Officiële publicatie

Vastgestelde wijziging Omgevingsplan gemeente Enschede: Verzamelplan voorjaarsronde 2026

Uitgever
Enschede
Gepubliceerd
Kenmerk
gmb-2026-508245

Gemeenteblad, 2026, nr. 508245

Dit is een leesweergave van Bouwvergunning.app. Voor de authentieke publicatie, formele tekst en eventuele termijnen blijft de officiële bron leidend.

Tekst van de publicatie

Gemeenteblad

Officiële uitgave van de gemeente Enschede

Vastgestelde wijziging Omgevingsplan gemeente Enschede: Verzamelplan voorjaarsronde 2026

De gemeenteraad van Gemeente Enschede, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 september 2026, besluit:

Artikel

I

Wijziging omgevingsplan volgens Bijlage A

De wijziging "Verzamelplan voorjaarsronde 2026"van het "Omgevingsplan gemeente Enschede" zoals opgenomen in

Bijlage A

vast te stellen.

Artikel

II

Nota zienswijze en Nota wijzigingen

De bij deze wijziging van het omgevingsplan behorende 'Nota beantwoording zienswijze' en ‘Nota van wijzigingen’ vast te stellen.

Artikel

III

Vervallen delen van bestemmingsplannen

De delen van bestemmingsplannen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan te laten vervallen voor de locaties die onderdeel uitmaken van de 'pons' met identificatie /join/id/regdata/gm0153/2026/00f8bb69e49b4849a91967dbe3a16b2b/nld@2026-10-28;13495910.

Artikel

IV

Beschrijving wijzigingen

Deze wijziging van het omgevingsplan gaat over de volgende onderdelen:

  • a.

    Het aanscherpen van de regels van een klein gedeelte van het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 voor de uitgifte van 14 kavels.

  • b.

    Een technische verwerking van een verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omge- vingsplanactiviteit (bopa) en Voorbereidingsbesluit door het verplaatsen van het bouwvlak voor be- woning van een karakteristieke boerderij aan de Lipperkerkstraat 494.

  • c.

    De realisatie van 35 sociale huurwoningen/appartementen aan de Zunabrink 6-12.

Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de wijzigingen verwijzen wij naar de motivering in de bijlage bij dit besluit: Motivering Verzamelplan voorjaarsronde 2026_vastgesteld.

Artikel

V

Inzage en inwerkingtreding

Door dit besluit vervallen de delen van de bestemmingsplannen aangegeven in dit besluit, behorende bij de pons met identificatie /join/id/regdata/gm0153/2026/00f8bb69e49b4849a91967dbe3a16b2b/nld@2026-10-28;13495910.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 26 oktober 2026.

Bijlage

A

Bijlage bij artikel I

A

Artikel 2.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

2.11

Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen

1

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (de vergunning als bedoeld in Artikel 2.1), wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:

  • a.

    de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van Artikel 2.47, Artikel 2.49 en Artikel 3.793.83, of

  • b.

    de activiteit weliswaar in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels, maar voor die strijdigheden eerder een omgevingsvergunning is verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (zoals deze gold tot en met 31 december 2023) dan wel artikel 5.1, lid 1 onder a van de Omgevingswet.

2

In afwijking van Artikel 2.11, eerste lid wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft voor de dag van ontvangst van de aanvraag:

  • a.

    een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of

  • b.

    een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.

3

In afwijking van Artikel 2.11, tweede lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan.

B

Artikel 2.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

2.21

Afstand hoofdgebouwen tot zijdelingse perceelsgrens

Binnen het werkingsgebied Bouwvlak moet een vrijstaand hoofdgebouw of een blok van twee of meer aaneengesloten hoofdgebouwen op tenminsteten minste een afstand van 3 meter liggen van een zijdelingse perceelsgrens die binnen de grenzen van hetzelfde bouwvlak ligt.

C

Artikel 2.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

2.22

Onderkelderen

Binnen het Omgevingsplan nieuw deel mogen gebouwen worden onderkelderd of van eenonderbouw en/of kruipruimteworden voorzien, onder de volgende voorwaarden:

  • a.

    de kelder, onderbouw of kruipruimte ligt niet binnen de locatie Kelders uitgesloten. Hier is een kelder, onderbouw of kruipruimte verboden;

  • a

    b

    .

    de bovenkant van de vloer van de kelder of onderbouw ligt maximaal 3 meter onder het straatpeil;

  • b

    c

    .

    de bovenkant van de vloer van de kelder of onderbouw mag tot maximaal 5 meter onder het straatpeil liggen als daarbij ook wordt voldaan aan de beoordelingsregels in Artikel 1.14;

  • c

    d

    .

    onderkelderen is slechts toegestaan tussen de boven het straatpeil gelegen buitenwerkse gevelvlakken van het gebouw;

  • d

    e

    .

    de kelder of onderbouw mag maximaal 3 meter horzontaalhorizontaal buiten de boven het straatpeil gelegen buitenwerkse gevelvlakken van het gebouw liggen als daarbij ook wordt voldaan aan de beoordelingsregels in Artikel 1.14;

  • e

    f

    .

    het is mogelijk om gebouwen en terreinen te onderkelderen met een geheel of gedeeltelijk ondergrondse parkeervoorziening als:

    • 1

      dit ten behoeve van parkeren op eigen terrein is en

    • 2

      dit uit een oogpunt van functionaliteit en/of veiligheid noodzakelijk is en

    • 3

      daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in Artikel 1.14.

D

Na afdeling 3.4 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

Afdeling

3.5

Groen

Paragraaf

3.5.1

Gebruiksactiviteiten groen

Artikel

3.24

Groen

Binnen de locatie Groen mogen de gronden gebruikt worden voor:

  • a.

    groenvoorzieningen, zoals groenstroken en plantsoenen;

  • b.

    werken en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals: sloten, beken, vijvers, poelen en wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water;

  • c.

    nutsvoorzieningen.

Paragraaf

3.5.2

Specifieke bouwregels groen

Artikel

3.25

Bouwverbod groen

Binnen de locatie Groen zijn geen bouwwerken toegestaan.

Paragraaf

3.5.3

Omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid Groen

Artikel

3.26

Omgevingsplanactiviteit

  • a.

    Binnen de locatie Groen is het verboden zonder een omgevingsvergunning een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid uit te (laten) voeren als bedoeld in:

    • 1

      het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden;

    • 2

      het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of communicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

    • 3

      het aanleggen of verharden van wegen, paden of andere oppervlakteverhardingen;

    • 4

      het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem;

    • 5

      het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten;

    • 6

      het graven en/of dempen van sloten en het door bevloeiing, afwateren, ontwateren of op andere wijze wijzigen van de grondwaterstand;

    • 7

      het leggen van drainagebuizen;

    • 8

      het vellen, rooien, of verwijderen van houtwallen, boomsingels en (andere) houtopstanden;

    • 9

      het opslaan van goederen, waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen.

  • b.

    Het onder a bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden, die het normaal onderhoud en gebruik betreffen of die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van het van kracht worden van het in werking zijnde omgevingsplan.

Artikel

3.27

Beoordelingsregels

Voor een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 3.26 gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a.

    door de uitvoering, of de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van:

    • 1

      landschapselementen;

    • 2

      natuurlijke waarden;

    • 3

      archeologische waarden;

    • 4

      cultuurhistorische waarden.

  • b.

    door de uitvoering, of de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, mag de conditie en/of vitaliteit van bomen niet negatief beïnvloed worden.

  • c.

    om te kunnen voldoen aan het bepaalde onder b:

    • 1

      moet worden aangetoond dat door de beoogde werken/werkzaamheden de conditie, levensverwachting, groeiplaats en (beeld)kwaliteit van de boom niet wordt aangetast,

    • 2

      waarbij burgemeester en wethouders een bomen effect rapportage van een erkend boomtaxateur kunnen verlangen, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het bedoelde onder 1.

E

Het opschrift van afdeling 3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.5

3.6

Horeca

F

Het opschrift van paragraaf 3.5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.5.1

3.6.1

Gebruiksactiviteiten horeca

G

Artikel 3.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.24

3.28

Horeca

Binnen de werkingsgebieden Horeca en Horeca gebruik mogen de gronden gebruikt worden voor horeca. Daarbij moet ook voldaan worden aan 3.263.3.

H

Artikel 3.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.25

3.29

Horeca bg

Binnen het werkingsgebied Horeca bg mogen de gronden gebruikt worden voor horeca, met dien verstande dat deze functie uitsluitend is toegestaan op de begane grond. Daarbij moet ook voldaan worden aan 3.263.3.

I

Het opschrift van artikel 3.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.26

3.3

Horeca categorie 1

Binnen het werkingsgebied Horeca categorie 1 mogen de gronden gebruikt worden voor horecabedrijven die zijn genoemd in categorie 1 uit de hoofdgroep "Horeca" van de bij deze regels behorende Bijlage IV Lijst van Bedrijfstypen, met uitzondering van hotels en/of congrescentra.

J

Het opschrift van artikel 3.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.27

3.31

Behorende bij horeca

Binnen de werkingsgebieden Horeca, Horeca gebruik en Horeca bg mogen de gronden gebruikt worden voor bij de toegestane activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    bergingen en trappenhuizen;

  • c.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • d.

    nutsvoorzieningen;

  • e.

    toegangswegen.

K

Artikel 3.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.28

3.32

Omgevingsplanactiviteit gebruik Horeca

1

In afwijking van artikel 3.263.3 is binnen het werkingsgebied Horeca categorie 1 een ander horecabedrijf mogelijk op voorwaarde van een omgevingsvergunning.

2

Binnen het werkingsgebied Horeca categorie 1 gelden voor een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 de volgende beoordelingsregels:

  • a.

    het horecabedrijf is niet genoemd in de hoofdgroep Horeca van Bijlage IV Lijst van Bedrijfstypen of is genoemd in maximaal één categorie hoger van die hoofdgroep en

  • b.

    het horecabedrijf kan, gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving gelijkgesteld worden met de volgens artikel 3.263.3 op die locatie toegestane horecabedrijven en

  • c.

    daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in artikel 1.14.

3

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in dit artikel zijn de in artikel 1.27 bedoelde aanvraagvereisten van toepassing binnen het werkingsgebied Horeca categorie 1.

L

Het opschrift van afdeling 3.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.6

3.7

Kantoor

M

Het opschrift van paragraaf 3.6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.6.1

3.7.1

Gebruiksactiviteiten kantoor

N

Het opschrift van artikel 3.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.29

3.33

Kantooractiviteiten

Binnen de werkingsgebieden Kantoor en Kantoor gebruik is zelfstandige kantoor toegestaan.

O

Het opschrift van artikel 3.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.3

3.34

Behorende bij kantooractiviteiten

Binnen de werkingsgebieden Kantoor en Kantoor gebruik mogen de gronden gebruikt worden voor bij de activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • c.

    nutsvoorzieningen;

  • d.

    toegangswegen.

P

Het opschrift van afdeling 3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.7

3.8

Maatschappelijk

Q

Het opschrift van paragraaf 3.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.7.1

3.8.1

Gebruiksactiviteiten maatschappelijk

R

Het opschrift van artikel 3.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.31

3.35

Maatschappelijk

Binnen de werkingsgebieden Maatschappelijk en Maatschappelijk gebruik mogen de gronden gebruikt worden voor maatschappelijke basisfuncties.

S

Het opschrift van artikel 3.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.32

3.36

Maatschappelijk bg

Binnen het werkingsgebied Maatschappelijk bg mogen de gronden op de begane grond en een eventueel aanwezige kelderverdieping gebruikt worden voor maatschappelijke basisfuncties.

T

Het opschrift van artikel 3.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.33

3.37

Openbare dienstverlening

Binnen het werkingsgebied Openbare dienstverlening mogen de gronden tevens gebruikt worden voor openbare dienstverlening en een kantoor ten behoeve van de hulpdiensten.

U

Het opschrift van artikel 3.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.34

3.38

Praktijkruimte

Binnen het werkingsgebied Praktijkruimte gebruik is een praktijkruimte toegestaan.

V

Het opschrift van artikel 3.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.35

3.39

Behorende bij maatschappelijke activiteiten

Binnen de werkingsgebieden Maatschappelijk, Maatschappelijk gebruik, Openbare dienstverlening, Praktijkruimte gebruik en Maatschappelijk bg mogen de gronden gebruikt worden voor bij de toegestane activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • c.

    nutsvoorzieningen;

  • d.

    toegangswegen.

W

Artikel 3.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.36

3.4

Omgevingsplanactiviteit gebruik maatschappelijke basisfuncties

1

Dit artikel is van toepassing binnen de werkingsgebieden Maatschappelijk, Maatschappelijk bg en Maatschappelijk gebruik.

2

Op voorwaarde van een omgevingsvergunning zijn andere maatschappelijke functies mogelijk dan bedoeld in artikel 3.313.35 en 3.323.36.

3

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid zijn de in artikel 1.27 bedoelde aanvraagvereisten van toepassing.

4

Voor de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a.

    de maatschappelijke functie moet naar aard en invloed op de omgeving, gelet op de milieubelasting en het woon- en leefklimaat, gelijk kunnen worden gelijkgesteld met maatschappelijke basisfuncties en

  • b.

    daarbij moet voldaan worden aan de beoordelingsregel in artikel 1.14.

X

Het opschrift van afdeling 3.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.8

3.9

Manege

Y

Het opschrift van paragraaf 3.8.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.8.1

3.9.1

Gebruiksactiviteiten manege

Z

Het opschrift van artikel 3.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.37

3.41

Manege

Binnen het werkingsgebied Manege mogen de gronden gebruikt worden voor het bedrijfsmatig exploiteren van een manege met daaraan ondergeschikt het opvangen en stallen van paarden en/of pony's in de vorm van een paardenpension.

AA

Het opschrift van artikel 3.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.38

3.42

Fok- en rijpaardenhouderij

Binnen het werkingsgebied Fok- en rijpaardenhouderij mogen de gronden tevens gebruikt worden voor een fok- en rijpaardenhouderij.

BB

Artikel 3.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.39

3.43

Kantine

Binnen het werkingsgebied Manege is, aanvullend op het bepaalde onder artikel 3.373.41, niet zelfstandige horeca toegestaan in de vorm van één kantine per bouwvlak, onder de voorwaarde dat de oppervlakte - inclusief bijbehorende voorzieningen, zoals een keuken, vergaderruimte en een theorielokaal - ten hoogste 100 m2 is.

