een lage rijsnelheid, een beperkt verkeersaanbod en gezamenlijk gebruik van de openbare ruimte;

  • een lage rijsnelheid bijdraagt aan een veilige interactie tussen gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers;

  • het erfregime aansluit bij deze inrichting en de verblijfsfunctie van het gebied;

  • binnen een erf voor motorvoertuigen een maximumsnelheid van 15 kilometer per uur geldt;

  • het inrichtingsplan daarnaast voorziet in snelheidsremmende maatregelen, zoals gestrate verkeersrempels;

  • het daarmee voor weggebruikers zowel uit de inrichting als uit de bebording herkenbaar is dat zij zich in een gebied bevinden waar de verblijfsfunctie centraal staat en een lage rijsnelheid wordt verlangd;

  • het instellen van het erf daarom bijdraagt aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers;

  • het daarom wenselijk is Vliethaven als erf in te stellen door middel van de daarvoor bestemde verkeersborden G5.

Beperken gemotoriseerde verkeersbewegingen

Overwegende dat:

  • bij de inrichting van Vliethaven ernaar is gestreefd het aantal verkeersbewegingen binnen het woongebied zoveel mogelijk te beperken;

  • de parkeervoorzieningen daarom grotendeels op korte afstand van de woonvoorzieningen zijn gesitueerd;

  • hierdoor het reguliere gemotoriseerde verkeer niet verder dan noodzakelijk het gebied hoeft in te rijden;

  • de inrichting tegelijkertijd zodanig is dat onder meer nood- en hulpdiensten, taxi's en bestelverkeer de woningen kunnen bereiken;

  • het beperken van verkeersbewegingen bijdraagt aan de verkeersveiligheid binnen de gedeelde openbare ruimte en aan de leefbaarheid van Vliethaven.

Eenrichtingsverkeer Nautawerf

Overwegende dat:

  • de Nautawerf onderdeel uitmaakt van de interne verkeersstructuur van Vliethaven;

  • de beschikbare openbare ruimte binnen het woongebied beperkt is en naast de verkeersfunctie tevens ruimte moet bieden aan de verblijfsfunctie en overige functies in de openbare ruimte;

  • het gelet op het hiervoor beschreven gemeenschappelijke gebruik van de openbare ruimte wenselijk is het aantal ontmoetingen tussen tegemoetkomende motorvoertuigen op de Nautawerf te beperken;

  • door het instellen van eenrichtingsverkeer voor gemotoriseerd verkeer een overzichtelijkere en beter voorspelbare verkeerssituatie ontstaat;

  • hierdoor het aantal confrontaties tussen tegemoetkomende motorvoertuigen wordt verminderd;

  • het eenrichtingsregime uitsluitend voor gemotoriseerd verkeer wordt ingesteld;

  • fietsers van het eenrichtingsregime worden uitgezonderd, waardoor voor hen een directe verbinding door de wijk beschikbaar blijft;

  • deze uitzondering past bij het autoluwe woonkarakter van Vliethaven en voor fietsers onnodige omrijbewegingen voorkomt;

  • het daarom wenselijk is de Nautawerf als eenrichtingsweg voor gemotoriseerd verkeer aan te wijzen door middel van de borden C3 en C4 met onderborden OB52.

Doodlopende verkeersstructuur

Overwegende dat:

  • de verkeersstructuur binnen Vliethaven zodanig is vormgegeven dat het erf voor gemotoriseerd verkeer geen doorgaande verbinding vormt;

  • dit aansluit bij het uitgangspunt dat de wegen hoofdzakelijk een functie hebben voor de bereikbaarheid van de aangrenzende percelen/woningen;

  • het voor bestuurders van belang is reeds bij het inrijden van het gebied te kunnen herkennen dat voor gemotoriseerd verkeer geen doorgaande route aanwezig is;

  • het tijdig verstrekken van deze informatie voorkomt dat bestuurders onnodig het woongebied inrijden;

  • hiermee onnodige verkeersbewegingen binnen het woongebied worden voorkomen;

  • dit aansluit bij de gekozen inrichting waarbij de parkeervoorzieningen nabij de ingang van het buurtschap zijn gesitueerd om verkeersbewegingen tot een minimum te beperken;

  • dit bijdraagt aan het beperken van verkeershinder en bijdraagt aan de leefbaarheid in de wijk;

  • daarom ter ondersteuning van de herkenbaarheid van de verkeersstructuur bij de betreffende toegang bord L8 wordt geplaatst;

  • een gedeelte van de Nautawerf voor gemotoriseerd verkeer doodlopend is, terwijl deze verbinding voor fietsers wel toegankelijk blijft;

  • dit door middel van bord L8 in combinatie met het daarvoor bestemde onderbord OB52 aan weggebruikers kenbaar wordt gemaakt;

  • deze L8-bebording een informatief karakter heeft en geen onderdeel vormt van de verkeersbesluitplichtige maatregelen waarop dit besluit betrekking heeft.