CC

Het opschrift van artikel 3.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.4

3.44

Behorend bij Manege

Binnen het werkingsgebied Manege mogen de gronden gebruikt worden voor bij de activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    kleedruimtes;

  • c.

    paardrijbakken;

  • d.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • e.

    nutsvoorzieningen;

  • f.

    toegangswegen.

DD

Het opschrift van artikel 3.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.41

3.45

Opslag buiten bouwvlak

Binnen het werkingsgebied Manege geldt het volgende voor opslag buiten een bouwvlak:

  • a.

    Zand, stenen en naar aard daarmee gelijk te stellen materialen mogen maximaal zes maanden achter elkaar opgeslagen worden als deze niet onder een dak liggen, met een maximum van 6 maanden per kalenderjaar.

  • b.

    Mest, hooibalen en/of andere agrarische producten mogen maximaal zes maanden achter elkaar opgeslagen worden als deze niet onder een dak liggen, met een maximum van 6 maanden per kalenderjaar.

EE

Het opschrift van paragraaf 3.8.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.8.2

3.9.2

Omgevingsplanactiviteiten gebruik Manege

FF

Artikel 3.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.42

3.46

Stalling van campers en caravans

1

Binnen het werkingsgebied Manege is in afwijking van artikel 3.373.41 stalling van campers en caravans mogelijk op voorwaarde van een omgevingsvergunning.

2

Binnen het werkingsgebied Manege gelden voor een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 de volgende beoordelingsregels:

  • a.

    de stalling vindt alleen inpandig plaats en

  • b.

    daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in Artikel 1.14.

GG

Artikel 3.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.43

3.47

Kantine

1

Binnen het werkingsgebied Manege is in afwijking van artikel 3.393.43 een grotere kantine mogelijk op voorwaarde van een omgevingsvergunning.

2

Binnen het werkingsgebied Manege gelden voor een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 de volgende beoordelingsregels:

  • a.

    de kantine heeft een oppervlakte van maximaal 200 m2 en

  • b.

    daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in artikel 1.14.

HH

Het opschrift van artikel 3.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.44

3.48

Aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit manege

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in deze paragraaf zijn de in Artikel 1.27 bedoelde aanvraagvereisten van toepassing binnen het werkingsgebied Manege.

II

Het opschrift van paragraaf 3.8.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.8.3

3.9.3

Specifieke bouwregels Manege

JJ

Het opschrift van artikel 3.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.45

3.49

Bedrijfswoning

Binnen het werkingsgebied Manege gelden voor het bouwen van een bedrijfswoning als bedoeld in Artikel 2.56 de volgende bouwregels, in afwijking van de andere ter plaatse geldende bouwregels voor gebouwen:

  • a.

    de inhoud van een bedrijfswoning ten hoogste 900 m³ mag bedragen, met dien verstande dat de in de bedrijfswoning aanwezige ruimten die ten dienste staan van het bedrijf onverkort meetellen;

  • b.

    de goothoogte maximaal 6 meter en de bouwhoogte maximaal 10 meter mag bedragen;

  • c.

    voor bestaande bedrijfswoningen, die onderdeel uitmaken van een (groter) hoofdgebouw, geldt dat zij mogen worden gehandhaafd, vernieuwd en vergroot, met dien verstande dat voor die bedrijfswoningen een afwijkende maximale inhoudsmaat van toepassing is van 750 m³;

  • d.

    voor bijgebouwen en overkappingen die horen bij de bedrijfswoning geldt dat deze:

    • 1

      uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gerealiseerd;

    • 2

      een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m² mogen hebben;

    • 3

      een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 5 meter mogen hebben.

KK

Het opschrift van artikel 3.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.46

3.5

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

Binnen het werkingsgebied Manege gelden in afwijking van Artikel 2.26 onder e de volgende bouwregels:

  • a.

    De maximum bouwhoogte van lichtmasten is 10 meter.

  • b.

    De maximum bouwhoogte van andere overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde is 8 meter.

LL

Het opschrift van afdeling 3.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.9

3.1

Onderwijs

MM

Het opschrift van paragraaf 3.9.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.9.1

3.10.1

Gebruiksactiviteiten onderwijs

NN

Het opschrift van artikel 3.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.47

3.51

Onderwijs

Binnen het werkingsgebied Onderwijs mogen de gronden gebruikt worden voor onderwijsactiviteiten en kinderopvang.

OO

Het opschrift van artikel 3.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.48

3.52

Behorende bij onderwijs

Binnen het werkingsgebied Onderwijs mogen de gronden gebruikt worden voor bij de activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    niet zelfstandige horeca in de vorm van een kantine;

  • c.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • d.

    speelvoorzieningen;

  • e.

    nutsvoorzieningen;

  • f.

    toegangswegen.

PP

Het opschrift van afdeling 3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.1

3.11

Openbaar gebied

QQ

Het opschrift van paragraaf 3.10.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.10.1

3.11.1

Gebruiksactiviteiten openbaar gebied

RR

Het opschrift van artikel 3.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.49

3.53

Openbaar gebied algemeen

Binnen het werkingsgebied Openbaar gebied mogen de gronden gebruikt worden voor:

  • a.

    groenvoorzieningen, zoals groenstroken en plantsoenen;

  • b.

    bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals:

    • 1

      sloten, beken, vijvers, poelen en wadi's en andere voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water;

    • 2

      bruggen, dammen en/of duikers, oeverbeschoeiingen, aanlegsteigers.

  • c.

    speelvoorzieningen;

  • d.

    nutsvoorzieningen;

  • e.

    infrastructurele kunstwerken;

  • f.

    geluidswerende voorzieningen;

  • g.

    vlaggenmasten;

  • h.

    beeldende kunst;

  • i.

    warmte-koude-opslag.

SS

Artikel 3.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.5

3.54

Verkeer

Binnen het werkingsgebied Verkeer mogen aanvullend op het bepaalde in artikel 3.493.53 de gronden gebruikt worden voor:

  • a.

    busbanen en -sluizen;

  • b.

    laad- en losactiviteiten;

  • c.

    parkeren en parkeervoorzieningen;

  • d.

    wegen, woonerven en pleinen.

TT

Het opschrift van artikel 3.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.51

3.55

Behorend bij openbaar gebied

Binnen de werkingsgebieden Openbaar gebied en Verkeer mogen de gronden gebruikt worden voor bij de toegestane activiteit behorende bouwwerken, andere werken en voorzieningen, zoals straatmeubilair, uit- en inritten en wandel- en fietspaden.

UU

Het opschrift van paragraaf 3.10.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.10.2

3.11.2

Specifieke bouwregels Openbaar gebied

VV

Het opschrift van artikel 3.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.52

3.56

Gebouwen

Binnen het werkingsgebied Verkeer gelden de volgende regels voor het bouwen van gebouwen;

  • a.

    De maximum bouwhoogte van een gebouw bedraagt 4 meter;

  • b.

    De maximum inhoud van een gebouw bedraagt 50 m³.

WW

Het opschrift van artikel 3.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.53

3.57

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen het werkingsgebied Openbaar gebied gelden de volgende bouwregels:

  • a.

    De maximum bouwhoogte van infrastructurele kunstwerken bedraagt 10 meter;

  • b.

    De maximum bouwhoogte van vlaggenmasten waarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactivitiet bouwwerken nodig is (hoger dan 6 meter en/of meer dan 1 mast aanwezig op een 'gebouwerf' als bedoeld in het Bbl) bedraagt 10 meter;

  • c.

    De maximum bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van beeldende kunst bedraagt 15 meter;

  • d.

    De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 meter bedragen.

XX

Het opschrift van afdeling 3.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.11

3.12

Religie

YY

Het opschrift van paragraaf 3.11.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.11.1

3.12.1

Gebruiksactiviteiten religie

ZZ

Het opschrift van artikel 3.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.54

3.58

Religie

Binnen het werkingsgebied Religie mogen de gronden gebruikt worden voor een maatschappelijke voorziening ten behoeve van het houden van religieuze diensten, uitvaart- en rouwdiensten, het voltrekken van huwelijken en het houden van activiteiten op maatschappelijk, cultureel en sociaal gebied, als onderdeel van de maatschappelijke-religieuze voorziening.

AAA

Het opschrift van artikel 3.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.55

3.59

Behorende bij religie

Binnen het werkingsgebied Religie mogen de gronden gebruikt worden voor bij de activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • c.

    nutsvoorzieningen;

  • d.

    toegangswegen.

BBB

Het opschrift van afdeling 3.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.12

3.13

Speeltuin

CCC

Het opschrift van paragraaf 3.12.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.12.1

3.13.1

Gebruiksactiviteiten speeltuin

DDD

Het opschrift van artikel 3.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.56

3.6

Speeltuin

Binnen het werkingsgebied Speeltuin mogen de gronden gebruikt worden voor cultuur en onspanningsctiviteiten in de vorm van speeltuinen en parken.

EEE

Het opschrift van artikel 3.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.57

3.61

Behorende bij speeltuin

Binnen het werkingsgebied Speeltuin mogen de gronden gebruikt worden voor bij de activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    ondergeschikte, niet zelfstandige horeca;

  • c.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • d.

    nutsvoorzieningen;

  • e.

    toegangswegen.

FFF

Het opschrift van afdeling 3.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.13

3.14

Sport

GGG

Het opschrift van paragraaf 3.13.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.13.1

3.14.1

Gebruiksactiviteiten Sport

HHH

Het opschrift van artikel 3.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.58

3.62

Sport

Binnen het werkingsgebied Sport mogen de gronden gebruikt worden voor sportactiviteiten, die zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdgroep Sport van de bij deze regels behorende Bijlage IV Lijst van Bedrijfstypen.

III

Artikel 3.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.59

3.63

Veldsportcomplex met verlichting

Binnen het werkingsgebied Veldsportcomplex met verlichting mogen in aanvulling op het bepaalde in artikel 3.583.62 de gronden gebruikt worden voor een veldsportcomplex met verlichting.

JJJ

Artikel 3.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.6

3.64

Sporthal

Binnen het werkingsgebied Sporthal mogen in aanvulling op het bepaalde in artikel 3.583.62 de gronden gebruikt worden voor een sporthal.

KKK

Het opschrift van artikel 3.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.61

3.65

Behorend bij sport

Binnen het werkingsgebied Sport mogen de gronden gebruikt worden voor bij de activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    kantine en kleedruimtes;

  • c.

    niet zelfstandige horeca in de vorm van een kantine;

  • d.

    niet zelfstandige detailhandel die naar aard, omvang en openingstijden ondergeschikt en ondersteunend is aan de hoofdfunctie sport;

  • e.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • f.

    nutsvoorzieningen;

  • g.

    toegangswegen.

LLL

Artikel 3.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.62

3.66

Omgevingsplanactiviteit gebruik Sport

1

Binnen het werkingsgebied Sport is in afwijking van artikel 3.583.62 een andere sportactiviteit of -voorziening mogelijk op voorwaarde van een omgevingsvergunning.

2

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid zijn de in Artikel 1.27 bedoelde aanvraagvereisten van toepassing binnen het werkingsgebied Sport.

3

Binnen het werkingsgebied Sport gelden voor een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 de volgende beoordelingsregels:

  • a.

    de sportactiviteit of -voorziening is niet genoemd in de hoofdgroep Sport van Bijlage IV Lijst van Bedrijfstypen of is genoemd in maximaal één categorie hoger van die hoofdgroep en

  • b.

    de sportactiviteit of -voorziening kan, gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving gelijkgesteld worden met de volgens artikel 3.583.62 op die locatie toegestane sportactiviteiten en -voorzieningen en

  • c.

    daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in artikel 1.14.

MMM

Het opschrift van paragraaf 3.13.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.13.2

3.14.2

Specifieke bouwregels veldsportcomplex met verlichting

NNN

Het opschrift van artikel 3.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.63

3.67

Veldsportcomplex met verlichting

Binnen het werkingsgebied Veldsportcomplex met verlichting gelden in afwijking van Artikel 2.26 onder e de volgende bouwregels:

  • a.

    De maximum bouwhoogte van lichtmasten is 18 meter.

  • b.

    De maximum bouwhoogte van andere overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde is 8 meter.

OOO

Het opschrift van afdeling 3.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.14

3.15

Tuincentrum

PPP

Het opschrift van paragraaf 3.14.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.14.1

3.15.1

Gebruiksactiviteiten tuincentrum

QQQ

Het opschrift van artikel 3.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.64

3.68

Tuincentrum

Binnen het werkingsgebied Tuincentrum mogen de gronden gebruikt worden voor detailhandelsactiviteiten in de vorm van een tuincentrum.

RRR

Het opschrift van artikel 3.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.65

3.69

Maximale verkoopvloeroppervlakte in het nevenassortiment

Binnen het werkingsgebied Tuincentrum mag maximaal 20% van de verkoopvloeroppervlakte gebruikt worden voor detailhandel in het nevenassortiment met inbegrip is van de gangpaden en exclusief huis- en hobbydieren.

SSS

Het opschrift van artikel 3.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.66

3.7

Maximale verkoopvloeroppervlakte voor huis- en hobbydierenassortiment

Binnen het werkingsgebied Tuincentrum mag maximaal 2% van de verkoopvloeroppervlakte gebruikt worden voor detailhandel in huis- en hobbydieren, met inbegrip van de gangpaden.

TTT

Het opschrift van artikel 3.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.67

3.71

Bijbehorend bij tuincentrum

Binnen het werkingsgebied Tuincentrum mogen de gronden gebruikt worden voor bij de activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    niet zelfstandige horeca met een maximum oppervlakte van 3% van de verkoopvloeroppervlakte:

  • c.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • d.

    nutsvoorzieningen;

  • e.

    toegangswegen.

UUU

Het opschrift van afdeling 3.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.15

3.16

Verenigingsleven

VVV

Het opschrift van paragraaf 3.15.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.15.1

3.16.1

Gebruiksactiviteiten verenigingsleven

WWW

Het opschrift van artikel 3.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.68

3.72

Verenigingsleven

Binnen het werkingsgebied Verenigingsleven mogen de gronden gebruikt worden voor een maatschappelijke voorziening voor het verenigingsleven.

XXX

Het opschrift van artikel 3.69 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.69

3.73

Behorende bij verenigingsleven

Binnen het werkingsgebied Verenigingsleven mogen de gronden gebruikt worden voor bij de activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • c.

    nutsvoorzieningen;

  • d.

    toegangswegen.

YYY

Het opschrift van afdeling 3.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.16

3.17

Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg

ZZZ

Het opschrift van paragraaf 3.16.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.16.1

3.17.1

Gebruiksactiviteiten verkooppunt motorbrandstoffen met lpg

AAAA

Het opschrift van artikel 3.70 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.7

3.74

Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg

Binnen het werkingsgebied Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg mogen de gronden gebruikt worden voor een verkooppunt van motorbrandstoffen (met en zonder lpg), dat dient voor het afleveren van lpg en overige brandstoffen aan motorvoertuigen voor het wegverkeer en daaraan ondergeschikte, niet zelfstandige detailhandel in aanverwante goederen, met dien verstande dat:

  • a.

    het bestaande lpg-vulpunt niet mag worden verplaatst;

  • b.

    binnen een afstand van 25 meter tot het gasreservoir geen kwetsbare objecten en/of beperkt aanwezig mogen zijn;

  • c.

    de doorzet ten hoogste 1000 m³ mag bedragen.

BBBB

Het opschrift van artikel 3.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.71

3.75

Behorend bij verkooppunt motorbrandstoffen met lpg

Binnen het werkingsgebied Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg mogen de gronden gebruikt worden voor bij de activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • c.

    nutsvoorzieningen;

  • d.

    toegangswegen.

CCCC

Het opschrift van paragraaf 3.16.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.16.2

3.17.2

Specifieke bouwregels Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg

DDDD

Het opschrift van artikel 3.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.72

3.76

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Binnen het werkingsgebied Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg gelden de volgende regels:

  • a.

    de maximum bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen waarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactivitiet bouwwerken nodig is (afscheiding voldoet niet aan Artikel 2.5 onder f) bedraagt 3 meter;

  • b.

    de bouwhoogte van kunstobjecten en lichtmasten mag maximaal 10 meter bedragen;

  • c.

    de bouwhoogte van vlaggenmasten waarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactivitiet bouwwerken nodig is (hoger dan 6 meter en/of meer dan 1 mast aanwezig op een 'gebouwerf' als bedoeld in het Bbl) mag 10 meter bedragen;

  • d.

    de maximum bouwhoogte van andere overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 7 meter;

  • e.

    voor overkappingen gelden de bouwregels voor gebouwen zoals opgenomen in Paragraaf 2.1.5.

EEEE

Het opschrift van afdeling 3.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.17

3.18

Wonen

FFFF

Het opschrift van paragraaf 3.17.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.17.1

3.18.1

Gebruiksactiviteiten wonen

GGGG

Het opschrift van artikel 3.73 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.73

3.77

Wonen algemeen

Binnen het werkingsgebied Wonen algemeen is wonen toegestaan, niet zijnde een kamerverhuurpand.

HHHH

Het opschrift van artikel 3.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.74

3.78

Wonen op de verdieping

Binnen het werkingsgebied Wonen op de verdieping is wonen toegestaan, niet zijnde een kamerverhuurpand, met uitzondering van het wonen op de begane grond en kelderverdieping(en).

IIII

Het opschrift van artikel 3.75 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.75

3.79

Wonen op de bovenste verdieping

Binnen het werkingsgebied Wonen op de bovenste verdieping is wonen toegestaan, niet zijnde een kamerverhuurpand, op de bovenste verdieping.

JJJJ

Het opschrift van artikel 3.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.76

3.8

Behorende bij wonen

Binnen de werkingsgebieden Wonen algemeen, Wonen op de verdieping en Wonen op de bovenste verdieping mogen de gronden gebruikt worden voor bij de activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    woningen, bergingen en trappenhuizen;

  • b.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • c.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • d.

    nutsvoorzieningen;

  • e.

    toegangswegen.

KKKK

Het opschrift van artikel 3.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.77

3.81

Bijgebouw ten behoeve van het wonen

Binnen het werkingsgebied Bijgebouw wonen mogen de gronden gebruikt worden voor de opslag ten behoeve van de functie wonen.

LLLL

Het opschrift van artikel 3.78 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.78

3.82

Strijdig gebruik

Binnen de werkingsgebieden Wonen algemeen, Wonen op de verdieping en Wonen op de bovenste verdieping wordt tot een gebruik strijdig met deze activiteit/functie, in aanvulling op het bepaalde in Afdeling 2.2, in ieder geval gerekend:

  • a.

    het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor iedere vorm van bewoning, anders dan als huisvesting in verband met mantelzorg;

  • b.

    het gebruik van gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige woning;

  • c.

    het gebruik van garageboxen voor iedere vorm van bewoning.

MMMM

Artikel 3.79 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.79

3.83

Overbewoning woonruimte

1

Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners:

  • a.

    wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m22 gebruiksoppervlakte; en

  • b.

    wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m22 gebruiksoppervlakte.

2

Artikel 3.793.83, eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

NNNN

Het opschrift van paragraaf 3.17.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.17.2

3.18.2

Specifieke bouwregels wonen

OOOO

Het opschrift van subparagraaf 3.17.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf

3.17.2.1

3.18.2.1

Bouwen algemeen

PPPP

Voor artikel 3.80 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel

3.84

Tijdelijke bouwregels voor ontwikkelingen

In afdeling 6.2 zijn in aanvulling op of in afwijking van paragraaf 3.18.2 enkele tijdelijke bouwregels opgenomen voor lopende ontwikkelingen.

QQQQ

Het opschrift van artikel 3.80 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.8

3.85

Bestaande woningen niet splitsen in meerdere grondgebonden woningen

Bestaande woningen mogen niet bouwkundig worden gesplitst in meerdere grondbonden woningen.

Dit artikel is van toepassing binnen de werkingsgebieden Wonen algemeen, Wonen kamerverhuur, Wonen op de verdieping en Wonen op de bovenste verdieping

RRRR

Het opschrift van artikel 3.81 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.81

3.86

Maximum aantal woningen

Op locaties met een maximum aantal woningen mag het aantal woningen maximaal het aangegeven maximum aantal woningen zijn.

SSSS

Artikel 3.82 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.82

3.87

Maximum bebouwingspercentage per bouwperceel

1

Binnen het werkingsgebied Wonen algemeen bedraagt het maximum bebouwingspercentage per bouwperceel:

  • a.

    80% voor percelen met een oppervlakte tot 150 m2;

  • b.

    60% voor percelen met een oppervlakte van 150 m2 tot 300 m2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 120 m2 mag worden bebouwd;

  • c.

    50% voor percelen met een oppervlakte van 300 m2 tot 500 m2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 180 m2 mag worden bebouwd;

  • d.

    40% voor percelen met een oppervlakte groter dan 500 m2, waarbij in ieder geval een oppervlakte van 250 m2 mag worden bebouwd en maximaal een oppervlakte van 300 m2 mag worden bebouwd.

2

Binnen het werkingsgebied Wonen algemeen is het bepaalde onder Artikel 3.823.87, eerste lid niet van toepassing op bouwpercelen met gebouwen met gestapelde appartementen.

TTTT

Het opschrift van subparagraaf 3.17.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf

3.17.2.2

3.18.2.2

Gebouwen

UUUU

Het opschrift van artikel 3.83 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.83

3.88

Gebouwen binnen het bouwvlak

  • a.

    Binnen het werkingsgebied Wonen algemeen is, in afwijking van de ter plekke geldende norm als bedoeld in Artikel 2.14, de maximum bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen 5 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw.

  • b.

    In afwijking van het bepaalde onder a mag een vrijstaand bijgebouw meer dan 5 meter hoog zijn als wordt voldaan aan de volgende specifieke beoordelingsregels:

    • 1

      de bouwhoogte van het vrijstaand bijgebouw lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw en

    • 2

      daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in Artikel 1.14.

VVVV

Het opschrift van artikel 3.84 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.84

3.89

Gebouwen buiten het bouwvlak

Binnen het werkingsgebied Wonen algemeen gelden voor gebouwen buiten het bouwvlak de volgende regels:

  • a.

    Achter de voorgevelrooilijn mag de bouwhoogte maximaal 5 meter bedragen en mag de goothoogte maximaal 3 meter bedragen;

  • b.

    In afwijking van het bepaalde onder a is een hogere bouw- en/of goothoogte buiten het bouwvlak mogelijk als bij een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt voldaan aan de volgende specifieke beoordelingsregels:

    • 1

      het is een uitbreiding van een gebouw dat binnen het bouwvlak aanwezig is en

    • 2

      de bouw- en goothoogte zijn maximaal gelijk aan de binnen het bouwvlak aanwezige bouw- en goothoogte van het uit te breiden gebouw en

    • 3

      daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in Artikel 1.14.

  • c.

    Voor de voorgevelrooilijn zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van een erker of portaal aan de voorgevel van een woning onder de volgende voorwaarden:

    • 1

      de oppervlakte mag maximaal 6 m2 bedragen of de breedte mag maximaal 2/3 van de gevellengte bedragen;

    • 2

      de diepte (horizontaal) mag maximaal 1,5 meter bedragen;

    • 3

      de goothoogte mag maximaal 3 meter bedragen;

    • 4

      de bouwhoogte mag maximaal 4,5 meter bedragen;

    • 5

      de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 1 meter, tenzij er sprake is van twee aan elkaar gekoppelde erkers bij twee aaneengesloten woningen.

  • d.

    In afwijking van het bepaalde onder c is het bouwen van een gebouw of overkapping voor de voorgevelrooilijn ook mogelijk als bij een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt voldaan aan de volgende specifieke beoordelingsregels:

    • 1

      de voorgevelrooilijn wordt met ten hoogste 3 meter overschreden en

    • 2

      de afstand tot openbaar toegankelijk gebied bedraagt minimaal 2 meter en

    • 3

      de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter en

    • 4

      daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in Artikel 1.14.

  • e.

    In aanvulling op het bepaalde onder a en c geldt voor een bouwperceel met een gebouw met gestapelde appartementen dat de totale oppervlakte aan gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak maximaal 50 m2 mag bedragen.

  • f.

    In afwijking van het bepaalde onder e is een groter gezamenlijk oppervlak van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak op een bouwperceel met een gebouw met gestapelde appartementen mogelijk als bij een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt voldaan aan de volgende specifieke beoordelingsregels:

    • 1

      het gezamenlijk oppervlak van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak is maximaal 75 m² per bouwperceel en

    • 2

      het bebouwingspercentage van het bouwperceel bedraagt niet meer dan 50% en

    • 3

      daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels in Artikel 1.14.

WWWW

Het opschrift van artikel 3.85 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.85

3.9

Gebouwen in werkingsgebied 'Bijgebouw wonen'

Binnen het werkingsgebied Bijgebouw wonen gelden de regels voor bestaande bebouwing zoals opgenomen in Artikel 2.12.

XXXX

Het opschrift van subparagraaf 3.17.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf

3.17.2.3

3.18.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

YYYY

Artikel 3.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.86

3.91

Bouwregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen het werkingsgebied Wonen algemeen gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde de volgende regels:

  • a.

    de maximum bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen voor de voorgevelrooilijn waarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactivitiet bouwwerken nodig is (afscheiding hoger dan 1 meter) bedraagt 2 meter, waarbij geldt dat ook voldaan moet worden aan de beoordelingsregels in Artikel 1.14.

  • b.

    de maximum bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn waarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactivitiet bouwwerken nodig is (afscheiding hoger dan 2 meter) bedraagt 3 meter, waarbij geldt dat ook voldaan moet worden aan de beoordelingsregels in Artikel 1.14.

  • c.

    de maximum bouwhoogte van vlaggenmasten waarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactivitiet bouwwerken nodig is (hoger dan 6 meter en/of meer dan 1 mast aanwezig op een 'gebouwerf' als bedoeld in het Bbl) bedraagt 10 meter, waarbij geldt dat ook voldaan moet worden aan de beoordelingsregels in Artikel 1.14.

  • d.

    voor overkappingen gelden de bouwregels voor gebouwen als opgenomen in Subparagraaf 3.17.2.13.18.2.1 en Subparagraaf 3.17.2.23.18.2.2;

  • e.

    voor de bouw danwel aanpassing van een paardrijbak gelden de regels in Artikel 2.24;

  • f.

    in aanvulling op het bepaalde onder e geldt dat de maximum bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van een paardrijbak 6 meter bedraagt;

  • g.

    andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd, met een maximum bouwhoogte van 5 meter.

ZZZZ

Het opschrift van paragraaf 3.17.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.17.3

3.18.3

Kamerverhuur

AAAAA

Het opschrift van subparagraaf 3.17.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf

3.17.3.1

3.18.3.1

Gebruik kamerverhuurpanden

BBBBB

Het opschrift van artikel 3.87 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.87

3.92

Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing binnen de werkingsgebieden Wonen algemeen, Wonen kamerverhuur, Wonen op de verdieping, Wonen op de bovenste verdieping.

CCCCC

Artikel 3.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.88

3.93

Algemeen: Woning gebruiken voor kamerverhuur

1

Het gebruik van een woning voor kamerverhuur is, in afwijking van artikelen 3.733.77, 3.743.78 en 3.753.79, uitsluitend toegestaan in een bestaand of vergund kamerverhuurpand.

2

Het is niet toegestaan het aantal kamers in een bestaand of vergund kamerverhuurpand te vergroten.

DDDDD

Artikel 3.89 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.89

3.94

Uitsterfbepaling

Het is verboden een bestaand of vergund kamerverhuurpand of een kamerverhuurpand dat vergund is middels artikel 3.913.96 opnieuw te gebruiken als kamerverhuurpand als het gebruik als kamerverhuurpand één jaar of meer is onderbroken.

EEEEE

Subparagraaf 3.17.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf

3.17.3.2

3.18.3.2

Omgevingsplanactiviteit Woning gebruiken voor kamerverhuur

Artikel

3.9

3.95

Toepassingsbereik

De artikelen in deze subparagraaf, met uitzondering van 3.943.99, zijn alleen van toepassing in de werkingsgebieden: Wonen algemeen, Wonen op de verdieping, Wonen op de bovenste verdieping.