Verplichte voetpaden

Overwegende dat:

  • het uitgangspunt binnen een woonerf is dat verkeersdeelnemers zoveel mogelijk gezamenlijk gebruikmaken van dezelfde openbare ruimte;

  • binnen Vliethaven het pad tussen Liburne en Nautawerf specifiek is ingericht als verbinding voor voetgangers;

  • het vanwege de stedenbouwkundige inrichting van Vliethaven het wenselijk is dat voetgangers beschikken over een herkenbare verbinding tussen woningen, parkeervoorzieningen en overige delen van de wijk;

  • voor dit voetpad in afwijking van het Handboek beheer openbare ruimte is gekozen voor gebakken bestratingsmateriaal in plaats van beton;

  • deze materiaalkeuze is gemaakt omdat het bestratingsmateriaal een wezenlijk onderdeel vormt van de beoogde uitstraling van de openbare ruimte en de roodbruine gebakken materialen aansluiten op het materiaalgebruik van de architectuur;

  • de trottoirbanden en opsluitbanden wel in beton worden uitgevoerd;

  • deze afwijkende materiaalkeuze geen afbreuk doet aan de verkeerskundige functie van deze verbinding als voetpad;

  • het daarom van belang is voor weggebruikers welke afzonderlijke verbindingen uitsluitend voor voetgangers zijn bestemd;

  • het aanwijzen van deze verbinding als verplicht voetpad duidelijkheid geeft over de functie daarvan;

  • hiermee wordt voorkomen dat deze verbinding worden gebruikt door verkeerscategorieën waarvoor zij niet zijn bedoeld;

  • dit bijdraagt aan de toegankelijkheid voor voetgangers binnen de wijk;

  • het daarom wenselijk is de daarvoor ingerichte verbinding tussen de Liburne en de Natauwerf aan te wijzen als verplicht voetpad door middel van de borden G7 van Bijlage I van het RVV 1990.

Belangenafweging

Overwegende dat:

  • met de hiervoor beschreven maatregelen uitvoering wordt gegeven aan het belang van het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • het erfregime aansluit bij de verblijfsfunctie en de feitelijke inrichting van Vliethaven en bijdraagt aan de leefbaarheid en de verkeersveiligheid binnen de gedeelde openbare ruimte;

  • het eenrichtingsregime op de Nautawerf het aantal ontmoetingen tussen tegemoetkomende motorvoertuigen beperkt en daarmee bijdraagt aan een overzichtelijke verkeerssituatie;

  • het uitzonderen van fietsers van het eenrichtingsregime voorkomt dat voor deze categorie verkeersdeelnemers onnodige omrijbewegingen ontstaan en daarmee tevens rekening wordt gehouden met het belang van de vrijheid van het verkeer;

  • het verplichte voetpad zorgt voor duidelijkheid over de functie van de specifiek voor voetgangers ingerichte verbinding;

  • de maatregelen gezamenlijk bijdragen aan een verkeersstructuur die aansluit bij de functie en inrichting van de openbare ruimte van Vliethaven;

  • niet is gebleken van belangen die zich tegen het treffen van deze maatregelen verzetten dan wel zwaarder wegen dan de met deze maatregelen gediende verkeersbelangen.

Overleg met politie

Zoals genoemd in artikel 24 van het BABW is over dit verkeersbesluit overleg gevoerd met de politie Eenheid Den Haag, afdeling Infrastructuur, team Advies en Analyse.

Leidschendam-Voorburg, 28 september 2026

Namens burgemeester en wethouders,

C.L. Habieb

Medewerker Verkeer & Mobiliteit

BEKENDMAKING

Het besluit wordt gepubliceerd in Het Gemeenteblad (zoek.officielebekendmakingen.nl). Tegen dit besluit kunt u binnen 6 weken na bekendmaking in het Gemeenteblad een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders, Postbus 1005, 2260 BA, Leidschendam. U kunt het bezwaarschrift ook digitaal indienen met DigiD. Meer informatie hierover vindt u op www.lv.nl/bezwaar-en-beroep. Indien er sprake is van een spoedeisend belang kunt u, mits u een bezwaarschrift hebt ingediend, een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de Voorzieningenrechter, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Met het verzoek om voorlopige voorziening moet u een kopie van het bezwaarschrift meesturen. Voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening zijn griffierechten verschuldigd.

Bijlage