Artikel

3.91

3.96

Nieuw kamerverhuurpand

Het gebruik van een woning als nieuw kamerverhuurpand is in afwijking van Artikel 3.883.93, eerste lid mogelijk op voorwaarde van een omgevingsvergunning.

Artikel

3.92

3.97

Vergroten kamerverhuurpand

Het vergroten van het aantal kamers in een bestaand of vergund kamerverhuurpand is in afwijking van Artikel 3.883.93, tweede lid mogelijk op voorwaarde van een omgevingsvergunning.

Artikel

3.93

3.98

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit kamerverhuurpand

1

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikelen 3.913.96 en 3.923.97 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:

  • a.

    De omgevingsvergunning moet worden geweigerd als er:

    • 1

      Binnen een afstand van 50 meter van het aangevraagde kamerverhuurpand een bestaand of vergund kamerverhuurpand aanwezig is.

    • 2

      Binnen een afstand van 50 meter van het aangevraagde kamerverhuurpand reeds een omgevingsvergunningaanvraag is ingediend (en nog niet is verleend of geweigerd) voor het realiseren van een kamerverhuurpand.

    • 3

      Binnen een afstand van 50 meter van het aangevraagde kamerverhuurpand een rechtens aanwezige woning aanwezig is met een oppervlakte van kleiner of gelijk aan 50 m².

    • 4

      Een bestaand of vergund kamerverhuurpand aanwezig is in het gebouw waar de omgevingsvergunning wordt aangevraagd;

  • b.

    Het aantal afzonderlijk te verhuren kamers bedraagt niet meer dan 7;

  • c.

    Het aangevraagde kamerverhuurpand voldoet aan de volgende minimale gebruiksoppervlakte kamerverhuur:

    • 1

      minimaal 75 m2 bij 3 kamers

    • 2

      minimaal 100 m2 bij 4 kamers

    • 3

      minimaal 120 m2 bij 5 kamers

    • 4

      minimaal 140 m2 bij 6 kamers

    • 5

      minimaal 160 m2 bij 7 kamers

  • d.

    Op eigen terrein is een bereikbare in- of uitpandige bergingsruimte aanwezig voor de stalling van fietsen, afvalcontainer(s) of afvalzakken met een oppervlakte van:

    • 1

      Bij 4 kamers of minder: TenminsteTen minste 6 m² bergruimte;

    • 2

      Bij 5 kamers of meer: TenminsteTen minste 7 m² bergruimte en 1m² extra bergruimte voor iedere extra kamer.

  • e.

    Er wordt voldaan het bepaalde in Artikel 1.14.

  • f.

    Naar het oordeel van burgemeester en wethouders is er geen sprake van een kwetsbaar beeld van het woon- en leefklimaat in de omgeving. De beoordeling hiervan vindt plaats aan de hand van de beleidsregel 'Onzelfstandige bewoning Enschede 2022' dan wel, als deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.

  • g.

    Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.913.96 (nieuw kamerverhuurpand), is in een periode van 10 jaar daaraan voorafgaand geen omgevingsvergunning verleend voor een appartement (of meerdere) in de betreffende woning op grond van:

    • 1

      artikel 3.993.104; of

    • 2

      Bestemmingsplan 'Kwalitatief sturen op appartementen 2022'.

2

Bij een omgevingsvergunning als bedoeld in artikelen 3.913.96 en 3.923.97 voor aantoonbare huisvesting van een doelgroep van beleid uit de gemeentelijke Woonvisie (en diens rechtsopvolgers), door woningbouwcorporaties waarmee prestatieafspraken zijn gemaakt, zijn de beoordelingsregels in artikel 3.933.98, eerste lid van overeenkomstige toepassing. Daarbij kunnen burgemeester en wethouders gemotiveerd afwijken van het bepaalde onder sub a, b, c, f en g.

3

De afstand van een kamerverhuurpand tot een bestaand of vergund kamerverhuurpand, zoals genoemd in artikel Artikel 3.933.98, eerste lid sub a, wordt als volgt gemeten:

  • a.

    De afstand wordt gemeten tussen ieder mogelijk punt op de perceelsgrenzen van het bouwperceel waarop het beoogde kamerverhuurpand gelegen is en ieder mogelijk punt op de perceelsgrenzen van het bouwperceel waarop de panden genoemd in Artikel 3.933.98, eerste lid sub a gelegen zijn;

  • b.

    Bij een beoogd kamerverhuurpand in een gebouw met gestapelde appartementen wordt, ongeacht de locatie van het beoogde kamerverhuurpand in het gebouw met gestapelde appartementen, de afstand ook gemeten vanaf ieder mogelijk punt vanaf de perceelsgrenzen van het bouwperceel waarop het gebouw met gestapelde appartementen gelegen is.

Artikel

3.94

3.99

Aanvraagvereisten Woning gebruiken voor kamerverhuur

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikelen 3.913.96 en 3.923.97 worden de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    Het totaal aantal afzonderlijk te verhuren kamers.

  • b.

    Indien het een bestaand of vergund kamerverhuurpand betreft: het aantal kamers dat in de bestaande situatie afzonderlijk wordt verhuurd.

  • c.

    Een plattegrond waarop is aangegeven:

    • 1

      De totale gebruiksoppervlakte kamerverhuur in de nieuwe situatie;

    • 2

      Het aantal te verhuren kamers, genummerd per kamer en met vermelding van de oppervlakte per kamer.

    • 3

      De in- of uitpandige bergingsruimte, met vermelding van de oppervlakte.

    • 4

      De overige ruimtes, met vermelding van de oppervlakte per ruimte.

  • d.

    Gegevens ten behoeve van de toets op basis van de Wet Bibob.

Toepassingsbereik
Dit artikel is van toepassing in de in artikel 3.93.95 bedoelde werkingsgebieden.
Aanvullend zijn de aanvraagvereisten in dit artikel, binnen het werkingsgebied Omgevingsplan tijdelijk deel - onzelfstandige bewoning, overeenkomstig van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van het bestemmingsplan "Onzelfstandige bewoning Enschede 2022".

FFFFF

Het opschrift van paragraaf 3.17.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.17.4

3.18.4

Appartementen

GGGGG

Het opschrift van artikel 3.95 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.95

3.1

Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing binnen de werkingsgebieden Wonen algemeen, Wonen op de verdieping en Wonen op de bovenste verdieping.

HHHHH

Het opschrift van artikel 3.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.96

3.101

Verbod op het realiseren en gebruiken van appartementen

IIIII

Artikel 3.97 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.97

3.102

Uitzondering voor vergunde appartementen

Het in artikel 3.963.101 bedoelde verbod geldt niet voor een appartement, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit omgevingsplan op de betreffende locatie van de appartementen.

JJJJJ

Artikel 3.98 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.98

3.103

Gebruiksregels en specifieke bouwregels voor appartementen

Voor zover in afwijking van artikel 3.963.101 het realiseren en gebruik van appartementen is of kan worden toegestaan, gelden daarvoor de volgende voorwaarden:

  • a.

    Het minimum gebruiksoppervlak per appartement bedraagt 75 m2;

  • b.

    De hoofdtoegang van het appartement, dan wel de toegang tot de gemeenschappelijke verkeersruimte van meerdere appartementen, is gesitueerd op maximaal 5 meter vanaf de openbare weg;

  • c.

    Appartementen moeten beschikken over een fietsenberging die niet rechtstreeks toegankelijk is vanuit het appartement en buitenruimte van voldoende omvang. Daarvan is sprake indien elk appartement beschikt over:

    • 1

      een eigen fietsenberging van 5 m2 of een collectieve fietsenberging, waarbij wordt voldaan aan de geldende normen voor fietsparkeren in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen gemeente Enschede 2025', of in een beleidsregel die deze Nota wijzigt of vervangt.

    • 2

      een eigen buitenruimte met een oppervlak van tenminsteten minste 6 m2 of een collectieve buitenruimte van tenminsteten minste 6 m2 per appartement, bijvoorbeeld in de vorm van een dakterras, balkon of loggia;

  • d.

    Er is geen sprake van het realiseren van appartementen in bestaande bebouwing buiten het bouwvlak;

  • e.

    Het is niet toegestaan om appartementen te splitsen in kleinere appartementen.

KKKKK

Artikel 3.99 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.99

3.104

Omgevingsplanactiviteit realiseren en gebruiken appartementen

1

In afwijking van artikel 3.963.101 kan in de volgende situaties een omgevingsvergunning worden verleend voor realisatie en/of gebruik van een appartement:

  • a.

    in of bij een monument of een in het geldende omgevingsplan als 'karakteristiek' aangewezen cultuurhistorisch waardevol gebouw;

  • b.

    dat de aantoonbare huisvesting betreft van een doelgroep van programmering als genoemd in de gemeentelijke Woonvisie betreft, dan wel diens rechtsopvolger;

  • c.

    dat een sociale huurwoning betreft voor huisvesting door woningbouwcorporaties waarmee prestatieafspraken zijn gemaakt.

2

Voor (een aanvraag om) een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 3.993.104, eerste lid zijn, voor wat de omgevingsplanactiviteit bouwwerken betreft, de vergunningplicht en aanvraagvereisten opgenomen in Paragraaf 2.1.1.

Daarnaast zijn voor wat het gebruik betreft de in Artikel 1.27 bedoelde aanvraagvereisten van toepassing.

LLLLL

Artikel 3.100 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.1

3.105

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit realiseren en gebruiken appartementen

1

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.993.104, eerste lid wordt alleen verleend als wordt voldaan aan het bepaalde in artikelen 1.14 en 3.983.103.

Aanvullend geldt per onderdeel van artikel 3.993.104, eerste lid:

  • a.

    onderdeel a: het toevoegen van een appartement dient aantoonbaar bij te dragen aan het behoud van de karakteristieke waarden.

  • b.

    onderdeel b: er kan worden afgeweken van artikel 3.983.103onderdeel a.

  • c.

    onderdeel c:

    • 1

      er kan worden afgeweken van artikel 3.983.103 onderdeel a en c sub 2; en

    • 2

      voor de sociale huurwoning geldt de minimale instandhoudingstermijn als bedoeld in de 'Doelgroepenverordening sociale huur en middenhuur Enschede 2021' (of diens rechtsopvolger).

MMMMM

Na paragraaf 3.17.4 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf

3.18.5

Sociale huur

Artikel

3.106

Verplichting sociale huur

1

In aanvulling op artikelen 3.77, 3.78 en 3.79 is wonen binnen de locatie Sociale huur alleen toegestaan in een sociale huurwoning.

2

Het is niet toegestaan om tijdens de in de 'Doelgroepenverordening sociale huur en middenhuur Enschede 2021' (of diens rechtsopvolger) genoemde instandhoudingstermijn voor sociale huurwoningen, een sociale huurwoning in gebruik te geven of nemen:

  • a.

    als reguliere woning;

  • b.

    als middeldure huurwoning;

  • c.

    voor een hogere maximale huurprijs dan voor sociale huurwoningen is vastgelegd in de verordening 'Doelgroepenverordening sociale huur en middenhuur Enschede 2021' (of diens rechtsopvolger).

Artikel

3.107

Omgevingsplanactiviteit omzetten sociale huur

1

Na afloop van de in het tweede lid van artikel 3.106 bedoelde instandhoudingstermijn is het bedoelde in artikel 3.106, tweede lid onder a en b toegestaan op voorwaarde van een omgevingsvergunning.

2

Voor (een aanvraag om) een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid zijn voor wat het gebruik betreft de in artikel 1.27 bedoelde aanvraagvereisten van toepassing.

Artikel

3.108

Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit omzetten sociale huur

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.107 wordt alleen verleend als ook wordt voldaan aan de overige geldende regels op de betreffende locatie, met uitdrukkelijke aandacht voor het voldoen aan de regels in paragraaf 5.5 (Parkeren).

NNNNN

Het opschrift van afdeling 3.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling

3.18

3.19

Zorginstelling

OOOOO

Het opschrift van paragraaf 3.18.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf

3.18.1

3.19.1

Gebruiksactiviteiten zorginstelling

PPPPP

Het opschrift van artikel 3.101 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.101

3.109

Zorginstelling

Binnen het werkingsgebied Zorginstelling mogen de gronden gebruikt worden voor een maatschappelijke voorziening in de vorm van een zorginstelling en kinderopvang.

QQQQQ

Het opschrift van artikel 3.102 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

3.102

3.11

Behorende bij zorginstelling

Binnen het werkingsgebied Zorginstelling mogen de gronden gebruikt worden voor bij de activiteit behorende bouwwerken, erven, terreinen, voorzieningen en activiteiten, zoals:

  • a.

    parkeervoorzieningen en laden en lossen;

  • b.

    voorzieningen ten behoeve van warmte-koude-opslag;

  • c.

    nutsvoorzieningen;

  • d.

    toegangswegen.

RRRRR

Artikel 5.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.4

Algemene regel bouwkundige wijzigingen karakteristiek

Binnen het werkingsgebied Karakteristiek zijn bouwkundige wijzigingen toegestaan aan de karakteristieke hoofdvorm en/of karakteristieke elementen van bebouwing, daaronder ook verstaan het geheel of gedeeltelijk slopen van bebouwing, als die niet strijdig zijn met andere bouwregels en voldoen aan tenminsteten minste één van de volgende voorwaarden:

  • a.

    Ze waren ten tijde van inwerkingtreding van de wijziging van het Omgevingsplan voor de locatie van de betreffende bebouwing toegestaan en in uitvoering;

  • b.

    Het betreft normaal onderhoud en beheer van karakteristieke bebouwing;

  • c.

    Ze zijn niet zichtbaar vanuit het openbaar toegankelijk gebied, tenzij;

    • 1

      het wijzigingen aan bebouwing betreft die zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied zijn te maken door het rooien van beplanting of het weghalen van een erfafscheiding;

    • 2

      het wijzigingen betreft aan objecten buiten de bebouwde kom;

  • d.

    Anders dan bedoeld onder a t/m c en waarbij de cultuurhistorisch deskundige oordeelt dat er geen sprake is van een wijziging, al dan niet van geringe omvang, van de karakteristieke hoofdvorm en/of karakteristieke elementen van de bebouwing.

SSSSS

Artikel 5.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.8

Algemene regel bouwkundige wijzigingen

Binnen het werkingsgebied Cultuurhistorische structuur zijn bouwkundige wijzigingen toegestaan als deze voldoen aan tenminsteten minste één van de volgende voorwaarden:

  • a.

    Ze waren ten tijde van inwerkingtreding van de wijziging van het Omgevingsplan voor de locatie van de betreffende cultuurhistorische structuur toegestaan en in uitvoering.

  • b.

    Het betreft normaal onderhoud en beheer aan een cultuurhistorische structuur.

  • c.

    Anders dan bedoeld onder a en b en het op basis van het oordeel van de cultuurhistorisch deskundige van geringe omvang is of wordt uitgevoerd aan/in een onderdeel van de 'cultuurhistorische structuur' dat niet bijdraagt aan de waarde van de 'cultuurhistorische structuur'.

TTTTT

Artikel 5.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.11

Algemene regel uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid

Binnen het werkingsgebied de locatie Cultuurhistorische structuur is het uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, toegestaan als het voldoet aan tenminsteten minste één van de volgende voorwaarden:

  • a.

    Het was ten tijde van inwerkingtreding van de wijziging van het Omgevingsplan voor de locatie van de betreffende cultuurhistorische structuur toegestaan en in uitvoering.

  • b.

    Het betreft normaal onderhoud en beheer aan een cultuurhistorische structuur, zoals vervanging van bestaande verharding en het snoeien van hagen en struiken.

  • c.

    Anders dan bedoeld onder a en b en het op basis van het oordeel van de cultuurhistorisch deskundige van geringe omvang is of wordt uitgevoerd aan/in een onderdeel van de 'cultuurhistorische structuur' dat niet bijdraagt aan de waarde van de 'cultuurhistorische structuur'.

UUUUU

Na paragraaf 5.4.1 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf

5.4.2

Geluidwerende voorziening

Artikel

5.26

Gebod geluidwerende voorziening

1

Binnen de locatie Geluidwerende voorziening moet een geluidwerende voorziening - overdrachtsmaatregel gerealiseerd worden en in stand gehouden worden.

2

Op locaties met een norm minimum hoogte geluidwerende voorziening moet de hoogte van een geluidwerende voorziening - overdrachtsmaatregel als bedoeld in het eerste lid minimaal de op die locatie weergegeven hoogte hebben, in meters.

VVVVV

Het opschrift van artikel 5.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.26

5.27

Algemene regels parkeren

  • a.

    Binnen het werkingsgebied Omgevingsplan nieuw deel moet bij het (ver)bouwen van bouwwerken en/of het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden, gelet op de omvang en het gebruik daarvan, in voldoende mate worden voorzien in ruimte voor:

    • 1

      het parkeren van auto's;

    • 2

      het stallen van fietsen;

    • 3

      het stallen van brommers, scooters en andere soortgelijke vervoersmiddelen.

  • b.

    De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein.

  • c.

    In afwijking van b is het mogelijk om de voorzieningen als bedoeld onder a niet (geheel) op eigen terrein te realiseren, onder de volgende voorwaarden:

    • 1

      Er wordt aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte voorzien;

    • 2

      In het geval van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en/of voor het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in Artikel 1.14.

    • 3

      Stallingsplaatsen voor fietsen van bewoners en gebruikers van appartementen dienen inpandig (in een gebouw of onder een overkapping) te worden gerealiseerd.

  • d.

    Bij de beoordeling of er wordt voldaan aan het genoemde onder a gelden de parkeernormen en andere richtlijnen (zoals afmetingen van parkeerplaatsen) in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen gemeente Enschede 2025' of in een beleidsregel die deze Nota wijzigt of vervangt.

WWWWW

Artikel 5.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.27

5.28

Beoordelingsregels parkeren bij omgevingsplanactiviteiten bouwwerken en gebruik

Binnen het werkingsgebied Omgevingsplan nieuw deel gelden bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en/of een omgevingsplanactiviteit voor het wijzigen van het gebruik van bouwwerken en/of gronden, de regels in Artikel 5.265.27 als beoordelingsregels.

XXXXX

Het opschrift van artikel 5.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.28

5.29

Algemene regels waterberging

Binnen het werkingsgebied Omgevingsplan nieuw deel gelden de volgende algemene regels met betrekking tot waterberging:

  • a.

    Bij vervanging of uitbreiding van verhard oppervlak wordt minimaal 55 mm aan berging en/of infiltratie van hemelwater per m² te vervangen of uit te breiden verhard oppervlak gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein.

  • b.

    De onder a bedoelde berging en/of infiltratie geldt aanvullend op de bergingsopgave voor het bestaand verhard oppervlak dat niet wordt verwijderd of vervangen.

  • c.

    De onder a bedoelde berging en/of infiltratie moet het (teveel aan) water afwateren op een voorziening voor de ontvangst van hemelwater in het openbaar toegankelijk gebied.

  • d.

    In afwijking van a is het mogelijk om de berging en/of infiltratie niet (geheel) op eigen terrein te realiseren, onder de volgende voorwaarden (uiteraard met toestemming eigenaar terrein buiten eigen terrein):

    • 1

      Berging of infiltratie van hemelwater op eigen terrein is redelijkerwijs niet op doelmatige wijze mogelijk.

    • 2

      In de directe omgeving van het eigen terrein wordt ten allen tijde voorzien in voldoende waterbergende voorzieningen in relatie met de hoeveelheid verhard oppervlak op eigen terrein.

    • 3

      In het geval van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken of een andere omgevingsplanactiviteit waarbij verhard oppervlak wordt vervangen of uitgebreid, wordt voldaan aan de algemene beoordelingsregel in Artikel 1.14.

YYYYY

Artikel 5.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.29

5.3

Beoordelingsregels waterberging bij omgevingsplanactiviteiten ten aanzien van bouwwerken en verharding

Binnen het werkingsgebied Omgevingsplan nieuw deel gelden, bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken of een andere omgevingsplanactiviteit waarbij het verhard oppervlak wordt aangepast, de regels in Artikel 5.285.29 als beoordelingsregels.

ZZZZZ

Het opschrift van artikel 5.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.3

5.31

Gebruik ondergrondse waterberging

Binnen het werkingsgebied Waterberging mogen de gronden gebruikt worden voor een ondergrondse waterberging.

AAAAAA

Het opschrift van artikel 5.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.31

5.32

Specifieke bouwregels ondergrondse waterberging

Binnen het werkingsgebied Waterberging mag een ondergrondse waterberging worden gebouwd danwel aangepast worden.

BBBBBB

Het opschrift van artikel 5.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.32

5.33

Voorrangsbepaling Watersystemen Enschede

Binnen het werkingsgebied Watersystemen Enschede worden de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende activiteiten en functies, mede gebruikt voor de aanleg en het beschermen van essentiële onderdelen van de waterhuishouding van Enschede, waarbij de regels in deze Paragraaf 5.6.2 voorrang hebben op het bepaalde elders in de regels van dit plan.

CCCCCC

Het opschrift van artikel 5.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.33

5.34

Specifieke bouwregels Watersystemen Enschede

Binnen het werkingsgebied Watersystemen Enschede mag enkel worden gebouwd in de volgende gevallen:

  • a.

    bouwen ten behoeve van essentiële onderdelen van de waterhuishouding van Enschede;

  • b.

    vervanging/vernieuwing van bestaande bebouwing, zonder uitbreiding op maaiveld danwel in de bodem;

  • c.

    beheer van watersystemen.

  • d.

    In afwijking van het bepaalde onder a, b en c is het mogelijk om te bouwen overeenkomstig de andere daar toegestane activiteiten en functies als:

    • 1

      er geen permanente belemmering ontstaat voor de aanleg, de werking of het onderhoud van essentiële onderdelen van de waterhuishouding van Enschede en

    • 2

      daarbij wordt voldaan aan Artikel 1.14.

DDDDDD

Artikel 5.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

5.34

5.35

Omgevingsplanactiviteit uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

1

Binnen het werkingsgebied Watersystemen Enschede is het verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, niet zijnde bouwwerken, of werkzaamheden uit te (laten) voeren als deze niet ten dienste staan van essentiële onderdelen van de waterhuishouding van Enschede:

  • a.

    het graven en/of dempen van watergangen/waterpartijen;

  • b.

    het door afwateren, ontwateren of afdammen wijzigen van de grondwaterstand;

  • c.

    het aanleggen van drainagebuizen;

  • d.

    het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden;

  • e.

    het aanbrengen van ondergrondse leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

  • f.

    het aanbrengen van oppervlakteverharding;

  • g.

    het vellen, rooien, of verwijderen van houtwallen, boomsingels en houtopstanden.

2

Binnen het werkingsgebied Watersystemen Enschede zijn de onder Artikel 5.345.35, eerste lid bedoelde verboden niet van toepassing op werken of werkzaamheden, die van geringe omvang zijn dan wel het normale gebruik of het beheer van watersystemen betreffen.

3

Binnen het werkingsgebied Watersystemen Enschede worden de omgevingsvergunningen, zoals genoemd onder Artikel 5.345.35, eerste lid, alleen verleend als direct of indirect geen permanente belemmering ontstaat voor de aanleg, de werking of het onderhoud van de waterhuishoudkundige functie.

EEEEEE

Hoofdstuk 8 wordt geplaatst na hoofdstuk 5. Hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk

8

6

[Gereserveerd]Tijdelijke regels voor ontwikkelingen

Afdeling

6.1

Realisatietermijnen

Artikel

6.1

Realisatietermijn geluidwerende voorziening Zunabrink

In afwijking van artikel 5.26 moet de daar bedoelde geluidwerende voorziening - overdrachtsmaatregel (binnen de locatie Geluidwerende voorziening) gerealiseerd zijn, voordat de woningen in gebruik zijn waar deze voorziening voor nodig is.

Afdeling

6.2

Ontwikkeling Eschmarkerveld

Artikel

6.2

Bouwregels gebouwen binnen bouwvlak

Binnen de locatie Bouwregels Eschmarkerveld geldt in aanvulling op artikel 3.88 het volgende voor gebouwen binnen het bouwvlak:

  • a.

    Een tweede verdieping mag maximaal 50% van de oppervlakte van een eerste verdieping bedragen.

  • b.

    Het bepaalde onder a geldt niet als de tweede verdieping overwegend een dakhelling heeft.

Artikel

6.3

Bouwregels gebouwen buiten bouwvlak

1

Binnen de locatie Bouwregels Eschmarkerveld geldt in afwijking van artikel 3.89 het volgende voor gebouwen buiten het bouwvlak:

  • a.

    artikel 3.89 onder b is niet van toepassing (hogere bouw- en/of goothoogte voor aangebouwde gebouwen achter de voorgevelrooilijn).

  • b.

    artikel 3.89 onder d is niet van toepassing (gebouw of overkapping voor de voorgevelrooilijn).

2

Binnen de locatie Bouwregels Eschmarkerveld geldt in aanvulling op artikel 3.89 onder c (gebouwen buiten bouwvlak, voor de voorgevelrooilijn) dat de eerste verdieping maximaal 3 meter voor de naar de weg gekeerde zijde van het bouwvlak mag liggen.

Artikel

6.4

Werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid in cultuurhistorische structuur

In aanvulling op artikel 5.11 is het uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, ook toegestaan in een cultuurhistorische structuur als het de aanleg van wegen betreft binnen locatie Wegenstructuur Eschmarkerveld.

FFFFFF

Hoofdstuk 6 wordt geplaatst na hoofdstuk 8. Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk

6

7

Financiële bepalingen (gereserveerd)

GGGGGG

Hoofdstuk 7 wordt geplaatst na hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk

7

8

Overige bepalingen (gereserveerd)

HHHHHH

Artikel 22.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel

22.16

(verplaatst)

Verplaatst [Artikel 3.793.83]

IIIIII

Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage

I

Overzicht Informatieobjecten

Agrarisch

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioc881693f-2a63-480a-a864-f4dbf211daa3/nld@2026-04-17;07122019

Agrarische schuur

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio26a80331-b477-431d-ac4f-a15c7500592c/nld@2026-04-17;07122019

Archeologisch onderzoeksgebied a

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio81a6b1fe-f202-478b-a091-36a6b21f8201/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio81a6b1fe-f202-478b-a091-36a6b21f8201/nld@2026-10-28;13495910

Archeologisch onderzoeksgebied b

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio0c2c6353-b3aa-4a4b-85db-ff9996f5376d/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio0c2c6353-b3aa-4a4b-85db-ff9996f5376d/nld@2026-10-28;13495910

Bedrijf

/join/id/regdata/gm0153/2025/giod45847ee-788d-4b9b-af93-5cf90019cc12/nld@2026-04-17;07122019

Bedrijf bg

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio885a7e53-7a9d-4e3c-acff-c21ab55ba7cd/nld@2026-04-17;07122019

Bedrijf gebruik

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioe417f554-71cd-4872-a9bd-4a204ba5f443/nld@2026-04-17;07122019

Bedrijfswonen

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio1eb90ee9-b586-4874-a7d5-f7c5e0a959b6/nld@2026-04-17;07122019

Bijgebouw wonen

/join/id/regdata/gm0153/2025/giofe922d44-9712-409d-8f34-b36bae09bbde/nld@2026-04-17;07122019

Bouwregels Eschmarkerveld

/join/id/regdata/gm0153/2026/21f81360672d4cccb2620ee0c64686d2/nld@2026-10-28;13495910

Bouwvlak

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio59179803-2680-4a69-9427-902985117959/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio59179803-2680-4a69-9427-902985117959/nld@2026-10-28;13495910

Cultuurhistorische structuur

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio8a52612b-b6ca-40fe-89d9-311c22f3a18b/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio8a52612b-b6ca-40fe-89d9-311c22f3a18b/nld@2026-10-28;13495910

Detailhandel

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioe04abfc8-4ee5-40ca-a503-e3dc06f90620/nld@2026-04-17;07122019

Detailhandel bg

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio8ac4765d-7834-45e5-ab8a-65dc9b916219/nld@2026-04-17;07122019

Detailhandel bg gebruik

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio9b8c304d-3544-40f2-8f04-2daa25540e2d/nld@2026-04-17;07122019

Dienstverlening

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioeaf90b28-0c2f-431b-9c0f-fb4a2cd50c94/nld@2026-04-17;07122019

Dienstverlening - huidverzorging

/join/id/regdata/gm0153/2025/giof8806bd7-b653-45d3-b99f-96f7d14f971e/nld@2026-04-17;07122019

Dienstverlening bg

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio79e2c009-f8f2-4287-8285-e4fd87b0eb8b/nld@2026-04-17;07122019

Dienstverlening gebruik

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio49635403-e5be-4abb-ad54-c6b4b1962d4d/nld@2026-04-17;07122019

Fok- en rijpaardenhouderij

/join/id/regdata/gm0153/2025/giof8170964-3314-46fc-a845-9a28a65e44f1/nld@2026-04-17;07122019

Garageboxen

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio12df09b1-fd86-4e97-b1ba-c13b6b96dc18/nld@2026-04-17;07122019

Geluidwerende voorziening

/join/id/regdata/gm0153/2026/378472bf7e4b426297839b2978a16604/nld@2026-10-28;13495910

geluidzone - industrie

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio4b6975b5-d8cd-4dac-b3b8-6adcce869c01/nld@2026-04-17;07122019

Groen

/join/id/regdata/gm0153/2026/5d1f8494d40d429da7259cef12941043/nld@2026-10-28;13495910

Horeca

/join/id/regdata/gm0153/2025/giof32df03e-9cc5-46f8-95ea-98050d2ebed1/nld@2026-04-17;07122019

Horeca bg

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio0fad1759-978d-4899-ae86-2018c07505ce/nld@2026-04-17;07122019

Horeca categorie 1

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio70bf8413-0ad1-467f-a3bf-b22ec4350a20/nld@2026-04-17;07122019

Horeca gebruik

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio4d1249f4-f163-44d6-a039-06d0cc8b7eef/nld@2026-04-17;07122019

Kantoor

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio74ffa403-502a-4390-89f1-697344c4ec4b/nld@2026-04-17;07122019

Kantoor gebruik

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioc9f5b5b3-f94a-4777-84cd-f9e77557ce4c/nld@2026-04-17;07122019

Karakteristiek

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioeb0c5b23-3f56-487a-97b3-b0bacf672477/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioeb0c5b23-3f56-487a-97b3-b0bacf672477/nld@2026-10-28;13495910

Kelders uitgesloten

/join/id/regdata/gm0153/2026/fb71179ecca64cdea21e8c63201324cb/nld@2026-10-28;13495910

Luifel

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio56de4c15-6998-47dd-9ab3-0e029acb72fe/nld@2026-04-17;07122019

Maatschappelijk

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio220122e8-266c-4815-ba66-19263bbd1d3f/nld@2026-04-17;07122019

Maatschappelijk bg

/join/id/regdata/gm0153/2025/giof4fbd0b3-53b8-4e2d-9788-c2c986a9c005/nld@2026-04-17;07122019

Maatschappelijk gebruik

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio12a91651-c2c1-4b8d-bc70-b0c51b6af636/nld@2026-04-17;07122019

Manege

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio802f57c8-d17d-4226-8b69-929cb3d05c70/nld@2026-04-17;07122019

maximum aantal bedrijfswoningen

/join/id/regdata/gm0153/2025/giofa922155-d541-42f5-92f8-c41bdd795cf2/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/giofa922155-d541-42f5-92f8-c41bdd795cf2/nld@2026-10-28;13495910

maximum aantal woningen

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio43ed74b4-e056-4f6c-b8f3-a813ff560337/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio43ed74b4-e056-4f6c-b8f3-a813ff560337/nld@2026-10-28;13495910

maximum bouwhoogte

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio24002b37-e75d-4b29-ac85-995a8990d290/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio24002b37-e75d-4b29-ac85-995a8990d290/nld@2026-10-28;13495910

maximum goothoogte

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio9382ff09-9df7-4c10-b416-52bb3611628f/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio9382ff09-9df7-4c10-b416-52bb3611628f/nld@2026-10-28;13495910

maximum verkoopvloeroppervlakte

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio368eb997-b041-407f-8b4f-03fd6a3c5990/nld@2026-04-17;07122019

maximum volume

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioc3902222-5dca-4dc8-8acc-f9fca7f57851/nld@2026-04-17;07122019

Meubelservice

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio9a0ed39f-4c21-4e54-92dc-610bd6bda29a/nld@2026-04-17;07122019

minimum hoogte geluidwerende voorziening

/join/id/regdata/gm0153/2026/d2f12441aa1d487d9ba08ac024093e5a/nld@2026-10-28;13495910

Omgevingsplan nieuw deel

/join/id/regdata/gm0153/2025/giof6dc7dd3-df49-4146-b341-7b6f4117ab1c/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/giof6dc7dd3-df49-4146-b341-7b6f4117ab1c/nld@2026-10-28;13495910

Omgevingsplan tijdelijk deel - onzelfstandige bewoning

/join/id/regdata/gm0153/2026/giob5da121b-27f4-4bf1-8f20-9088797b5dd3/nld@2026-04-17;07122019

Onderdoorgang

/join/id/regdata/gm0153/2025/giod943efca-c153-4f37-ad42-8cfe1d169289/nld@2026-04-17;07122019

Onderwijs

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio68ff77bb-a757-43d0-ba91-211a9193aac9/nld@2026-04-17;07122019

Openbaar gebied

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio04f585b3-2980-42e7-830e-c87bba777d55/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio04f585b3-2980-42e7-830e-c87bba777d55/nld@2026-10-28;13495910

Openbare dienstverlening

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioc0b2899c-3feb-4da0-b419-379d15475006/nld@2026-04-17;07122019

Opslag en stalling

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio66d24651-7e5f-4cb6-acce-f6e4c0de3067/nld@2026-04-17;07122019

Praktijkruimte gebruik

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioce4b50fc-413c-492d-9ae6-b92fc27a6ef9/nld@2026-04-17;07122019

Religie

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioecd716d6-dc09-441a-8d1a-f00aa4684e1e/nld@2026-04-17;07122019

Risicogebied lpg

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioc9c063b6-1447-4fb4-a5ae-18a9c0b72a9d/nld@2026-04-17;07122019

Sociale huur

/join/id/regdata/gm0153/2026/a463f598d4064556921c2e3aa25ce331/nld@2026-10-28;13495910

Speeltuin

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio831a2776-33c5-49a6-a550-6ede94da9685/nld@2026-04-17;07122019

Sport

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio540af8a8-8877-4ddc-b96f-15b7b9ec230e/nld@2026-04-17;07122019

Sporthal

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio5de4b678-4d6e-4dff-8026-bca1107b1f83/nld@2026-04-17;07122019

Tentenproductie

/join/id/regdata/gm0153/2025/giof8e15901-b36b-4c21-a82c-1dd7533b247a/nld@2026-04-17;07122019

Tuincentrum

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioab161241-7c99-4dbe-a7a4-040a7ac63e10/nld@2026-04-17;07122019

Veldsportcomplex met verlichting

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio061e0e4e-40dd-4bce-9e70-7244fb2549af/nld@2026-04-17;07122019

Verenigingsleven

/join/id/regdata/gm0153/2025/gioec546b44-fa4c-422d-9936-16cb8db8fa33/nld@2026-04-17;07122019

Verkeer

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio3f075c8f-fa8c-47b2-8cea-627785f2d594/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio3f075c8f-fa8c-47b2-8cea-627785f2d594/nld@2026-10-28;13495910

Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio9f57602f-d0b1-4d89-b397-895291490b1c/nld@2026-04-17;07122019

waterberging

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio5ea2ba8a-55ce-4582-b3e0-02acdba05147/nld@2026-04-17;07122019

Watersystemen Enschede

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio21fe6a38-bce4-4aeb-9de5-41aa7c67f2b5/nld@2026-04-17;07122019

Wegenstructuur Eschmarkerveld

/join/id/regdata/gm0153/2026/d86dfba36d9e4c448fcee4ab9effef2b/nld@2026-10-28;13495910

Wonen algemeen

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio39683d11-f11b-4651-aeb4-a3834e0c3abc/nld@2026-04-17;07122019

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio39683d11-f11b-4651-aeb4-a3834e0c3abc/nld@2026-10-28;13495910

Wonen kamerverhuur

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio572bb7b2-e9a5-472d-99fa-cd2ff2598f04/nld@2026-04-17;07122019

Wonen op de bovenste verdieping

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio6bba0a94-499e-415c-a0c1-f3d569e1f5f6/nld@2026-04-17;07122019

Wonen op de verdieping

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio1d9b5784-0ef8-4a0a-83fc-372007fa6a3d/nld@2026-04-17;07122019

Zorginstelling

/join/id/regdata/gm0153/2025/gio6853afbd-9d32-42cb-b909-3e8bf5bb1fdb/nld@2026-04-17;07122019

JJJJJJ

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage

II

Begripsbepalingen

aansluitafstand

Afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt.

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

ambachtelijke bedrijvigheid

kleinschalige consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten waarin, geheel of overwegend, door middel van handwerk goederen worden vervaardigd, bewerkt, hersteld en/of geïnstalleerd. Het leveren van goederen is toegestaan, mits: - dit naar aard en omvang een ondergeschikte activiteit is, en; - de goederen verband houden met de betreffende bedrijfsactiviteit. Tot 'ambachtelijke bedrijvigheid' kunnen in ieder geval de volgende bedrijfsactiviteiten worden gerekend: fietsenmaker, schoen- en/of kledingreparatie, modeontwerp, kledingmakerij, woningstoffeerderij, lijstenmakerij, naaiatelier, sleutelmakerij, klompenmakerij, uurwerkreparatie, reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen, computerservice, digitale en informatietechnische bedrijviigheid, grafische vormgeving, decorbouw, goud- en/of zilversmederij en beoefening van scheppende en beeldende kunst.

appartement

een woning: a. op de verdieping van een gebouw met op de begane grond een andere functie dan wonen, en/of; b. in een gebouw met meerdere woningen en waarvan de hoofdtoegang uitsluitend bereikbaar is via een gemeenschappelijke verkeersruimte, of; c. in een gebouw met meerdere gestapelde woningen en waarvan de hoofdtoegang rechtstreeks toegankelijk is vanaf straatniveau.

AS SIKB 2000

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018;

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

bebouwingsgebied

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

bebouwingspercentage

een percentage van de oppervlakte van een bouwperceel, dat ten minste moet of ten hoogste mag worden bebouwd.

bed and breakfast

een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch of anderszins veelal kortdurend verblijf, met de mogelijkheid tot het serveren van ontbijt. Een bed and breakfast is gevestigd in een woning of een daarbij behorend gebouw en wordt geëxploiteerd door de bewoners van de betreffende woning. In planologische zin valt een bed and breakfast onder beroep of bedrijf aan huis.

bedrijf

een onderneming gericht op het produceren, vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen;

bedrijfsverzamelgebouw

een gebouw op een onverdeeld bouwperceel, dat dient voor de huisvesting van drie of meer verschillende bedrijven, waarbij eventueel faciliteiten, zoals ICT-voorzieningen, parkeervoorzieningen, vergaderruimtes en/of horeca / kantine gedeeld worden of kunnen worden en waarbij de ruimtelijke uitstraling in overeenstemming is met die van een bedrijf;

bedrijfswoning

een woning in of bij een (bedrijfs)gebouw of op een (bedrijven)terrein kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op het gebruik (werkfunctie) van de bij de woning behorende gebouwen of terrein, noodzakelijk is.

beheer van watersystemen

Samenstel van aan watersystemen verbonden taken, gericht op het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en de vervulling van de op grond van deze wet aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies.

beroep of bedrijf aan huis

een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, digitaal of technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten of een ambachtelijk bedrijf dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij: a. de ruimtelijke uitwerking of uitstraling met de woonfunctie verenigbaar is en waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en; b. degene die het beroep of het bedrijf uitoefent ook bewoner van de woning is.

bestaand of vergund kamerverhuurpand

- een kamerverhuurpand dat voor 24 december 2016 (het tijdstip van inwerkingtreding van het Voorbereidingsbesluit "Onzelfstandige Bewoning 2017") aantoonbaar onzelfstandig werd bewoond en waarvan dit gebruik niet voor een periode langer dan een jaar is onderbroken. - of: een kamerverhuurpand dat op of na 24 december 2016 is toegestaan op basis van een onherroepelijk in werking zijnde omgevingsvergunning.

bestaande bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde en niet zijnde een tijdelijk toegestaan bouwwerk, die: - op het tijdstip van de inwerkingtreding van de meest recente wijziging van het omgevingsplan voor de locatie van de betreffende bebouwing, rechtmatig aanwezig of rechtmatig in uitvoering zijn, of: - na dat tijdstip zijn of mogen worden opgericht krachtens een verleende omgevingsvergunning, die vóór dat tijdstip is aangevraagd.

bijgebouw

een bij een hoofdgebouw behorend vrijstaand gebouw of een uitbreiding van een hoofdgebouw dat: - op maaiveldniveau staat en - in functioneel en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan en ten dienste staat van het hoofdgebouw.

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

bouwlaag

het doorlopende gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of vrijwel gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen wordt begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw of kelder en zolder.

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

BRL SIKB 2000

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013;

BRL SIKB 7000

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015;

bruto vloeroppervlakte

de totale en buitenwerks gemeten vloeroppervlakte van de ruimten van een bouwwerk met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige ruimten.

buitenwerks gevelvlak

het gedeelte van het bouwwerk dat, voorzover van wanden voorzien, van buitenaf zichtbaar is. Voor bouwwerken die niet of niet aan alle zijden door wanden omsloten worden, wordt de loodrechte projectie van de dakrand op het maaiveld als buitenwerks gevelvlak aangemerkt

concentratiegebied geurhinder en veehouderij

gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;

consumentenvuurwerk

vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F1 of F2 en dat bij of krachtens het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

cultuurhistorisch deskundige

persoon of groep van personen die aantoonbaar expert is op het gebied van monumentenzorg en cultuurhistorie en handelt namens de gemeente.

cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk en/of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt.

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop en het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Een afhaalzaak is geen detailhandel. Van (reguliere) detailhandel is geen sprake als verkoop uitsluitend via internet plaatsvindt en daarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: - er is ter plaatse geen showroom/uitstalling van de te verkopen goederen; - er is ter plaatse geen sprake van afhalen en/of betalen van goederen door klanten; - indien de gronden (mede) de functie wonen hebben, dan is de verkoopfunctie ondergeschikt aan de woonfunctie op het bouwperceel en is er geen negatieve ruimtelijke uitstraling op de (woon)omgeving.

detailhandel volumineus

detailhandel in volumineuze goederen die wegens aard en omvang en de specifieke vestigingseisen, met name op het gebied van bereikbaarheid en parkeren, niet thuishoort in het kernwinkelgebied of bestaande winkelcentra, zoals detailhandel in motorvoertuigen, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair, tuincentra, bouwmarkten, woninginrichting en meubelen.

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (op locatie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals een uitzendbureau, reisbureau, kapsalon, wasserette, schoonheidsinstituut, pedicure, kopieerwinkel, postkantoor en afhaalpunt (van goederen voor particulieren), met uitzondering van seksinrichtingen.

distributienet voor warmte

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

eigen terrein

het terrein en/of bouwwerk dat de aanvrager in eigendom of in gebruik heeft en waarover hij kan beschikken en die bij het te realiseren (bouw)plan en/of het bouwwerk horen.

extensieve recreatie

ondergeschikt medegebruik van grond, gericht op ontspanning, waarvoor weinig voorzieningen nodig zijn en waaraan weinig mensen tegelijkertijd en op dezelfde plek deelnemen, zoals fietsen en wandelen.

garagebedrijf

een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bedoeld voor de verkoop van motorvoertuigen en het onderhoud en/of de reparatie van motorvoertuigen.

garageboxen

een zelfstandig, van bijgebouwen te onderscheiden, complex van minimaal twee aaneengesloten gebouwen, kennelijk bestemd voor de stalling van (motor)voertuigen en voor bergruimte. Bedrijfsmatige activiteiten, waaronder een beroep of bedrijf aan huis, anders dan stalling van voertuigen of opslag zijn niet toegestaan.

gebruiksoppervlakte

gebruiksoppervlakte als bedoeld in bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

gebruiksoppervlakte kamerverhuur

gebruiksoppervlakte zoals genoemd in bijlage 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving waarvan de oppervlakte aan bergruimte en inpandige berging wordt afgetrokken.

geluidwerende voorziening - overdrachtsmaatregel

bouwkundige of civieltechnische voorziening die is bedoeld om de overdracht van geluid tussen een geluidbron en een geluidontvanger (vaak een geluidgevoelig object) te beperken en die zodanig is ontworpen dat een geluidreductie wordt gerealiseerd waarmee wordt voldaan aan de in het omgevingsplan gestelde normen en/of doelvoorschriften. Het kan bijvoorbeeld gaan om een geluidscherm, een geluidwal of een constructie voor een gevel van een gebouw. In het geval van een geluidscherm gaat het om een wandvormige constructie met een massa van minimaal 10 kg/m² om geluid effectief te blokkeren.

gemeenschappelijke verkeersruimte

verkeersruimte als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving, die ten dienste staat van meerdere kamers in een kamerverhuurpand of ten dienste staat van meerdere appartementen.

geurgevoelig object

a. gebouw
1.dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en;
2.dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en
3.dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of
b.geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;

gezoneerd industrieterrein

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

groothandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit.

horeca

het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, een afhaalzaak, het bedrijfsmatig exploiteren van zaal-, congres- en vergaderaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. Bed and breakfast valt niet onder horeca.

huishouden

een verzameling van één of meerdere personen die samen één zelfstandige huishouding voeren die zich kenmerkt door continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid.

huisvesting in verband met mantelzorg

huisvesting in of bij een woning van één huishouden van ten hoogste twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.

hyperscale datacentrum

het exploiteren van een rekencentrum of datacentrum, als bedoeld in artikel 3.235 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om een bebouwd vloeroppervlakte van meer dan 10 hectare en een elektrisch aansluitvermogen van 70 MW of meer. Een hyperscale datacentrum omvat ook andere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die het hyperscale datacentrum functioneel ondersteunen.

infrastructurele kunstwerken

bouwwerken ten behoeve van verkeersdoeleinden en/of de waterhuishouding, zoals een viaduct, een brug, een dam, een duiker, een sluis, beschoeiingen en remmingswerken, met uitzondering van (aanleg)steigers.

ISO 11423-1

ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;

kamerverhuurpand

een woning die wordt gebruikt door drie of meer personen die ieder afzonderlijk één huishouden vormen dan wel in totaal drie of meer afzonderlijke huishoudens vormen. De woning kenmerkt zich doordat één of meer van de voorzieningen (keuken, toilet, badkamer) niet uitsluitend voor privé-gebruik is (dus voor gezamenlijk gebruik), en/of één of meer van de voorzieningen (keuken, toilet, badkamer) bereikt kunnen of moeten worden door het verlaten van de eigen privé-ruimte. In afwijking van deze definitie wordt een kamer in een verzorgings- of verpleeghuis niet aangemerkt als onzelfstandige bewoning in een kamerverhuurpand.

kantoor

een gebouw of een gedeelte daarvan dat door zijn indeling en inrichting hoofdzakelijk bedoeld is voor werkzaamheden die aan een bureau of in een overlegruimte of vergelijkbaar plaatsvinden, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtsreeks (op locatie) te woord wordt gestaan en geholpen.

kelder

het beneden peil gelegen gedeelte van een gebouw.

kinderopvang

dagopvang van kinderen zoals een kinderdagverblijf, voorschoolse opvang en buitenschoolse opvang.

klimaatadaptatie

het aanpassen aan de (verwachte) effecten van klimaatverandering (zoals hittestress, droogte en wateroverlast), waardoor leefomgeving minder kwetsbaar wordt voor deze effecten of hier juist van kan profiteren.

kruipruimte

een lage ruimte tussen de vloer van de begane grond en de bodemafsluiting, bestemd voor ventilatie, leidingen en gelegenheid voor reparaties.

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:
a.varkens, kippen, schapen of geiten; en
b.als deze worden gehouden voor de vleesproductie:
1.rundvee tot 24 maanden;
2.kalkoenen;
3.eenden; of
4.parelhoenders

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.

legaal

wettelijk toegestaan. In de context van het omgevingsplan: een gebruik of een bouwwerk dat is toegestaan op basis van het in werking zijnde (tijdelijk) omgevingsplan of een in werking zijnde vergunning, waaronder ook begrepen de overgangsbepalingen in het (tijdelijk) omgevingsplan.

luifel

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt, waarbij de ene horizontale zijde bevestigd is aan de buitenzijde van een gebouw en de daar tegenoverliggende zijde vrij dragend is.

maatschappelijke basisfuncties

buurt- of wijkgerichte maatschappelijke voorzieningen met geen of zeer beperkte invloed op het woon- en leefklimaat in de omgeving. Deze functies zijn hoofdzakelijk alleen op weekdagen en tijdens kantooruren en/of gedurende een deel van de avond in gebruik/toegankelijk (geen overnachting). Hieronder vallen in dit omgevingsplan uitsluitend: - apotheek; - bibliotheek; - praktijkruimte, zoals artsenpraktijk en fysiotherapeut; - gebruik door/voor activiteiten van een buurtvereniging/wijkraad, culturele vereniging, sportvereniging, toneelclub en daarmee vergelijkbare organisaties (telkens voor zover verenigbaar met de woonomgeving).

NEN 5725

NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;

NEN 5740

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;

NEN 6090

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;

NEN 6578

NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;

NEN 6589

NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;

NEN 6600-1

NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019;

NEN 6965

NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrome- trie met vlamtechniek, versie 2005;

NEN 6966

NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;

NEN-EN 858-1 A1

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;

NEN-EN 858-2

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nomi- nale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;

NEN-EN 872

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;

NEN-EN 1825-1

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;

NEN-EN 1825-2

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;

NEN-EN 12566-1

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties = 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;

NEN-EN 12673

NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;

NEN-EN 16693

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015;

NEN-EN-ISO 2813

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;

NEN-EN-ISO 5667-3

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;

NEN-EN-ISO 5815-1

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;

NEN-EN-ISO 5815-2

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;

NEN-EN-ISO 9377-2

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de mineraleolie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gaschromatografie, versie 2000;

NEN-EN-ISO 9562

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;

NEN-EN-ISO 10301

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;

NEN-EN-ISO 10523

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;

NEN-EN-ISO 11885

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;

NEN-EN-ISO 12846

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaireabsorptiespectrometrie met en zonder concentra- tie, versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-1

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-2

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 15587-1

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15587-2

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15680

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;

NEN-EN-ISO 15682

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;

NEN-EN-ISO 15913

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;

NEN-EN-ISO 17294-2

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;

NEN-EN-ISO 17852

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;

NEN-EN-ISO 17993

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;

NEN-ISO 15705

NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;

NEN-ISO 15923-1

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;

niet zelfstandige detailhandel

detailhandel die een functionele relatie heeft met de toegestane activiteiten/functie ter plaatse en daar uitsluitend ondergeschikt en ondersteunend aan is.

niet zelfstandige horeca

horeca die een functionele relatie heeft met de toegestane activiteiten/functie ter plaatse en daar uitsluitend ondergeschikt en ondersteunend aan is.

niet zelfstandige kantooractiviteiten

kantooractiviteiten die integraal onderdeel zijn van de toegestane activiteiten/functies ter plaatse en daar uitsluitend ondersteunend aan zijn.

normaal onderhoud

het onderhoud en beheer noodzakelijk voor het gebruik en de instandhouding van de gronden overeenkomstig de aan de gronden toegekende doeleinden en of op de gronden voorkomende bouwwerken.

normaal onderhoud en beheer

aan een

cultuurhistorische structuur

Normaalnormaal onderhoud en beheer aan een cultuurhistorische structuur omvat het behoud van de bestaande stedenbouwkundige opzet, maat, schaal en/of historische aanleg, zonder de specifieke cultuurhistorische waarde ervan aan te aantastentasten. Het is gericht op het in stand houden van de kenmerken van het gebied (zoals historische wegen en wallen) die een beeld geven van de geschiedenis, in tegenstelling tot grotere ingrepen zoals restauratie, die een gebouw terugbrengen naar een eerdere staat.

normaal onderhoud en beheer

van

karakteristieke bebouwing

Werkzaamhedenwerkzaamheden die gericht zijn op het behouden van het pand/bebouwing in zijn oorspronkelijke of historische staat, zonder wijzigingen in vormgeving, profilering, detaillering of gebruikte materialen. Het gaat hierbij om het behoud van de kenmerkende (karakteristieke) buitenkant, zoals gevels en daken, met inachtneming van de regels en voorschriften die de gemeente stelt aan dergelijke panden.

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van algemene nutsdoeleinden, zoals de watervoorziening, waterhuishouding, afvalinzameling, energievoorziening, warmte-koude opslag en communicatie, met uitzondering van hoogspanningsverbindingen en hoge druk aardgastransportleidingen.

onderbouw

een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer, waarvan de bovenkant minder dan 1,5 meter boven straatpeil is gelegen.

onderdoorgang

verblijfsgebied dat aan één of meer zijkanten niet wordt omsloten en aan de bovenkant geheel of gedeeltelijk wordt omsloten door een gebouw of overkapping.

ondergeschikt bouwdeel

bouwdeel van beperkte afmetingen, dat buiten de gevel of het dakvlak van een bouwwerk uitsteekt, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftopbouwen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, dakgoten en overstekende daken.

openbare dienstverlening

het door of namens overheidsinstellingen zorgdragen voor voorzieningen en uitvoeren van taken ten behoeve van het algemeen belang.

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand, niet zijnde een luifel.

paardrijbak

een buitenrijbaan ten behoeve van paardrij-activiteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining.

perceelsgrens

de grens van een (bouw)perceel.

praktijkruimte

een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op medisch, paramedisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee naar aard te vergelijken gebied.

seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

sociale huurwoning

huurwoning als bedoeld in lid 1 onder a van artikel 5.161c van het Besluit kwaliteit leefomgeving, welke verhuurd wordt door een in Enschede actieve woningcorporatie ('toegelaten instelling' als bedoeld in lid 19.1 van de Woningwet) en waarvan de instandhouding voor de in de verordening 'Doelgroepenverordening sociale huur en middenhuur Enschede 2021' (of diens rechtsopvolger) omschreven doelgroepen voor ten minste de in die verordening genoemde periode na de eerste ingebruikname is verzekerd.

straatpeil

a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw.

tuincentrum

detailhandel. Het hoofdassortiment bestaat daarbij uit artikelen voor de inrichting en het onderhoud van particuliere tuinen of daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals tuinplanten, zaai- en pootgoed, tuinmest, teelaarde, tuingereedschap, tuinhout, tegels, sierstenen, tuinhuisjes, materialen voor de aanleg van vijvers- en fonteinen, alsmede kamerplanten, snijbloemen en potterie. Het nevenassortiment bestaat uit dierbenodigdheden en -voeders, huis- en hobbydieren, sfeerartikelen, tuinmeubelen, tuinkleding en - schoeisel, modische, sport- of vrijetijdskleding. Artikelen ten behoeve van seizoensgebonden festiviteiten, zoals Pasen en Kerstmis, kunnen onderdeel zijn van zowel het hoofd- als nevenassortiment, afhankelijk van de aard van de artikelen.

unit, opslag- of garagebox

bouwwerk of gedeelte van een bouwwerk, bestemd voor opslag van goederen of voertuigen of voor ander bedrijfsmatig en/of hobbymatig gebruik door bedrijven of particulieren. Units, opslag- en garageboxen maken veelal deel uit van een complex bestaande uit meerdere objecten die elk doorgaans bestaan uit één ruimte;

verdieping

iedere voor mensen toegankelijke ruimte in een gebouw die is gesitueerd boven de ruimte(en) op de begane grond.

verenigingsleven

activiteiten in verenigingsverband, hoofdzakelijk buurt- of wijkgericht, zoals een buurtvereniging, culturele vereniging, wijkraad, scouting en verenigingen voor toneel, dans, muziek, sport- en/of spel.

verhard oppervlak

alle bouwwerken en overige verharding. Halfverharding telt niet als verhard oppervlak als de doorlatendheid (inclusief eventuele onderlagen) vergelijkbaar is met onverhard terrein.

verkoopvloeroppervlakte

de totale overdekte en/of grotendeels omheinde vloeroppervlakte die is bedoeld en feitelijk ingericht is voor detailhandel (verkoop en uitstalling) en voor het publiek zichtbaar en (grotendeels) toegankelijk is.

voorgevelrooilijn

a. in een omgeving met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van voorgevels van bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, die zoveel mogelijk aansluit bij de ligging van (een deel van) de voorgevels van de bestaande bebouwing. b. in een omgeving zonder voorgevels als bedoeld onder a: de naar de openbare weg gekeerde grens van het bouwvlak en de denkbeeldige lijn die in het verlengde ligt van deze grens.

vuurwerkbedrijf

inrichting of bedrijf voor de vervaardiging, verwerking en/of opslag van vuurwerk en/of groothandel in vuurwerk.

warmteplan

besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.

winkelunit

een bouwwerk of afgebakend gedeelte binnen een bouwwerk, dat gebruikt wordt voor detailhandel door één afzonderlijk detailhandelsbedrijf. Oftewel: een afzonderlijke winkel.

wonen

Daar waar op grond van het omgevingsplan of omgevingsvergunning het gebruik als wonen is toegestaan. Onder deze definitie vallen geen locaties waar enkel een functie is toegestaan als bedrijfswoning, dienstwoning, zorgwoning, mantelzorgwoning, recreatiewoning, gastenverblijf of vergelijkbare woningen met de hiervoor genoemde soorten woningen.

woning

een (gedeelte van een) gebouw / een complex van ruimten met woonfunctie, dat door zijn indeling en inrichting bedoeld is voor de huisvesting van en het gebruik door één huishouden. Daarbij zijn alle voorzieningen (keuken, badkamer en toilet) aanwezig en direct bereikbaar zonder daarvoor eerst een gemeenschappelijke verkeersruimte te moeten betreden.

woonwagen

voor wonen bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemde locatie is geplaatst.

zorginstelling

een instelling waar 24-uurs zorg wordt verleend, waarbij een cliënt er alleen kan wonen als deze een 24-uurs behoefte aan zorg heeft en ter plekke ontvangt. Binnen de instelling kan ook zorg worden verleend aan cliënten die geen 24-uurs zorg nodig hebben.

KKKKKK

Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage

III

Overzicht Documentenbijlagen

Lijst van bedrijfstypen_bijlage bij OP

/join/id/regdata/gm0153/2026/pdf_fb94412e-25a0-48c9-96b8-031e22646d32/nld@2026-04-02;74

/join/id/regdata/gm0153/2026/pdf_fb94412e-25a0-48c9-96b8-031e22646d32/nld@2026-10-28;13495910

LLLLLL

Bijlage IV wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage

IV

Lijst van Bedrijfstypen

Lijst van bedrijfstypen

Lijst van bedrijfstypen_bijlage bij OP.pdfOP

MMMMMM

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Opbouw van dit omgevingsplan en korte toelichting planregels

Hieronder staat een korte, algemene toelichting op de opbouw en de planregels van dit omgevingsplan. Bij de artikelen in dit omgevingsplan is waar nodig een specifieke toelichting opgenomen. Dat heet de ‘Artikelsgewijze toelichting’.

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Dit hoofdstuk start met artikelen over de begrippen die gelden in het plan. Daarnaast bevat het hoofdstuk onder andere regels over meet- en rekenbepalingen en diverse indieningsvereisten voor vergunningen. Ook is hier het overgangsrecht opgenomen.

Artikel 1.8 bevat een basisregel voor activiteiten, die bepaalt dat activiteiten alleen zijn toegestaan als dit in de regels van het omgevingsplan is benoemd. Hiermee voorkomen we dat eventueel een activiteit legaal is die we niet hebben voorzien.

Artikel 1.14 bevat een afwegingskader dat voor veel vergunningen voor omgevingsplanactiviteiten (OPA) geldt. Met dit afwegingskader kunnen we beoordelen of iets ruimtelijk aanvaardbaar is en niet leidt tot een ‘onevenredige aantasting’. In de artikelsgewijze toelichting bij Artikel 1.14 zijn de criteria uit het afwegingskader uitgebreider toegelicht.

Hoofdstuk 2: Regels voor meerdere functies

Hoofdstuk 2 bevat allerlei regels die niet specifiek zijn voor een functie. Ze kunnen gelden voor het hele plangebied of voor bepaalde locaties. Er staat onder andere een algemeen gebruiksverbod in (Artikel 2.44), regels voor een beroep aan huis (Afdeling 2.3) en de specifieke zorgplichten voor bouwwerken en terreinen (Artikel 2.49 en Artikel 2.5).

Dit hoofdstuk bevat ook de meerderheid van alle bouwregels van het omgevingsplan. Deze algemene bouwregels staan in Afdeling 2.1. Deze afdeling regelt onder andere de vergunningplicht voor bouwwerken, de uitzonderingen daarop (vergunningvrij bouwen; Paragraaf 2.1.2) en regels over het uiterlijk van bouwwerken (‘welstand’; Paragraaf 2.1.9), maximale bouwhoogtes en goothoogtes (Artikel 2.15 en Artikel 2.15) en onderkelderen (Artikel 2.22).

Hoofdstuk 3: Specifieke regels per functie

Hierin zijn regels opgenomen die specifiek zijn voor de verschillende functies in het plan. Het zijn vooral gebruiksregels, zoals regels over de soorten bedrijven, maatschappelijke functies en horeca-activiteiten die we toestaan. Bij een enkele functie zijn ook specifieke bouwregels opgenomen. Vooral de functie Wonen (Afdeling 3.173.18) heeft een eigen set bouwregels. De voormalige bestemmingen Groen, Verkeer en Water zijn samengevoegd in de functie ‘Openbaar gebied’ (Afdeling 3.13.11).

Hoofdstuk 5: Activiteiten per thema

In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over een aantal thema's: bodem en ondergrond, cultureel erfgoed (Afdeling 5.2), externe en fysieke veiligheid (Afdeling 5.3), geluid (Afdeling 5.4), parkeren (Afdeling 5.5)en water en klimaatadaptatie (Afdeling 5.6). Concreet gaat het onder andere om waterbergingsnormen, parkeernormen, het beschermen van cultuurhistorisch waardevolle objecten (karakteristiek) en archeologische waarden.

Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 6 tot en met 21

Deze hoofdstukken worden op dit moment nog niet gebruikt.

Hoofdstuk 22: ACTIVITEITEN

Hier staan de regels uit de ‘Bruidsschat’, voor zover die nog niet zijn verplaatst naar hoofdstuk 1 tot en met 5.

NNNNNN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.11 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen

Dit artikel regelt wanneer een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk wordt verleend. Het artikel is een voortzetting van artikel 2.10, eerste lid, onder c en d, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Eerste lid

Op grond van Artikel 2.11, eerste lid, wordt de vergunning alleen verleend als het bouwplan niet in strijd is met de regels die in dit omgevingsplan zijn gesteld over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken.

In het eerste lid zijn Artikel 2.47, Artikel 2.49 en Artikel 3.793.83 expliciet uitgezonderd, omdat het hier om voormalige rijksregels gaat waar op grond van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ook niet aan getoetst werd bij de vergunningverlening. Daarnaast zijn er in dit omgevingsplan (als onderdeel van de omgevingsplanregels van rijkswege) tal van regels opgenomen die niet over bouwwerken gaan, maar bijvoorbeeld over open erven en terreinen. Deze regels vallen alle buiten het beoordelingskader voor de omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op bouwwerken.

De redactie van het eerste lid sluit aan bij artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl. Het imperatieve karakter («wordt verleend») houdt in dat de vergunning moet worden verleend als het bouwplan niet in strijd is met de daarvoor gestelde regels in het omgevingsplan. Er kunnen buiten het omgevingsplan om dus geen aanvullende redenen worden gehanteerd om een vergunning toch te weigeren. Het limitatieve karakter komt tot uiting doordat «alleen» op grondslag van de in het omgevingsplan gestelde regels het «binnenplans» verlenen van een vergunning mogelijk is. Als het bevoegd gezag op basis van de regels in het omgevingsplan tot het oordeel komt dat vergunningverlening niet mogelijk of (bij beslissingsruimte) niet wenselijk is, moet de activiteit als strijdig met het omgevingsplan worden aangemerkt. In dat geval is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt dat op grond van artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl, de vergunning alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een verdere toelichting hierover wordt verwezen naar de nota van toelichting bij artikel 8.0a van het Bkl.

Tweede lid

Deze aanvullende beoordelingsregels zien op specifieke overgangsrechtelijke situaties die verband houden met het feit dat de Omgevingswet niet langer een aanhoudingsplicht kent zoals die was geregeld in artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Die aanhoudingsplicht kon ondere andere gelden wanneer een vastgesteld bestemmingsplan nog niet in werking was getreden, bijvoorbeeld omdat er beroep was ingesteld en er nog geen uitspraak was.

Toepassing van deze beoordelingsregels leidt ertoe dat, ondanks dat aan de beoordelingsregels uit Artikel 2.11, eerste lid wordt voldaan, de vergunning toch moet worden geweigerd als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft Artikel 2.11, tweede lid van troepassing is.

Derde lid

Op het tweede lid (vergunning weigeren) bestaat een uitzondering in het geval het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan dat in voorbereiding is. Dit is vergelijkbaar met de situatie onder oud recht, waarin artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid bood de onder oud recht toepasselijke aanhoudingsplicht te doorbreken.

In praktische zin betekent de regeling dat onder nieuw recht aangevraagde omgevingsvergunningen voor het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk in een gebied waar een nog onder oud recht tot stand gekomen regime van voorbereidingsbescherming van toepassing is, in beginsel moeten worden geweigerd. Zo kan de vergunning dus worden geweigerd voor activiteiten die in de toekomst niet meer wenselijk worden geacht en onmogelijk zullen worden gemaakt met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. De vergunning kan ook worden geweigerd voor activiteiten waarvan het nog onvoldoende zeker is om te kunnen vaststellen of deze met het toekomstige omgevingsplan aanvaardbaar zullen blijven. Ten tijde van de te nemen beslissing op de aanvraag is het besluit tot wijziging van het omgevingsplan immers nog in voorbereiding en is het mogelijk nog onvoldoende vastomlijnd om te kunnen vaststellen of bepaalde activiteiten daarin uiteindelijk zullen worden toegestaan. Een andere mogelijkheid in zo’n geval kan overigens ook zijn om met instemming van de aanvrager, met toepassing van artikel 4:15, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, de beslistermijn op te schorten tot een moment waarop de voorbereiding zich in een zodanig stadium bevindt dat wel kan worden vastgesteld hoe het bouwplan zich verhoudt tot het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. Gewezen wordt in dat verband op het tweede lid, dat de mogelijkheid biedt om de vergunning toch te verlenen als kan worden vastgesteld dat de betrokken activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht. In het laatste geval zal een dergelijk omgevingsplan onder meer moeten voorzien in op de karakteristieken van het beschermde stads- of dorpsgezicht afgestemde beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Zie ook artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. Met dit tweede lid wordt een vergelijkbare voorziening getroffen als in het al eerder genoemde artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Verschil is echter dat met het tweede lid niet de toepasselijke aanhoudingsplicht wordt doorbroken maar dat in plaats van de vergunning te moeten weigeren, de mogelijkheid is gegeven om de vergunning, onder de vergelijkbare condities dat de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan, toch te verlenen.

Voor een meer uitgebreide toelichting op de gevolgen van het vervallen van de aanhoudingsplicht op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt verwezen naar de toelichting bij de tweede nota van wijziging van het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet (Kamerstukken II 2018/19, 34 986, nr. 9, p. 35–42).

OOOOOO

Na sectie ' Gebouwen buiten het bouwvlak voor de voorgevelrooilijn' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 2.21 Afstand hoofdgebouwen tot zijdelingse perceelsgrens

Deze regel is bedoeld voor bouwvlakken waarin meerdere hoofdgebouwen liggen. Door deze regel blijft er voldoende afstand tussen hoofdgebouwen binnen hetzelfde bouwvlak. Er mag altijd tot op de grens van een bouwvlak gebouwd worden.

PPPPPP

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 2.2 Gebruik algemeen

T.a.v. Artikel 2.47 en Artikel 2.49:

De regels in het Bbl beperken zich voor zover het gaat om het gebruik van bouwwerken tot brandveilig gebruik en enkele kleine en afgebakende aspecten van gezondheid (concentraties asbest en formaldehyde) en energiebesparing. Die onderwerpen zijn daarin uitputtend geregeld, zodat de gemeente daarover in het omgevingsplan geen regels kan stellen. Overige aspecten van gebruik kunnen wel in het omgevingsplan worden geregeld. De artikelen over overbewoning (zie artikel 3.793.83) en gebruik van een bouwwerk in de buurt van een bouwvallig pand die voorheen in het Bouwbesluit 2012 waren opgenomen, zijn voorbeelden van zulke andere aspecten van gebruik die voortaan in dit omgevingsplan kunnen worden geregeld.

QQQQQQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 3.17.13.18.1 Gebruiksactiviteiten wonen

T.a.v. artikel 3.793.83:

De regels in het Bbl beperken zich voor zover het gaat om het gebruik van bouwwerken tot brandveilig gebruik en enkele kleine en afgebakende aspecten van gezondheid (concentraties asbest en formaldehyde) en energiebesparing. Die onderwerpen zijn daarin uitputtend geregeld, zodat de gemeente daarover in het omgevingsplan geen regels kan stellen. Overige aspecten van gebruik kunnen wel in het omgevingsplan worden geregeld. De artikelen over overbewoning (artikel 3.793.83) en gebruik van een bouwwerk in de buurt van een bouwvallig pand die voorheen in het Bouwbesluit 2012 waren opgenomen, zijn voorbeelden van zulke andere aspecten van gebruik die voortaan in dit omgevingsplan kunnen worden geregeld.

RRRRRR

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.793.83 Overbewoning woonruimte

SSSSSS

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.813.86 Maximum aantal woningen

TTTTTT

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 67 Financiële bepalingen (gereserveerd)

I

Overzicht Documentenbijlagen

Motivering Verzamelplan voorjaarsronde 2026_vastgesteld

/join/id/pubdata/gm0153/2026/f1ecb204f54842d4bd840a813a3dc9c8/nld@2026-10-28;13495910